16 april 2019

2019-04-16: De mythe ‘land voor vrede' - The myth of 'land for peace'

Nederlands - English

NEDERLANDS:

De mythe ‘land voor vrede’ is een foute term die de internationale gemeenschap

Bron: Brabosch en Arutz Sheva7

Israëli’s en vrienden van de Joodse staat zijn gewend aan de nooit eindigende minachting die de Verenigde Naties koesteren jegens de enige vrije democratie van het Midden-Oosten, laat staan het verlangen naar vrede met al zijn Arabische buren. Het lijkt misschien onbegrijpelijk dat dezelfde instelling [VN] uiteindelijk verantwoordelijk was voor de oprichting van Israël.

In 1917 vertolkte secretaris Arthur Balfour simpelweg de mening van Groot-Brittannië ten gunste van “het vestigen in Palestina van een nationaal huis voor het Joodse volk”. Het mandaat daarentegen is de multilaterale bindende overeenkomst die het Joodse wettelijke recht vestigt om zich ergens te vestigen in het geografische gebied Palestina, het land tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee, een recht dat onveranderd geldt in het internationale recht.

Het Brits Mandaat was geen naïeve visie die kort door de internationale gemeenschap werd omarmd. De hele Volkenbond – 51 landen – verklaarde unaniem op 24 juli 1922: “Terwijl de historische band tussen het Joodse volk met Palestina en de gronden voor het herstel van hun nationale thuis in dat land werd erkend.”

Het Mandaat maakt duidelijk onderscheid tussen politieke rechten die verwijzen naar Joodse zelfbeschikking als een opkomende rechtsorde – en burgerlijke en religieuze rechten, verwijzend naar garanties van gelijke persoonlijke vrijheden voor niet-Joodse ingezetenen als individuen en binnen bepaalde gemeenschappen. Niet één keer zijn Arabieren een volk dat genoemd wordt in het Mandaat voor Palestina. Nergens in het document is er enige toekenning van politieke rechten aan Arabieren.

Artikel 2 van het document ‘Mandaat voor Palestina’, roept op om het land te plaatsen “Onder dergelijke politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden die de vestiging van het Joodse nationale huis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbestuur verzekeren. instellingen, en ook voor het beschermen van de burgerrechten en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras en religie.”

Artikel 5 van het ‘Mandaat voor Palestina’ stelt duidelijk dat “De Mandataris [Groot-Brittannië] verantwoordelijk is voor het feit dat geen Palestijns grondgebied zal worden afgestaan of verhuurd aan of op enige andere wijze onder de controle van de regering van enige buitenlandse mogendheid wordt geplaatst.” Het grondgebied van Palestina werd exclusief toegewezen aan het Joodse Nationale Huis.

Artikel 6 van het document ‘Mandaat voor Palestina’ stelt dat ‘het bestuur van Palestina, terwijl het ervoor zorgt dat de rechten en de positie van andere bevolkingsgroepen niet worden aangetast, Joodse immigratie onder passende omstandigheden vergemakkelijkt en in gezamenlijk operatie met het Joodse Agentschap als bedoeld in artikel 4, nauwe vestiging door Joden op het land, met inbegrip van staatsgrond en verwaarloosde gebieden die niet voor openbare doeleinden zijn vereist.”

Dienovereenkomstig wordt in dit artikel duidelijk gemaakt dat Joodse nederzettingen niet alleen toelaatbaar zijn, maar zelfs worden aangemoedigd. Joodse nederzettingen in Judea en Samaria (ook bekend als de ‘West Bank’), zijn aldus volkomen legaal. Het gebruik van de uitdrukking ‘Bezette Palestijnse Gebieden’ is een onoprechte term die de internationale gemeenschap misleidt, en moedigt de Palestijnse Arabieren aan om alle maatregelen te gebruiken om Israël aan te vallen, inclusief het gebruik van terrorisme.

Het Mandaat werd vervolgens beschermd door artikel 80 van het Handvest van de Verenigde Naties dat de blijvende geldigheid erkent van de rechten die zijn verleend aan alle staten of volken, of reeds bestaande internationale instrumenten, waaronder die welke zijn aangenomen door de Volkenbond. Het Internationaal Gerechtshof heeft consequent erkend dat het Mandaat de afgang van de Volkenbond heeft overleefd.

Juridische argumenten terzijde, is het vermeldenswaard dat de Arabieren nooit een Palestijnse staat hebben opgericht toen de VN in 1947 aanraadde om Palestina af te splitsen en om een ’Arabische en een Joodse staat’ te vestigen – geen Palestijnse staat, moet worden opgemerkt.

Noch hebben de Arabische landen een Palestijnse staat erkend of opgericht gedurende de twee decennia voorafgaand aan de Zesdaagse Oorlog toen de ‘Westelijke Jordaanoever’ onder Jordaanse controle was en de Gazastrook onder Egyptische controle stond. Evenmin riepen de Palestijnse Arabieren gedurende die jaren om autonomie, onafhankelijkheid of zelfbeschikking.

Politiek recht op zelfbeschikking als een staat voor de Arabieren, werd gewaarborgd door de Volkenbond, in vier andere mandaten: Libanon, Syrië, Irak en Trans-Jordanië.

Kaartje hieronder: Het Britse Mandaat voor Palestina op 24 april 1920 werd door de Volkenbond toegewezen als het Nationale Joodse Huis, aka het legale vestigingsgebied voor het Joodse volk; ook de Golan Hoogtes waren hier in opgenomen


_____________________________________
ENGLISH:

Credits: Arutz Sheva7

The use of the phrase “Occupied Palestinian Territories” is a disingenuous term that misleads the international community

Israelis, and friends of the Jewish State alike, are accustomed to the never-ending scorn the United Nations heaps on the Middle East’s only free democracy, never mind its desire for peace with all of its Arab neighbors. It may seem unfathomable then that the very same institution [UN] was ultimately responsible for the creation of Israel.

In 1917, Secretary Arthur Balfour simply expressed Great Britain’s view with favor for “the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people.”

In contrast, the Mandate is the multilateral binding agreement which laid down the Jewish legal right to settle anywhere in the geographical area called Palestine, the land between the Jordan River and the Mediterranean Sea, an entitlement unaltered in international law.

The Mandate was not a naive vision briefly embraced by the international community. The entire League of Nations – 51 countries – unanimously declared on that July 24th, 1922: “Whereas recognition has been given to the historical connection of the Jewish people with Palestine and to the grounds for reconstituting their national home in that country.”

The Mandate clearly differentiates between political rights referring to Jewish self-determination as an emerging polity—and civil and religious rights, referring to guarantees of equal personal freedoms to non-Jewish residents as individuals and within select communities. Not once are Arabs as a people mentioned in the Mandate for Palestine. Nowhere in the document is there any granting of political rights to Arabs.

Article 2 of the “Mandate for Palestine” document, calls to place the country “Under such political, administrative and economic conditions as will secure the establishment of the Jewish national home, as laid down in the preamble, and the development of self-governing institutions, and also for safeguarding the civil and religious rights of all the inhabitants of Palestine, irrespective of race and religion.”

Article 5 of the “Mandate for Palestine” clearly states that "The Mandatory [Great Britain] shall be responsible for seeing that no Palestine territory shall be ceded or leased to, or in any way placed under the control of the Government of any foreign power." The territory of Palestine was exclusively assigned for the Jewish National Home.

Article 6 of the “Mandate for Palestine” document, states that “the Administration of Palestine, while ensuring that the rights and position of other sections of the population are not prejudiced, shall facilitate Jewish immigration under suitable conditions and shall encourage, in co-operation with the Jewish Agency referred to in Article 4, close settlement by Jews on the land, including State lands and waste lands not required for public purposes.”

Accordingly, this article makes clear that Jewish settlements are not only permissible, but actually encouraged. Jewish settlements in Judea and Samaria (aka the 'West Bank'), so they are perfectly legal. The use of the phrase “Occupied Palestinian Territories” is a disingenuous term that misleads the international community, while encouraging Palestinian Arabs to use all measures to attack Israel, including the use of terrorism.

The Mandate was subsequently protected by Article 80 of the United Nations Charter that recognizes the continued validity of the rights granted to all states or peoples, or already existing international instruments including those adopted by the League of Nations. The International Court of Justice has consistently recognized that the Mandate survived the demise of the League of Nations.

Legal arguments aside, it is worth noting that the Arabs never established a Palestinian state when the UN in 1947 recommended to partition Palestine, and to establish “an Arab and a Jewish state” – not a Palestinian state, it should be noted. Nor did the Arab countries recognize or establish a Palestinian state during the two decades prior to the Six-Day War when the 'West Bank' was under Jordanian control and the Gaza Strip was under Egyptian control. Nor did the Palestinian Arabs clamor for autonomy, independence, or self-determination during those years.

Political right to self-determination as a polity for Arabs, were guaranteed by the League of Nations, in four other mandates: Lebanon, Syria, Iraq, and Trans-Jordan.

Eli E. Hertz is the president of Myths and Facts, an organization devoted to research and publication of information regarding US interests in the world and particularly in the Middle East. Mr. Hertz served as Chairman of the Committee for Accuracy in Middle East Reporting. 

© 2019 Myths and Facts Inc.

Map below: The British Mandate for Palestine on 24 April 1920 was assigned by the League of Nations as the National Jewish House, a.k.a. the legal settlement area for the Jewish people; it also included the Golan Heights. (Brabosch)


533 views