05 november 2018

​2018-11-05 Jodendom en alom bekend bijgeloof - Judaism and common superstitions

De zwarte kat (Afbeelding: aish) - The black cat (Image: aish)


Nederlands en/and English

NEDERLANDS   

Wie is er bang voor vrijdag de 13e en zwarte katten?

Bron: aish, Dr. Yvette Alt Miller, 28 oktober 2018

 

De westerse cultuur zit vol met bijgeloof, van vrijdag de 13e tot zwarte katten. Toch hebben deze angstaanjagende gewoonten geen plaats in het Jodendom. In feite waarschuwt de Thora ons tegen het geloven in geluksgetallen, bijgelovige tekenen en het luisteren naar waarzeggers. Ons wordt geboden ons geloof in God te stellen (Deuteronomium 18: 9-13).

Onderstaand een aantal veel voorkomende vormen van bijgeloof en hun achtergrond, tezamen met Joodse opvattingen over items waar velen van ons bang voor zijn geworden.

Vrijdag de 13e

De Torah waarschuwt "je zult niet geloven in toevalligheden" (Leviticus 19:26). Toch blijven veel mensen vrijdag de 13e op de kalender zien als een enge dag. Dat komt omdat vrijdag de 13e twee westerse vormen van bijgeloof combineert: de overtuiging dat vrijdag een ongelukkige dag is en een angst voor het getal 13. Geloof dat 13 een ongeluksgetal is, is zo wijdverspreid dat sommige gebouwen in de VS geen 13e verdieping hebben, de nummers gaan van 12 naar 14. Er is zelfs een medische aandoening die Triskaidekafobie wordt genoemd, wat een irrationele angst voor nummer 13 betekent.

Deze angsten kunnen worden herleid tot christelijke overtuigingen. Jezus wordt verondersteld te zijn gekruisigd op een vrijdag door de Romeinse autoriteiten, die Judea regeerden in zijn tijd. En hij wordt verondersteld te zijn uitgeleverd aan de Romeinen door zijn 12e volgeling (die zich bij hem voegde voor het laatste avondmaal voor zijn dood, en dus de 13e gast op het feest was). Zowel vrijdag als nummer 13 werden om deze redenen als sinister gezien.

In het Jodendom hebben zowel vrijdag als nummer 13 een zeer positieve bijklank. Elke vrijdag verwelkomen Joden van over de hele wereld met vreugde de Sabbat. En er zijn 13 Attributes of Mercy die God aan Mozes openbaarde, die Joden al millennia lang gebruiken als een gebed voor Goddelijk mededogen. In plaats van ongeluk te brengen, herinnert nummer 13 in het Judaïsme ons aan Gods oneindige genade.

Zout over je schouder gooien

Dit ouderwetse bijgeloof gelooft dat het morsen van zout ongeluk brengt - en dat als je morst, het gooien van wat zout over je linkerschouder je ongeluk zal afweren. In de Middeleeuwen was zout uiterst zeldzaam en duur, en het morsen ervan werd als een groot verlies gezien. Het linken van gemorst zout met pech zou ook kunnen uitgaan van de vroege christelijke traditie waarin gemorst zout als een slecht voorteken werd gezien.

Daarentegen heeft zout een positieve connotatie in het jodendom. Zout was een vaste waarde in de oude tempel in Jeruzalem; deze traditie gaat tot op de dag van vandaag door wanneer we zout op onze Sabbatstafels leggen en wat over onze ‘challa’ strooien voordat we brood eten. Iets dat gezouten is blijft lang goed. Het onderdompelen van brood in zout betekent het verheffen van het fysieke en het op een spiritueel niveau brengen en het transformeren van de voorbijgaande materiële wereld in iets eeuwigs. Het Joodse volk wordt ook vergeleken met zout: net zoals zout, zal het Joodse volk nooit ‘verschralen’, maar blijft eeuwig bestaan. Dus voel je vrij om dat zout uit te strooien.

Zwarte katten

Het bijgeloof dat het ongeluk brengt als een zwarte kat je pad kruist, heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in het middeleeuwse Europa: men dacht dat katten en andere dieren heksen hielpen bij het uitspreken van hun spreuken. Vooral zwarte katten riepen de verschrikkingen van de nacht op en daarom werd gedacht dat ze pech voorspelden.

In het Jodendom hebben katten - ongeacht hun kleur - positieve associaties waar we van kunnen leren. Koning David merkte op, dat katten hun doelen nastreven zonder op te geven: iedereen die een kat ziet jagen op een muis totdat hij die vangt, zal begrijpen wat de grote koning van Israël bedoelde (Perek Shira). Een Joodse wijze Rabbi, Yochanan, merkte op dat katten, die zo netjes en kieskeurig zijn, een voorbeeld zijn van bescheidenheid waarnaar we zouden moeten streven (Talmoed Eruvin 100b).

Een spiegel breken brengt zeven jaar ongeluk met zich mee

In de westerse cultuur zou het breken van een spiegel zeven jaar ongeluk brengen. Sommige bijgelovige mensen denken dat dit kan worden voorkomen door de kapotte spiegelscherven bij het licht van een volle maan te begraven. Dit bijgeloof lijkt te dateren uit de Romeinse tijd toen algemeen werd aangenomen, dat een deel van iemands ziel gevangen zat in zijn/haar spiegelbeeld. Het breken van de spiegel leek op het breken van de ziel.

Dit geloof druist in tegen het Joodse denken, dat onze zielen als perfect en volledig beschouwt en op geen enkele manier gebroken of bekneld kan raken in een spiegel. Verre van dat het objecten van angst zijn, zijn spiegels krachtige middelen geweest om goed te doen in het Joodse leven. Toen we slaven in Egypte waren, wanhoopten veel Joden. Toch toonden Joodse vrouwen hun standvastige geloof door hun spiegels te gebruiken om zichzelf mooi te maken en de aandacht van hun man te trekken om de continuïteit van de Joodse natie (Midrash Tanhuma) te verzekeren. Deze spiegels werden later gebruikt voor een heilig doel in de Tabernakel; het koperen wasbekken was ervan gemaakt.

Afkloppen op hout

De gewoonte om op hout te kloppen als we niet willen dat er iets slechts gebeurt, gaat terug tot heidense tijden in Europa, toen men dacht dat geesten in bomen woonden. Kloppen op hout moest ervoor zorgen dat de geesten ons niet zouden schaden.

Het Jodendom, met zijn krachtige getuigenis van het bestaan van één almachtige God, gelooft zeker niet in boomgeesten.

Het boze oog

Terwijl Joden niet op hout kloppen om ongeluk te voorkomen, zeggen sommige Joden wel bli ayin hara, wat betekent dat we niet door het "boze oog" mogen worden geschaad. Sommige culturen in het Midden-Oosten hebben hun eigen rituelen om het boze oog af te weren - dragen van rode amuletten, een afbeelding van een blauw oog hebben, driemaal spugen, een hamsa dragen (of een foto van een hand). In het Jodendom wordt met het "boze oog" algemeen bedoeld, niet één of andere mysterieuze kwade kracht, maar de jaloezie die kan worden gewekt als we ons geluk laten zien. Denken aan het 'boze oog' - de afgunst die we bij anderen kunnen opwekken - kan dienen als een krachtige herinnering om zegeningen niet als vanzelfsprekend te beschouwen. Door bli ayin hara te zeggen, concentreren we ons opnieuw en herinneren we ons nederig en dankbaar te zijn en in gedachten te houden dat anderen misschien niet zo veel geluk hebben.

Loop niet onder een ladder door

Er zijn veel theorieën over de oorsprong van het bijgeloof dat het ongeluk brengt om onder een ladder door te lopen. Sommige historici wijzen erop dat ladders op galgen lijken. Sommige oude mensen geloofden zelfs dat de geesten van degenen die aan de galg gestorven waren, onderaan bleven hangen.

Dit bijgeloof is verboden in het Jodendom, maar voorzichtig lopen rond een ladder om een drukke werkman niet te storen of om het risico van vallende verf of gereedschap te vermijden, kan verstandig zijn.

Konijnenpoot

De overtuiging dat de poot van een konijn veel geluk brengt, gaat waarschijnlijk terug tot de oude Kelten die dachten dat konijnen - die een groot deel van hun tijd in gangen onder de grond leven - met geesten in de onderwereld zouden kunnen communiceren. De gewoonte om een konijnenpoot te dragen ontstond in de 19e eeuw; sommige historici speculeren dat gelovigen werden beïnvloed door de gewoonte van sommige Afrikaanse slaven om talismannen uit dierlijke delen te maken.

Het idee dat een voorwerp geluk kan brengen is volkomen vreemd voor het Jodendom. Centraal in het Jodendom staat het idee, dat God de wereld bestuurt en dat het aan ons is om de kansen die we hebben om onze unieke doelen te bereiken, optimaal te benutten. Gebeds- en Joodse rituelen zijn hulpmiddelen om ons te helpen onze doelen te bereiken, maar niet omdat ze magische krachten bevatten, maar omdat ze ons helpen ons te trainen in het benaderen en waarderen van de spirituele kant van de wereld.

 

Er valt niets te vrezen voor enge data zoals vrijdag de 13e, en ook niets te winnen door het dragen van geluksbrengers. Misschien was de beste manier om de opvattingen van het Judaïsme over bijgelovigheid weer te geven, afkomstig van de Joodse filmproducent Samuel Goldwyn die grapte: "Hoe harder ik werk, hoe meer geluk ik krijg!"

----------    

Dr. Yvette Alt Miller behaalde haar BA aan de Harvard University. Ze voltooide een postgraduate Diploma in Joodse Studies aan de Universiteit van Oxford, en heeft een Ph.D. in International Relations van de London School of Economics. Ze woont met haar familie in Chicago en heeft internationaal lezingen gegeven over Joodse onderwerpen. Haar boek Engelen aan tafel: een praktische gids voor het vieren van Shabbat neemt lezers mee door de rituelen van Sabbat. Ze legt het volledige spectrum van Joodse tradities uit met warmte en humor. Het is aangeprezen als "levensveranderend", een moderne klassieker en wordt gebruikt in opleidingen en discussiegroepen over de hele wereld.

___________

ENGLISH

Who’s afraid of Friday the 13th and black cats?

By: aish, Dr. Yvette Alt Miller, October 28, 2018

 

Western culture is full of superstitions, from Friday the 13th to black cats. Yet these fearful customs have no place in Judaism. In fact, the Torah warns us against believing in lucky numbers, superstitious sign and listening to diviners. We are commanded to put our faith in God instead (Deuteronomy 18:9-13).

Here is the background to some common superstitions, along with Jewish views about items that many of us have been conditioned to fear.

Friday the 13th

The Torah cautions “you shall not believe in lucky times” (Leviticus 19:26). Yet many people continue to view Friday the 13th as a scary day on the calendar. That’s because Friday the 13th combines two western superstitions: the belief that Friday is an unlucky day and a fear of the number 13. Belief that 13 is an unlucky number is so widespread that some buildings in the U.S. don’t contain a 13th floor, with numbers skipping from 12 to 14. There’s even a medical condition called Triskaidekaphobia, meaning an irrational fear of the number 13.

These fears can be traced to Christian beliefs. Jesus is thought to have been crucified by the Roman authorities who ruled Judea in his time on a Friday, and he is thought to have been turned into the Romans by his 12th follower (who joined him for dinner the night before his death, becoming the 13th guest at a feast.) Both Friday and the number 13 began to be seen as sinister for these reasons.

In Judaism, both Friday and the number 13 have very positive connotations. Each Friday, Jews around the world joyfully welcome Shabbat. And there are 13 Attributes of Mercy of God that He revealed to Moses that Jews for millennia have used as a prayer for Divine compassion. Far from being unlucky, in Judaism the number 13 reminds us of God’s infinite mercy.

Throwing salt over your shoulder

This old fashioned superstition believes that spilling salt is bad luck – and that if you do, throwing some salt over your left shoulder will ward off misfortune. In the Middle Ages, salt was extremely rare and expensive, and spilling it was seen as a great loss. Linking spilled salt with bad luck also might date to early Christian tradition which saw spilled salt as an evil omen.

In contrast, salt has positive connotations in Judaism. Salt was a fixture in the ancient Temple in Jerusalem; this tradition continues today when we place salt on our Shabbat tables and sprinkle some over our challah before eating bread. Salt is preserver, and dipping bread into salt signifies elevating the physical and channeling it to a spiritual end, transforming the transient material world into something eternal. The Jewish people are also compared to salt: like salt, the Jewish people never grow stale, but endure forever. So feel free to pour that salt.

Black cats

The superstition that it’s unlucky if a black cat crosses your path likely has its origins in Medieval Europe: it was thought that cats and other animals assisted witches in casting their spells. Black cats in particular evoked the terrors of night-time and so were thought to portend bad luck.

In Judaism, cats – whatever their color – have positive associations that we can learn from. King David noted that cats pursue their goals without letting up: anyone watching a cat chase a mouse until it catches it will understand what the great king of Israel meant (Perek Shira). Jewish sage Rabbi Yochanan observed that cats, which are so neat and fastidious, are an example of modesty to which we should aspire (Talmud Eruvin 100b).

Breaking a mirror brings seven years of bad luck

In western culture breaking a mirror is said to bring seven years of bad luck. Some superstitious people believe this can be averted by burying the broken mirror shards by the light of a full moon. This superstition seems to date back to Roman times when it was widely thought that a part of one’s soul was trapped in a mirror’s reflection. Breaking the mirror was akin to breaking one’s soul.

This belief flies in the face of Jewish thought, which views our souls as perfect and complete, and in no way able to be trapped in a mirror or broken. Far from being objects of fear, mirrors have been powerful vehicles to do good in Jewish life. When we were slaves in Egypt, many Jews despaired. Yet Jewish women demonstrated their steadfast faith by using their mirrors to make themselves beautiful and attract their husbands’ attention to ensure the continuity of the Jewish nation (Midrash Tanhuma). These mirrors were later used for a holy purpose in the Tabernacle; the copper laver was made out of them.

Knock on wood

The common practice of knocking on wood when we don’t want something bad to happen dates back to pagan times in Europe when it was thought that spirits inhabited trees. Knocking on wood was thought to make sure the spirits wouldn’t harm us.

Judaism, with its powerful testament to the existence of one all-powerful God, certainly doesn’t believe in tree spirits.

Evil Eye

While Jews don’t knock on wood when in order to avert bad luck, some Jews do say bli ayin hara, meaning that we shouldn’t be harmed by the “evil eye”. Some Middle Eastern cultures have their own rituals to ward off the evil eye - wearing red amulets, sporting a picture of a blue eye, spitting three times, wearing a hamsa (or picture of a hand), in Judaism the “evil eye” is commonly understood to be not some mysterious evil force, but the jealousy that can be aroused if we flaunt our good fortune. Thinking about the “evil eye” – the envy we might arouse in others – can serve as a powerful reminder to not take blessings for granted. By saying bli ayin hara we’re re-centering ourselves, remembering to be humble and grateful and to keep in mind that others might not be so lucky.

Don’t walk under a ladder

There are many theories about the origins of the superstition that it’s bad luck to walk under a ladder. Some historians point out that ladders look like gallows. Some ancient people even believed that the spirits of those executed on gallows lingered at the base. This superstition is prohibited in Judaism, but carefully walking around a ladder in order to not disturb a busy workman or to avoid running the risk of falling paint or tools may be a prudent thing to do.

Rabbit’s foot

The belief that a rabbit’s foot brings good luck likely dates back to the ancient Celts who thought that rabbits – who spend much of their time burrowing underground – could communicate with spirits in the netherworld. The custom of carrying a lucky rabbit’s foot arose in the 19th century; some historians speculate that believers were influenced by the custom of some African slaves to make talismans out of animal parts.

The idea that an object can bring luck is completely foreign to Judaism. Central to Judaism is the idea is that God runs the world and that it is up to us to make the most of the opportunities we have to fulfill our unique goals. Prayer and Jewish rituals are tools to help us achieve our goals, but not because they contain any magical powers, but because they help train us to access and appreciate the spiritual side of the world.

There is nothing to fear about scary dates like Friday the 13th, and also nothing to be gained by carrying lucky charms. Perhaps the best way of summing up Judaism’s views of superstitions came from Jewish film producer Samuel Goldwyn who quipped, “The harder I work, the luckier I get!”

----------    

Dr. Yvette Alt Miller earned her B.A. at Harvard University. She completed a Postgraduate Diploma in Jewish Studies at Oxford University, and has a Ph.D. In International Relations from the London School of Economics. She lives with her family in Chicago, and has lectured internationally on Jewish topics. Her book Angels at the table: a Practical Guide to Celebrating Shabbat takes readers through the rituals of Shabbat and more, explaining the full beautiful spectrum of Jewish traditions with warmth and humor. It has been praised as "life-changing", a modern classic, and used in classes and discussion groups around the world.

167 views


Comments