06 maart 2019

2019-03-13: Het geheime verhaal van de doorgangskampen van Israël - The secret story of Israel's transit camps

De ma’abara bij Beit Lid, juli 1950

Nederlands en/and English

NEDERLANDS 

Noam Barkan | Gepubliceerd/Published: 03.03.19, 00:12
Vertaald door: Paula van de Bos - IsraelCNN

In de eerste jaren van de Joodse staat werden nieuwe immigranten naar 'ma'abarot' gestuurd, tentsteden van Joden uit de hele wereld; de omstandigheden waren zwaar.  Toen de inwoners in opstand kwamen werden zij met harde hand aangepakt door de officieren die daar de scepter zwaaiden en waarvan een deel zelf in deze sloppenwijken opgegroeid was. 

Honderden tenten zwaaien heen en weer in de koude wind; zware regen stort op hen neer, en er is alleen modder onder de voeten. De nieuwe immigranten brengen dagen door in de wachtrijen voor de douche, voor de toiletten, voor voedsel, volledig ontdaan van elk beetje privacy. Om ervoor te zorgen dat niemand de immigrantenkampen of de ma'abarot verlaat (in de jaren vijftig stonden Israëlische doorgangskampen een stapje hoger in aanzien dan de immigrantenkampen), heeft de Israëlische regering in 1949 de politie opgedragen de "kamppolitie " in het leven te roepen. 

De kampen van de immigranten waren omringd door hekken. Honderden officieren bewaakten de ma'abarot, meestal om ervoor te zorgen dat de immigranten niet zonder toezicht weggingen of onafhankelijk op zoek gingen buiten de ma'abara naar oplossingen voor hun huisvestingsproblemen 

De politie werkte samen met de afdeling Integratie van het Joodse Agentschap, die verantwoordelijk was voor het onderhoud van de hekken van de doorgangskampen. "We hebben de politie gevraagd om het beheer over de detentie van de immigranten op zich te nemen, hetgeen nodig is zowel om medische redenen als om de nieuwe immigranten aanwijzingen te geven", schreef het hoofd van de afdeling Integratie van het Agentschap, Giora Yoseftal, aan de Israëlische politie in 1951.

Plaatsvervangend politiecommissaris David Nachmias stelde vragen over de langdurige detentie, omdat de detentie van immigranten in afgeschermde kampen, onder toezicht van de politie, leidde tot harde kritiek, zowel in de media als van het publiek.

In een parlementaire vraag schreef MK Ya'akov Meridor: "Is de geachte minister op de hoogte van het feit dat het kamp van de immigranten, zoals het er uitziet, de indruk wekt concentratiekampen te zijn? Gelooft de geachte minister niet dat het voor de Staat Israël onder de maat is om nieuwe immigranten achter prikkeldraadhekken te houden? '

Politieagenten in de immigrantenkampen. (Foto: National Photo Collection)

Levi Eden, 87, een overlevende van de Holocaust, die een politieagent in de kampen werd, zegt dat de gezichten van hongerige kinderen in de ma'abarot hem aan zijn jeugd in Hongarije tijdens de Holocaust deden denken en hem meer begrip voor hun situatie en hun vergrijpen gaven.

'De Ma'abarot-kinderen stalen voedsel en vis van de boerderijen van de nabijgelegen kibboetsen, zegt Eden. "In Tiberias vluchtten ze op vrijdag naar het strand en stalen eten van mensen die uit Tel Aviv kwamen om het weekend door te brengen aan de oevers van de Kinneret. De kinderen hadden honger. Mijn commandant vertelde me, 'Je bent geen maatschappelijk werker. Maar zo eenvoudig was het niet. Vaak gaf ik kinderen de boterham die ik van huis had meegenomen en kocht thee voor hen bij de kiosk. Ik zag dat ze gewoon honger hadden.'

 Levi Eden (Foto: Yariv Katz)

"Ik kon niet boos op hen zijn, maar ik heb hen wel een strafblad bezorgd en hen voor de rechtbank gedaagd. Ouders moedigden hun kinderen vaak aan om een tweede en derde keer te stelen, omdat ze wisten dat ze na de vierde keer naar een huis zouden worden gestuurd, waar ze voedsel, huisvesting en onderwijs zouden krijgen, dat door de staat werd betaald, "zegt Eden.

Heb je begrepen waar ze vandaan kwamen?

"Ik heb ook voedsel gestolen. In het getto stierf je, als je geen eten stal. Ik herinner me niet eens wat we aten. Op de dag van de bevrijding ging ik met mijn broer erop uit buiten de muren van het getto en we vonden een kelder die geplunderd was, maar binnen vonden we nog cacao. Ik deed mijn hoed af en pakte met mijn handen cacao van de vloer en bracht dat naar mijn grootmoeder. Ze kookte het met water, geen suiker of zoiets. Het was de beste chocoladedrank die ik ooit heb gedronken. "

Politie in het Ma’abarot immigratiekamp.

Eden was 10 toen de nazi's zijn vader naar een werkkamp stuurden. "Ik heb hem nooit meer gezien. Ik was 11 toen ze mijn moeder meenamen en ik heb haar ook nooit meer gezien. Ik overleefde het getto alleen met mijn broer, die drie jaar ouder is dan ik," zegt hij. 

De herinneringen aan de pijn in zijn maag van de honger, zal hem altijd bijblijven. "We moesten de hele dag doorgaan zonder te eten, we aten soms sneeuw in de vrieskou," herinnert hij zich.

Levi maakte Aliyah naar Israël in 1948, diende in de IDF en sloot zich aan bij de politie nadat hij uit het leger ontslagen was. Hij kreeg een appartement met 1,5 kamer in Beit She'an, waar hij met zijn vrouw en hun baby woonde. 

Levi Eden, toen hij jong was.

 "Er was daar een enorme ma'abarot. De bewoners veranderden voortdurend", zegt hij. "Eerst kwamen de Iraakse Joden, die in wankele hutten of hutjes woonden. Toen ze naar appartementen verhuisden, kwamen de Marokkaanse Joden om hen te vervangen. Toen die vertrokken, kwamen de Jemenieten en uiteindelijk de Perzen.

"Vooral de Jemenitische kinderen staan in mijn geheugen gegrift. Ze waren vel over been en ze herinnerden me aan de overlevenden van concentratiekampen. Toen ze naar Beit She'an werden gebracht, kwamen maatschappelijk werkers en namen ze mee naar het ziekenhuis om behandeld te worden. Toen ze weer in het kamp terugkeerden, herkenden hun ouders ze nauwelijks. Toen ze vertrokken, waren het bijna skeletjes en toen ze terugkwamen waren ze helemaal opgebloeid.

Politieagenten in het immigrantenkamp (Foto: National Photo Collection)

"Sommige ouders verhuisden ook naar andere kampen. Voorbeeld: soms ging de helft van een gezin naar Beit She'an en de andere helft naar Afula. De maatschappelijk werkers probeerden hen te bellen toen een van de kinderen in Afula in het ziekenhuis lag, maar toen ze het kind na drie weken terugbrachten, waren de ouders er niet meer, dus werd het teruggebracht naar het ziekenhuis. Ik vermoed, maar het kan niet worden bewezen, dat sommigen van deze kinderen degene zijn waarnaar tot op de dag van vandaag wordt gezocht.”

Dit is de versie van Levi, gebaseerd op wat hij met zijn eigen ogen zag terwijl hij als politieagent in de kampen diende.  De verdwijning van Jemenitische kinderen is een van de meest pijnlijke wonden in de hedendaagse Israëlische samenleving.

Jaren later behaalde Levi een doctoraat in maatschappelijk werk. "Ik ging aan de slag als reclasseringsambtenaar en leidde de jeugdreclassering in Israël. Ik heb twaalf kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen. Ik won, " zegt hij.

Angst en frustratie

Het verhaal van de kampen van immigranten en de ma'abarot wordt verteld in een nieuwe docu-serie in vier afleveringen van de Israel Public Broadcasting Corporation (IPBC), Channel 11. De serie, "Ma'abarot", die is gemaakt door Dina Zvi-Riklis, Shay Lahav, Arik Bernstein en Hila Shalem Baharad is gebaseerd op archiefmateriaal dat nog niet in het openbaar is verschenen en op interviews met tientallen immigranten die op dat moment in Israël aankwamen. De show brengt de enorme kloof tussen Mizrahi en Ashkenazi-joden aan het licht in de begindagen van de staat. De nieuwe immigranten kwamen vanuit Oosterse landen naar het Beloofde Land. Door hun ogen gezien gaf het een ongefilterde blik op een tijd die onze samenleving vormgaf. En natuurlijk gaat het ook over het gevoel van discriminatie en racisme dat tot op de dag van vandaag bij ons aanwezig is.

Criminoloog Abraham Hemo, 85, die ook het nationale basketbalteam van Israël opleidde, emigreerde vanuit Egypte naar Israël en werd naar een kamp in Pardes Hanna gestuurd. Toen hij opgroeide, werd ook hij een politieagent in de kampen.

Abraham Hemo (Foto: Yariv Katz)

 "Als je me vraagt of er sprake was van criminaliteit in de kampen van immigranten en de ma'abarot, is het antwoord ‘ja’. De interessante vraag is, waarom?" zegt Hemo. "Er zijn verschillende soorten criminaliteit: het ene komt voort uit frustratie, het andere uit gebrek (ik steel omdat ik honger heb) en het derde heeft te maken met angst en vrees en de wens om te ontsnappen in drugs en alcohol. In die tijd vielen veel vergrijpen in de eerste twee categorieën: mensen waren gefrustreerd omdat ze opgesloten zaten in kampen en er niet uit konden.  Verveling sloeg toe en dat eindigde in gevechten met elkaar en met regeringsvertegenwoordigers Er was ook geweld tussen buren en binnen het gezin. Zowel volwassenen als kinderen in de kampen van immigranten stalen, niet van elkaar, maar uit nabijgelegen steden. Zij slopen door de hekken naar buiten. Er was ook sprake van prostitutie, vrouwen die geen eten hadden verkochten hun lichaam voor voedsel en kleding. "

"In de jaren vijftig werden bijna 300.000 mensen opgenomen in de kampen en in de ma'abarot." De criminaliteit in de ma'abarot was hoger dan die van de algemene bevolking, "zegt hij.

"Er zijn vier hoofdredenen die ervoor zorgen dat een man een misdrijf pleegt." De eerste heeft te maken met de persoon zelf en zijn persoonlijkheid, andere hebben te maken met familie en vrienden. In het kamp woonde iedereen vlak op elkaar. Als er in het hele gezin criminaliteit was, was dat het model, waarin kinderen hun ouders volgden. Een andere reden is de leefomgeving waarin mensen leefden. De barre omstandigheden leidden ertoe dat mensen de controle verloren. Veel mensen ontsnapten vanwege angst en frustratie, mensen waren depressief, sliepen 12 uur per dag.  Er werden veel mensen in het ziekenhuis opgenomen of vluchtten naar de grote stad. Er waren ook veel gevallen van zelfmoord: mensen sprongen voor de trein, slikte pillen, hingen zichzelf op," zegt Hemo.

Alle nieuwe immigranten die in Israël aankwamen, kwamen via de Haifa-haven naar Sha'ar HaAliya, een opvangkamp voor immigranten. "Mensen zaten drie, vier of vijf dagen in tenten te wachten om ingedeeld te worden. De eersten die een speciale behandeling kregen, waren zij die door de vertegenwoordigers van de kibboetsen uitgekozen werden," zegt Hemo.

Politieagenten in de opvangkampen voor immigranten (Foto: National Photo Collection)

"Gezinnen die minstens één persoon hadden die kon werken, werden naar de ma'abarot gestuurd, terwijl de overgeblevenen naar de immigrantenkampen gingen. Daar werden ze voorzien van een tent, kregen emmers en werden in bewaring genomen, " zei hij.

"Ik was 15, de enige volwassene in de familie. We woonden in een tent en we hadden bedden van het Joodse Agentschap. Om te voorkomen dat het bed in de modder zou zakken, hadden we blikken met voedsel onder de poten van het bed gezet. 's Ochtends zetten we de bedden opzij en leefden in de ruimte die er nog in de tent over was.

"De moeders waren de hele dag bezig met wassen, koken en schoonmaken. De vaders die niet werkten werden gefrustreerd en gezinnen vielen uiteen. Gelukkig was ik een atleet, een basketbalspeler voor Hapoel Haifa. Ik stond om vijf uur op, ging aan het werk in Hadera in de bouw. ‘s Middags nam ik de bus om te gaan oefenen. Om 23.00 uur was ik weer terug in de tent, " vertelde hij.

Abraham Hemo was een prof basketballer

Tijdens zijn IDF-dienst diende Hemo in de Golani Brigade, voltooide de bevelhebbersopleiding en bleef werken om voor zijn gezin te zorgen. Toen hij werd ontslagen uit het leger, sloot hij zich aan bij de politie.

"Onze lichting was in 1955. Het had enorm geregend en het hele Kordani-kamp in Kiryat Haim was overstroomd. We moesten mensen helpen, ze uit de ma'abarot halen. In de loop van de jaren heb je de moeilijkste herinneringen gewist, maar terugdenkend, was het heel moeilijk voor de bewoners. Als we nu alle mensen zien die de gevechten in Syrië ontvluchten en in vluchtelingenkampen leven, het was toen precies zo.  Het feit dat mensen het overleefden en daar wegkwamen, was echt een wonder. “

Politieagenten in de immigrantenkampen. (Foto: National Phot Collection)

Vertel me over je werk als politieagent.

"Als politieagenten hielpen we vaak bij de ma'abarot. Er gebeurde allerlei tragische dingen: ziekten en criminaliteit.  Er waren altijd geschillen tussen mensen uit verschillende culturen.  Er was een mengeling van Roemenen, Polen, Egyptenaren, Irakezen, Koerden, Perzen en Jemenieten, elk met zijn eigen cultuur en wereldbeschouwing. Naast seculiere mensen waren er ook religieuzen. Er waren geen afzonderlijke synagogen. We moesten de orde handhaven en overtredingen onderzoeken. 

"Maar de politieagenten waren zachter, ik en vele andere politieagenten kwamen zelf uit de immigrantenkampen, dus waren we al barmhartiger. In eerste instantie voelde ik me geen politieagent en gedroeg ik me als een barmhartige vrijwilliger. Als onze dienst was afgelopen, gingen we niet naar huis, maar bleven om te helpen en gedroegen ons niet als politie. "

Maar er waren ook gevallen van geweld, protesten en arrestaties.

"Tijdens de Wadi Salib-rellen was het erg moeilijk (in 1959, toen immigranten in opstand kwamen na het neerschieten van een Marokkaanse joodse immigrant door politieagenten). In dat geval handelden we als politieagenten en moesten mensen worden gearresteerd. Maar in de ma'abarot, dachten we vaak, zelfs als we iemand zagen stelen, “nou ja, wat geeft het?” Hij heeft gestolen omdat hij honger had. We waren vergevingsgezind. We vergaten nooit waar we zelf vandaan kwamen.'

Politieagenten met nieuwe immigranten in Israël(Foto: National Photo Collection)

Toch was deze tijd - voor veel ouders, kinderen en zelfs kleinkinderen - een diepe wond die niet zal genezen; een donkere tijd van racisme en discriminatie.

"Ik ben het niet eens met deze beoordeling. Mijn vrouw emigreerde op vierjarige leeftijd met haar ouders vanuit Europa. Wij hadden tenminste de ma'abarot en kregen voedsel. Zij hadden niemand, die ook maar iets aan hen kon geven. Niemand was er om ze in huis te nemen. Bij de ma'abarot was er iemand die je dekens, bedden, eten en werk kon geven. Er waren dus mensen die een ander soort hel doormaakten.

"Daarnaast denk ik dat de ma'abarot de mensen sterker heeft gemaakt. Mensen die in de ma'abarot en immigrantenkampen zijn opgegroeid en hard hebben gewerkt, werden sterker. Niet allemaal, er waren mensen met wie het bergafwaarts ging. En voor sommigen bleef die wond   door de generaties heen.  Maar over het algemeen mogen we onszelf ook een schouderklopje geven. "

'We leefden van dag tot dag' 

Tzadok Malichi, 80, emigreerde met het gezin vanuit Jemen toen hij negen was. "Ik ging door vier ma'abara," zegt hij met een glimlach. "Ik begon in Rosh HaAyin en verhuisde toen naar Beit Lid, Tiberias en uiteindelijk naar Emek Hefer. Ik diende 22 jaar in de IDF en werd ontslagen met de rang van luitenant-kolonel," zegt hij trots. Na zijn ontslag uit het leger begon hij te werken als secretaris van een arbeidersraad.

Malichi herinnert zich het harde leven in de ma'abarot, de voedseltekorten en de honger. "We aten wat we kregen. Vader werkte 10 dagen per maand in openbare werken voor werklozen. Moeder werkte in de huishouding. We leefden van dag tot dag. We kochten brood en margarine en konden ons soms wat jam veroorloven. Zo groeiden we op en leefden op die manier.” 

Politieagenten in de immigrantenkampen. (Foto: National Photo Collection)

 Herinner je je de politieagenten?

 "Ik herinner me één incident in het bijzonder. Er was één vrouw die gras ging kopen voor haar geit voor Sabbat, ze nam ook 2-3 sinaasappels mee uit de nabije ‘moshav’, de bewaker van de ‘moshav’ betrapte haar en joeg zijn hond achter haar aan. De hond beet haar. Haar zoon kwam die dag terug uit het leger en trof zijn moeder gewond in het ziekenhuis aan. " 

De zoon verzamelde enkele van zijn vrienden uit het leger en de groep sloeg de bewaker overhoop en doodde de hond. "Ik zag dit met mijn eigen ogen gebeuren. Ze gaven de bewaker een flink pak slaag, eigenlijk wilden ze hem doden maar besloten het niet te doen", zegt Malichi.

 De bewaker diende een klacht in bij de politie en vervolgens werden de politieagenten er op af gestuurd om degene te vinden die hem had geslagen. De politie ging met een voertuig op Sabbat het kamp binnen en de Jemenieten kwamen tegelijkertijd uit de synagoge. Elk van hen trok een paal uit het hek, sloeg alle spiegels en voorruiten van de politieauto's kapot en sloeg ook de politieagenten in elkaar. Later ging iedereen terug naar de synagoge om te bidden.

'' s Nachts kwamen politieagenten uit het hele land, bijna 800 politieagenten, en elk werd naast een hut neergezet. 's Morgens arresteerden ze iedereen die de hutten kwam en er jonger dan 17 jaar uitzag en overeenkwam met de beschrijving van de bewaker. Ze zetten de gevangenen in een rij, maar de politieagenten hebben niemand herkend.”

Politieagenten in het immagrantenkamp(Foto: National Phot Collection)

Net als veel andere Jemenitische families had Malichi een neef die verdween. "Zijn naam is ook Tzadok. Ik denk niet dat het gepland, gecoördineerd of door de overheid was toegestaan, maar honderden kinderen zijn gekidnapt", zegt hij. 

'Het is een wond ... ik begrijp de verontwaardiging en de pijn. Als er bij iemand uit het Noorden van Tel Aviv een kind was meegenomen, zou hij hemel en aarde bewogen hebben om het te vinden. Mensen die twee jaar jonger zijn dan ik, herinneren zich dat ze een broertje of zusje misten. Het is een schandvlek tot op de dag van vandaag, het kan niet worden uitgewist. " 

Branden en brandstichtingen 

Prof. Sami Shalom Chetrit, het hoofd van de School of Audio & Visual Arts aan het Sapir College en de auteur van 'The Mizrahi Struggle in Israel', wijst op de motieven voor onderdrukking, verzet en protest in de kampen van immigranten.   

"In het begin was er misschien sprake van oproer, maar al snel werden hekken neergezet en bewakers aangesteld", zegt hij. "Het is belangrijk om te begrijpen waar dit vandaan komt. Er waren heel veel mensen in de ma'abarot. Dit was een publiek dat David Ben Goerion (eerste Israëlische premier) later nodig had om te integreren. Maar op dit moment leefden ze in de kampen, in blikken barakken, hutten, tenten, wachtende mensen. Dit gaat niet lukken zonder absolute controle.

Politieagenten in de immigrantenkampen(Foto: National Photo Collection)

"Er waren hele moeilijke dingen. Je kon overlevenden van de Holocaust door het prikkeldraad zien kijken en aan de andere kant van het hek zien staan, terwijl Joodse wachters hen in de gaten hielden. Een persoon die net door een hel was gegaan, vond tegenover zich een Joodse soldaat met een geweer. Ik heb het niet over hele gemeenschappen, die uit Irak of Jemen kwamen, maar over mensen die hun hele familie verloren hadden in de Holocaust. Zij beseften in een ogenblik dat ze niet langer controle over hun leven hadden .

"Ben-Gurion wilde elke beweging beheersen, dus er waren zeer strikte regels, inclusief avondklok en in- en uitreisvergunningen. De gemeenschappen verloren alles, ze verloren de controle over hun eigen leven. Niet alleen waren ze niet in staat om de kost te verdienen, iemand anders gaf hen te eten en daarvan waren zij afhankelijk. Van de ene op de andere dag werden ze vluchtelingen. Het leidde tot schermutselingen en politieagenten gebruikten geweld om de protestanten uiteen te drijven. In veel situaties schoten de vlammen hoog op en werd er ook in de tenten brand gesticht. Er was zelfs een demonstratie waarbij een man werd neergeschoten en gedood. "

Politieagenten in de immigrantenkampen(Foto: National Photo Collection)

Chetrit beschreef de harde reacties op de protesten van de immigranten. "Ze kregen geen medische behandeling, hun stroom werd afgesneden." In één geval (in 1953) sloot Mekorot (het nationale waterbedrijf van Israël) de watervoorziening af in een kamp bij Rehovot. Toen verschillende gevallen van dysenterie werden gemeld, weigerden de artsen om de patiënten te behandelen, omdat ze geen premie hadden betaald aan de vakbond van Histadrut. Ze kregen straf op straf, "zegt hij.

Een van de ernstigste beledigingen, zegt hij, was in 1952, toen sommige immigranten, bovenop de moeilijke omstandigheden, een voorkeursbehandeling kregen. "Ze besloten om de emigratie uit Marokko te stoppen, nadat ze ontdekten dat de Marokkaanse Joden het meest ophitsten," zegt Chetrit. "Datzelfde jaar ontdekten de bewoners van de ma'abarot dat hun buren, de Roemenen, verdwenen waren. Zij hadden een huis gekregen. Het deed mensen pijn dat hun buren een voorkeursbehandeling kregen en zij moesten jaren wachten op hun beurt (om huisvesting te ontvangen). Ze waren niet blind, ze konden zien wat er aan de hand was. "

"Er was een overeenkomst tussen de Israëlische autoriteiten om de Europeanen zo snel mogelijk uit de kampen te verwijderen. Sommigen kregen direct permanente huisvesting, in tegenstelling tot de Mizrahi-joden. Deze opeenstapeling van onrechtvaardigheden leidde tot de grote rellen van Wadi Salib in 1959. "

 “De politie deed haar werk,” zegt hij. "Het bevel om de inwoners te beperken tot de ma'abarot en kampen kwam van de regering.  De politie trad op met harde hand. Ze moesten elke dag rellen en protesten uiteendrijven en hongerstakingen voorkomen. We praten hier over gebrek aan voedsel. Mensen zagen zichzelf nog een jaar leven in deze omstandigheden, zonder voedsel en met amper werk, terwijl de droom van verlossing aan stukken lag. ‘Wij dachten naar het land van Israël te gaan, waar de ballingen binnengehaald zouden worden’.

"De Mizrahi-families kwamen van de boten en droegen driedelige pakken. Volgens hen zouden ze getuige zijn van de terugkeer van de Messias. Elke dag werd de droom weer in stukken geslagen. Dit is door de generaties heen doorgegeven."

Bron: ynetnews.com

 פרסום ראשון: 03.03.19, 00:12

_______________________________________________________________

ENGLISH:

Noam Barkan|Published:  03.03.19 , 00:12

In the early years of the Jewish state, new immigrants were sent to 'ma'abarot', tent cities of Jews from all over the world; conditions were tough and while many of the officers policing these shanty towns grew up there themselves, when the reisdents rioted, they were met with a firm hand.

Hundreds of tents sway to and fro in the cold wind; heavy rain pours down on them, and there is only mud underfoot. The new immigrants spend days waiting in line—for the shower, for the bathroom, for food—stripped entirely of any modicum of privacy. To ensure no one leaves the migrant camps or the ma'abarot (1950s Israeli transit camps deemed a step up from the migrant camps), the Israeli government instructed the police in 1949 to establish the "camp police."

The immigrants' camps were surrounded by fences. Several hundred officers were guarding the ma'abarot, mostly to ensure the immigrants don't leave unsupervised or independently search for housing solutions outside the ma'abara.

The police force worked in conjunction with the Jewish Agency's Absorption Department, which was responsible for the upkeep of the transit camps' fences. "We asked the police to take on the management of the detention of the immigrants, which is necessary both for medical reasons and to provide the new immigrants with direction," the head of the Agency's Absorption Department, Giora Yoseftal, wrote to the Israel Police in 1951. 

Deputy police commissioner David Nachmias raised questions about the prolonged detention, as the detention of immigrants in fenced-off camps, supervised by police, led to harsh criticism both in the media and from the public.

In a parliamentary question, MK Ya'akov Meridor wrote: "Is the honorable minister aware of the fact the immigrants' camp, in their appearance, give the impression of concentration camps? Does the honorable minister not believe that it is beneath the State of Israel to hold new immigrants behind barbed wire fences?"

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection)

Levi Eden, 87, a Holocaust survivor who went on to become a police officer in the camps, says the sights of hungry children at the ma'abarot reminded him of his childhood in Hungary during the Holocaust, and made him more sympathetic to their situation and understanding of their crimes.

"The Ma'abarot children stole food, and stole fish from the farms of nearby kibbutzim," Eden says. "In Tiberias, they fled to the beach on Fridays and stole food from people who came from Tel Aviv to spend the weekend on the shores of the Kinneret. The children were hungry. My commander told me, 'You're not a social worker,' but it wasn't that simple for me. Often I would give children the sandwich I brought from home and bought tea for them from the kiosk. I saw that they were simply hungry."

Levi Eden (Photo: Yariv Katz) 

"I couldn't be mad at them; but I did open criminal records for them and took them to court. Parents would often encourage their children to steal a second and third time, because they knew that on the fourth time they would be sent to a home—where they would receive food, housing and education paid for by the state," Eden says.

Did you understand where they were coming from?

"I too stole food. In the ghetto, if you didn't steal food, you died. I don't even remember what we ate. On the day of liberation, I went with my brother outside the ghetto walls, and we found a basement that had been looted, but inside we found cocoa. I took off my hat, and with my hands I collected cocoa off the floor and brought it to my grandmother. She cooked it with water—no sugar or anything. But believe me, it was the best cocoa I ever drank."

Police at Ma'abarot immigrants camp (Photo: National Photo Collection

Eden was 10 when the Nazis sent his father to a labor camp. "I never saw him again. I was 11 when they took my mother, and I never saw her again either. I survived the ghetto alone with my brother, who is three years older than me," he says. 

The memories of that hunger, which was so bad his stomach twisted in pain, will never leave him. "I would go on entire day without eating; we would eat snow in the freezing cold," he remembers.

Levi made Aliyah to Israel in 1948, served in the IDF and joined the police upon his army discharge. He received a 1.5-room apartment in Beit She'an, where he lived with his wife and their baby.

Levi Eden when he was a young man

"There was a massive ma'abara there. The residents kept changing," he says. "First came the Iraqi Jews, who lived in tin shacks or huts. When they moved to apartments, came the Moroccan Jews to replace them. When they left, the Yemenites came, and finally the Persians. 

"I mostly saw the Yemenite children; this is what has been etched into my memory. They reminded me of the survivors of concentration camps; they were skin and bones. When they were brought to Beit She'an, social workers came and took them to the hospital for treatment. When they were returned to the camp, their parents could hardly recognize them. They left in a skeletal state and when they came back, they were thriving

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection)

"Some of the parents also moved to other camps—for example, one family went half to Beit She'an and half to Afula. (The social workers) tried to call them when the child was in hospital in Afula, but when they brought the kids back after three weeks, the parents were no longer there, so they were taken back to the hospital. I am guessing—but it can't be proven—that some of these kids are the ones being searched for to this day."

This is Levi's version, based on what his saw with his own eyes while serving as a policeman in the camps, of one of the most painful wounds in Israeli society today—the disappearance of Yemenite children.

Years later, Levi finished a doctorate's degree in social work. "I went to work as a probation officer and ran the juvenile probation service in Israel. I have 12 grandchildren and five great-grandchildren. I won," he says.

Fear and frustration

The story of the immigrants' camps and the ma'abarot will be told in a new docu series over four episodes on the Israel Public Broadcasting Corporation (IPBC), Channel 11. The series, "Ma'abarot"—which was created by Dina Zvi-Riklis, Shay Lahav, Arik Bernstein and Hila Shalem Baharad—is based on archive materials that have yet to see the light of day and interviews with dozens of immigrants who arrived in Israel at the time. The show highlights the massive gaps created between Mizrahi and Ashkenazi Jews in the early days of the state. It allows a filter-free look at a time that shaped our society, through the eyes of the new immigrants who arrived to the Promised Land from eastern countries. And, of course, it also deals with the feeling of discrimination and racism that remain with us to this very day.

Criminologist Abraham Hemo, 85, who also trained Israel's national basketball team, immigrated to Israel from Egypt and was sent to a camp in Pardes Hanna. When he grew up, he too became a police officer in the camps

Abraham Hemo (Photo: Yariv Katz)

"If you're asking me whether there was criminality in the immigrants' camps and the ma'abarot, the answer is yes. The interesting question is why," Hemo says. "There are several types of criminalities: one derives of frustration, another of absence—I steal because I'm hungry—and the third has to do with fears and anxieties and the desire to escape into drugs and alcohol. At that time, there were many crimes of the first two types: people were frustrated because they were cooped up in camps and couldn't leave. Boredom intensified, and they would fight all day—among them and with government representatives. There was also violence between neighbors and inside the family. Both adults and children at the immigrants' camps would steal, but not from each other—they would sneak through the fences and steal from nearby towns. There was also prostitution—women who didn't have any food sold their bodies for food and clothing."

"In the 1950s, close to 300,000 were absorbed into the camps and the ma'abarot. The crime rate in the ma'abarot was higher than its rate among the general population," he says.

"There are four main reasons that cause a man to commit a felony. The first has to do with the person himself and his personality. Others have to do with family and friends. In the camp, everyone lived together. If the family turned to crime, that was the model and children would learn from their parents. Another reason is the environment people lived in. The harsh conditions led people to lose control. Many people escaped because of fear and frustration—people were depressed, slept for 12 hours a day. A lot of people were hospitalized or fled to the big city. There were a lot of cases of suicide as well. People would jump in front of trains, take pills, suffocate themselves," Hemo says.

All of the new immigrants who arrived in Israel came through the Haifa Port to Sha'ar HaAliya, an immigrant absorption camp. "People would sit for three, four and even five days in tents waiting to be sorted. The first ones, who got special treatment, were the ones the representatives of the kibbutzim chose," Hemo say

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection)

"Families that had at least one person who could work would be sent to the ma'abarot, while those who were left were sent to the immigrants' camps, where they were provided for, given a tent and buckets, and put in detention," he says.

"I was 15, the only adult in the family. We lived in a tent, and we had beds from the Jewish Agency. To stop the bed frame from sinking into the mud, we'd take canned goods and put them under the bed legs. In the morning, we'd move the beds aside and live in what was left of the tent.

"The mothers were busy all day with laundry, cooking and cleaning. The fathers who didn't work were frustrated and families fell apart. Luckily, I was an athlete, a basketball player for Hapoel Haifa. I'd wake up at 5am, go to work in construction in Hadera, and in the afternoon I'd get a bus to go to practice. I'd come back to the tent at 11pm," he says.

Abraham Hemo playing professional basketball

During his IDF service, Hemo served in the Golani Brigade, completed the commanders' course, and kept working to provide for his family. When he was discharged from the army, he joined the police. 

"Our course was in 1955, there was massive rainfall and the entire Kordani camp in Kiryat Haim was flooded. We had to help people, get them out of the ma'abarot. Over the years, you erase the difficult memories, but thinking back, it was very difficult for the residents. All of the people we see fleeing the fighting in Syria and living in refugee camps—it was exactly like that. The fact people survived it and got out of there is a true miracle."

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection)

Tell me about your work as a police officer.

"As police officers, we would often provide assistance at the ma'abarot. There were always tragedies as well: diseases and criminality. There were always disputes between people from different cultures. There was a mixture of Romanians, Poles, Egyptians, Iraqi, Kurdish, Persians and Yemenites. Each and his culture and worldview. There were religious alongside the secular; there weren't separate synagogues. We had to maintain order and investigate offenses. 

"However, the police officers were softer. I, and many other policemen, came from the immigrants' camps, so we were already merciful. At first I felt like I was acting as a merciful volunteer, not a police officer. Most of the police officers ... when our shift was done, we didn't go home, we stayed to help ... we weren't acting as police."

But there were also cases of violence, protests and arrests.

"During the Wadi Salib riots (in 1959, when immigrants rioted following the shooting of a Moroccan Jewish immigrant by police officers), it was very difficult. In this case, we acted as police officers and had to arrest people. But in the ma'abarot, even if we saw someone stealing—so what? He stole because he was hungry. We were forgiving. We always remembered where we came from.

Police officers with new immigrants to Israel (Photo: National Photo Collection)

Still, this time was—for many parents, children and even grandchildren—a deep wound that won't heal; a dark time of racism and discrimination.

"I don't agree with this assessment. I have a wife who emigrated from Europe with her parents when she was four. We at least had the ma'abarot; someone to give us food. They didn't have anyone to give them anything. No one was there to take them in. At the ma'abarot, there was someone to give you blankets, beds, food and work. There are people who went through a different kind of hell.

"In addition to that, I think the ma'abarot made people stronger. People who grew up in the ma'abarot and immigrants' camps and worked hard became stronger. Not all of them; there were those who went downhill, and for some that wound remains through the generations. But in general, we should also give ourselves a pat on the back."

'We lived hand-to-mouth' 

Tzadok Malichi, 80, emigrated with his family from Yemen when he was nine. "I went through four ma'abarot," he says with a smile. "I started in Rosh HaAyin, then moved to Beit Lid, Tiberias and finally to Emek Hefer. I served in the IDF for 22 years and was discharged with the rank of lieutenant colonel," he says with pride. After his discharge from the army, he began working as secretary of a workers' council.

Malichi remembers the hard life in the ma'abarot, the food shortages and the hunger. "We ate what we were given. Father worked in public works projects for the unemployed for 10 days a month. Mother worked in housekeeping. We lived hand-to-mouth. We'd buy bread and margarine and sometimes add some jam. And this is how we lived and grew up."

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection)

Do you remember the police officers?

"I remember one incident in particular. There was one woman who went to get grass for her goat for Shabbat. She took 2-3 oranges from the nearby moshav as well. The moshav's guard caught her and set his dog on her. The dog bit her. Her son came back from the army that day and found his mother wounded in the hospital."

The son gathered some of his friends from the army, and the group beat up the guard and killed the dog. "I saw this with my own eyes, they gave the guard quite a beating, they wanted to kill him but decided against it," says Malichi.

"The guard filed a complaint with the police, and then cops were sent to find whoever beat him. The cops went into the camp with a vehicle on Shabbat, and the Yemenites came out of the synagogue. They each got a stick from the fences, smashed all of the mirrors and windshields of the police cars, and beat up the cops. Later, everyone went back to the synagogue to pray.

"At night, cops from all across the country came—close to 800 police officers—and each was stationed next to a hut. In the morning, they arrested anyone coming out of the huts that appeared younger than 17 and matched the description given by the guard. They put the detainees in a lineup, but the police officers didn't recognise anyone."

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection)

Just like many Yemenite families, Malichi had a cousin who disappeared. "His name is also Tzadok. I don't think it was planned or coordinated or government-sanctioned, but hundreds of children were kidnapped," he says.

"It's a wound ... I understand the outrage and the pain. If someone from northern Tel Aviv had their child taken, he would've moved heaven and earth to find him. There are people two years younger than me who remember having a little brother or sister taken. It's a stain to this day; it cannot be erased."

Fires and arsons 

Prof. Sami Shalom Chetrit, the head of the School of Audio & Visual Arts at Sapir College and the author of "The Mizrahi Struggle in Israel," points to the motifs of oppression, resistance and protest in the immigrants' camps.

"At first, there may have been rioting, but very quickly fences were put up and guards were posted," he says. "It's important to understand where this is coming from. There's a large public living in the ma'abarot, a public (first Israeli prime minister David) Ben-Gurion later needs to integrate, but right now they're in the camps, living in tin shacks, huts, tents—people in waiting. This cannot be done without absolute control.

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection) 

"There were very difficult sights; you could see Holocaust survivors looking through the barbed-wire and finding themselves on the other side of the fence, with Jewish guards watching them. A person who just went through hell finds himself in front of a Jewish soldier with a rifle. I'm not talking about entire organic communities, like the ones that came from Iraq or Yemen. People come in who lost their entire family in the Holocaust; they realize in a moment that they no longer have control over their lives.

"Ben-Gurion wanted to control every move, so there were very strict rules—including curfew and exit and entry permits. The communities lost everything; they lost control over their own lives. Not only were they unable to make a living, someone else was giving them food, and they were dependent on him. Overnight, they became refugees. It led clashes, and police officers used force to disperse protesters. There were many situations in which the flames rose too fast. There were arsons of tents; there was even a demonstration when a man was shot and killed."

Police officers in the immigrants' camps (Photo: National Photo Collection)

Chetrit described the harsh responses to the immigrants' protests. "They were denied medical treatment, their power would be cut off. In one case in 1953, (Israel's national water company) Mekorot cut off the water supply to a camp near Rehovot. When several cases of dysentery were reported, the doctors refused to treat the patients, because they hadn't paid fees to the Histadrut labor union. They received punishment upon punishment," he says. 

One of the gravest insults, he says, was in 1952 when, on top of the difficult conditions, some immigrants received preferential treatment. "They decided to stop the emigration from Morocco, after they found out (the Moroccan Jews) incited the most," Chetrit says. "That same year, the residents of the ma'abarot found out their neighbors, the Romanians, were disappearing. They were put in houses. It pained people that their neighbors received preferential treatment over them, and they had to wait years for their turn (to receive housing). They weren't blind; they could see what was going on."

"There was a convention (among Israeli authorities) to remove the Europeans from the camps as quickly as possible, and some of them were sent directly to permanent housing, unlike the Mizrahi Jews. It just added insult to injury. It all accumulated and led to the large Wadi Salib riots in 1959."

The police, he says, did their jobs. "The order to confine the residents to the ma'abarot and camps came from the government. The police took a firm hand against them: they had to disperse rioting, protests and hunger strikes every day. We're talking about food shortages. People see themselves living another year in these conditions, without food and with merger work, while the dream of redemption—we came to the Land of Israel, the ingathering of the exiles—was shattered. 

"The Mizrahi families came off the boats wearing three-piece suits, ceftain they would be witnessing the return of the Messiah, and every day the dream was smashed into more pieces. This has been passed down through the generations."

Credits: ynetnews.com

 פרסום ראשון: 03.03.19, 00:12

377 views