31 juli 2019

2019-07-31 De Iraanse vluchteling, die van de Joden en de staat Israël houdt - The Iranian refugee who loves the Jews and the State of Israel.

Atour Eyvazian brengt tijd door met IDF-soldaten tijdens zijn allereerste reis naar Israël deze week.  Atour Eyvazian spends time with IDF soldiers during his first-ever trip to Israel this week.

Nederlands - English NEDERLANDS:

Atour Eyvazian is een Assyrische / Armeense christen die is gevlucht voor religieuze vervolging in Iran en voor het eerst met zijn gezin op bezoek is in Israël

Door: Jerusalem Post

"Ik voel me alsof ik thuis ben in Israël," zei Atour Eyvazian, een Assyrische / Armeense christen, die de religieuze vervolging in Iran ontvluchtte. Eyvazian woont in Texas, maar zijn liefde voor de staat Israël is diepgeworteld. Hij bezoekt deze week voor het eerst het land.  "Ik liep eerder over de markt in Jeruzalem [Mahaneh Yehuda] en ik rook het fruit, raakte het aan en keek ernaar, praatte met de verkopers, met de mensen - zo was het ooit in Iran," zei hij. Hij bedoelde dat de diversiteit in Israël hem het gevoel gaf dat hij weer terug in zijn thuisland was. Het is het eerste wat hij zich herinnerde toen hij zijn verhaal begon te vertellen.  

Eyvazian werd in 1965 in Iran geboren, het kind van een Assyrische moeder en een Armeens-christelijke vader. "Vóór de Iraanse revolutie in 1979," herinnerde hij zich, "konden mensen goed met elkaar overweg ... zo was Iran, je kon vrij rondlopen, niemand besteedde aandacht aan wie Christen, Joods of Moslim was. Het leven was goed. Maar toen, na de revolutie, werd het moeilijk voor Christenen en Joden. "De regering veranderde en zij deelde de cultuur in hokjes," vervolgde hij, waarbij hij duidelijk maakte dat hij van de mensen in Iran houdt en dat de problemen in het land ontstonden door de regering, die volgens hem slecht is. Na de revolutie, als je geen Moslim was, "werd je gezien als onzuiver en geestelijk vies" - een ongelovige - "en als je naar de markt ging en daar fruit, groenten of items aanraakte, werd je verteld dat je het moest kopen" omdat het besmet was.

Toen Eyvazian 18 was, verliet hij illegaal Iran."Het was in het jaar 1984", vertelde hij de Post . “Ik vertrok door de bergen naar Turkije. Er waren twee gidsen die me naar Istanbul moesten brengen, maar ze lieten me bij de grens achter en beroofden me van alles. Ze namen alles mee - ik was er kapot van. ' Op de vraag waarom hij Iran verliet, zei Eyvazian dat hij de enige zoon in zijn familie was. "Mijn ouders wilden niet dat ik in het leger zou gaan", zei hij en legde uit dat het midden in de oorlog tussen Iran en Irak was en op dat moment kon iedereen tussen de 10 of 11 en 50 jaar worden opgeroepen om te vechten in het leger. "En als iemand uit een andere religie, werd je gezien als half mens, je was niet zoals zij," zei hij. "De minderheden zouden de oorlog ingestuurd worden en ze zouden dood terugkomen. Ze werden niet frontaal neergeschoten maar in de rug."  Hij legde uit dat hij, omdat hij 18 was, de perfecte leeftijd voor een soldaat, Iran niet legaal zou kunnen verlaten. "Het kostte me bijna een week om door de bergen naar Turkije te lopen," zei hij. “Ik had twee biljetten van $ 100 bij mij; mijn moeder had er een in elke kant van mijn broek genaaid zodat ik, als ik in de problemen kwam, een uitweg kon kopen. '

Eyvazian herinnerde zich ook het ijskoude weer terwijl hij door de bergen trok op weg naar de grens.“Toen de twee gidsen me verlieten, zag ik een oude man lopen en ik sprak met hem, hij sprak terug in Farsi en hij vroeg of ik uit Iran kwam. Ik vertelde hem dat dat zo was en dat ik ook op zoek was naar een bus."Hij wees en zei:" Ga gewoon rechtdoor ", maar Eyvazian had niet door dat hij in de val was gelokt om te worden gevangengenomen en opgesloten door de Turkse strijdkrachten.  "Hij heeft me verraden ... Ik ben gevangengenomen in Baskale," zei hij, “een stad dicht bij de grens tussen Turkije en Iran. Er kwamen vrachtwagens met soldaten, die honden, Duitse herders, loslieten.  Ik was omsingeld." Gedurende een periode van twee weken waarin hij door de bergen wandelde en vervolgens door de Turkse autoriteiten werd opgepakt, verloor hij 20 kg. In de gevangenis werd hij vreselijk behandeld, kreeg bijna geen voedsel, had minimaal toegang tot een badkamer/toilet en er werd nauwelijks tegen hem gesproken. Na 40 dagen werd hij vrijgelaten. Hij zei dat hij zijn vrijheid had gekregen door omkoping met het geld dat zijn moeder in zijn broek had genaaid. Hij liet de Post een groot litteken aan de bovenkant van zijn borst zien van een meswond die hij tijdens zijn tijd in de gevangenis had opgelopen.  

Zijn ouders waren in de vijftig en niet van belang voor de regering om te vechten. Zij verlieten Iran nadat ze ontdekten dat Eyvazian was opgepakt en gearresteerd door de autoriteiten. "Als een familielid of kind een misdrijf pleegde, zou het Iraanse regime de familie straffen om hen tot voorbeeld stellen," zei hij. Na een moeizaam proces en een verblijf van zes maanden in Turkije, kwam hij eindelijk naar de Verenigde Staten. Met trots zei hij altijd die datum: 4 november 1984, te onthouden. Hij begon te werken als conciërge en voor het eerst in zijn leven voelde hij zich vrij. "Ik voelde me altijd blij en glimlachte voortdurend," herinnerde hij zich. Tijdens zijn werk behaalde hij ook zijn bachelor en een MBA, en ondanks zijn worsteling bezit hij nu meerdere bedrijven en restaurants in de Verenigde Staten, waar hij woont met zijn gezin. 

Maar waarom houdt hij van Israël? Zijn passie voor de Joodse staat begon nadat hij ’s avonds op TV een reclame zag die informatie gaf over The International Fellowship of Christians and Jews. "Rabbi [Yechiel] Eckstein was op TV en sprak over het brengen van oudere Russische joden naar Israël," zei hij. Met zijn eigen reis in gedachten raakte hem dit diep, ook omdat zowel zijn vader als grootvader ontberingen hadden geleden in Rusland voordat ze naar Iran gingen.

Eckstein richtte in 1983 de Fellowship, zoals het nu bekend is, op, met als belangrijkste missie het bevorderen van begrip tussen Joden en Christenen en het opbouwen van bredere steun voor Israël. Eckstein stierf plotseling eerder dit jaar. De organisatie is overgenomen door zijn dochter, Yael Eckstein. "Ik heb altijd een warm plekje in mijn hart gehad voor de Joden en de Joodse cultuur. Er is hen zo vaak onrecht aangedaan en ik wil er alles aan doen om dat recht te zetten," benadrukte Eyvazian.

Atour Eyvazian plant bomen in de Golan Heights (Credit: The International Fellowship of Christians and Jews) 

 De Iraanse immigrant besloot onmiddellijk aan de Fellowship te gaan doneren, zoveel als hij kon. Hij hield in de loop van de tijd bij hoeveel mensen er door zijn donaties in de gelegenheid werden gesteld naar Israël te emigreren.  Later ontmoette hij Eckstein persoonlijk en zijn relatie met de Fellowshiporganisatie en bediening werd verder uitgebouwd. "De Fellowship brengt Joden en Christenen samen. Joden en Christenen hebben zoveel gemeen ... Christenen, zonder joden begrijpen hun wortels niet," zei hij. Hoe meer boeken ik las over wat er met Joden was gebeurd, hun vervolging en hun geschiedenis, hoe meer ik het gevoel kreeg dat Israël hun thuisland is. Hij voegde eraan toe dat het voor hem altijd een belangrijke vraag blijft: “Wat kan ik doen om hen te helpen? "

Hij besloot daarom met zijn gezin deze reis te maken, omdat zijn kinderen de universiteit hadden doorlopen en veel vragen over Israël hadden. "Ik wilde dat deze reis educatief voor hen zou zijn, om de stereotypen die we allemaal hebben te doorbreken," zei hij, eraan toevoegend dat het stereotype verhaal dat hij over nederzettingen had gehoord tijdens zijn bezoek volledig onderuitgehaald was. "Ik dacht altijd dat toen ze over nederzettingen spraken, het ging over een invasie, dat mensen van hun land werden gehaald en het aan de Joden werd gegeven," zei hij. "Dat is niet het geval.”

"Israël is een klein land met een paar miljoen mensen en miljoenen om hen heen die niet willen dat Israël bestaat," zei hij. Hij voegde er aan toe dat het een hoogtepunt voor hem was te zien dat in dat land de Bijbel tot leven kwam én dat het echt de enige democratie in het Midden-Oosten is.

"Wauw, hier is zoveel vrijheid, iedereen is zo vriendelijk en heeft een kleurrijke achtergrond," zei hij. “Je ziet orthodoxe Joden en vrouwen in bikini, mannen die roken - allemaal naast elkaar levend, en iedereen is hetzelfde. Dit is de ware betekenis van vrijheid. ' Gevraagd naar de boycotbeweging en degenen die Israël een apartheidsstaat noemen, zei hij: “Mensen die dat zeggen, kennen de waarheid niet. In dit land heb ik meer vrijheid dan waar ik ben geboren. Dat is nou democratie - iets slechts over Israël kan daar ook slecht genoemd worden.

"Het recht dat moslims in dit land hebben, hebben ze niet in hun eigen land. "Ik begrijp niet hoe ze kunnen praten over boycotten," zei hij, ook dat hij "verbaasd is over Joden die de staat Israël niet steunen." Hij riep zijn medechristenen op om de strijd om Israël te verdedigen op te voeren. "De strijd om Israël gaat over goed en kwaad," zei hij. "Mijn boodschap aan christelijke vrienden is dat ze het moeten opvoeren. De christenen moeten de joden ondersteunen. ' 

Gevraagd naar het Iraanse regime, benadrukte hij nogmaals dat hij zich zorgen maakt over en bezorgd is om het Iraanse volk, maar is het eens met de gevoelens van premier Benjamin Netanyahu dat de Iraanse regeringmoet worden gestopt. "Na 1979 begonnen ze niet alleen olie en gas, maar ook de revolutie te exporteren," zei hij. "De Iraanse regering is als een kanker, als we niets doen, zal het groeien. We moeten zoveel mogelijk landen achter ons krijgen om ze te stoppen." Hij moedigde het Iraanse volk aan om alles te doen wat ze kunnen om de internationale gemeenschap over de situatie in Iran te vertellen. Hij erkende dat hij weet hoe moeilijk dat is.

"Ik zal u bijstaan, Israël," zei hij. "Ik zal de berichten en de waarheid over Israël delen."


________________________________________________
ENGLISH:


Atour Eyvazian is an Assyrian/Armenian Christian who fled religious persecution in Iran, and is on a visit to Israel for the first time with his family

By Jerusalem Post

“I feel like I’m home in Israel,” said Atour Eyvazian, an Assyrian/Armenian Christian, who fled religious persecution in Iran. Eyvazian lives in Texas, but his love for the State of Israel is deeply set. He is visiting the country for the first time this week“I was walking around the market in Jerusalem [Mahaneh Yehuda] earlier and I was smelling the fruit, touching and looking at it, talking to the vendors, to the people – that is how it once was in Iran,” he said, implying that the diversity in Israel was what made him feel like he was back in his home country again. It’s the first thing he recalled as he began to tell his story.  

Eyvazian was born in Iran in 1965, the child of an Assyrian mother and Armenian-Christian father. “Before the Iranian Revolution in 1979,” he recalled, “people were getting along... that’s what Iran was like, you could walk around freely, no one paid attention to who was Christian, or Jewish or Muslim. Life was good. But then, after the revolution, things became tough for Christians and Jews.“The government changed and they divided the culture,” he continued, making it clear that he loves the people of Iran and that the problem with the country is its government, which he says is evil. Following the revolution, if you were not Muslim, “you were seen as impure and spiritually dirty” – an infidel – “and if you went to the market and touched fruit, vegetables or items there, you were told you have to buy it” because it was contaminated.

It was when Eyvazian was 18 that he left Iran illegally. “The year was 1984,” he told the Post. “I left through the mountains to Turkey. There were two guides who were to take me to Istanbul, but they left me at the border and robbed me of everything. They took everything – I was devastated.” Asked why he left Iran, Eyvazian said that he was the only son in his family. “My parents didn’t want me to go into the army,” he said, explaining that it was in the middle of the Iran-Iraq War and at that time anyone between the age of 10 or 11 and 50 could be used to fight in the military. “And as someone from a different religion, you were seen as half human, you weren’t like them,” he said. “The minorities would be sent to war and they would come back dead – and they were shot in their backs, not the front.”    He explained that because he was 18, the perfect age for a soldier, it would not be possible for him to leave Iran legally. “It took me almost a week to walk through the mountains to Turkey,” he said. “I had two $100 bills; my mother sewed one into each side on my pants so that if I got into trouble, I could buy my way out.”

Eyvazian also recalled the freezing conditions as he trekked through the mountains on his way to the border.“When the two guides left me, I saw an old man walking and I spoke with him, he spoke back to me in Farsi and I asked if I was coming from Iran, I told him I was and that I was also looking for a bus.“He pointed and said ‘just go straight,’” but little did Eyvazian know that he was being set up to be captured by the Turkish forces and incarcerated. “He basically sold me out… I was captured in Baskale,” a town close to the Turkey-Iran border, he said. “Trucks with soldiers came and they let out the dogs – German Shepherds – I was surrounded.”Over a two-week period in which he hiked through the mountains and was then being processed by Turkish authorities, he lost 20 kg.After spending 40 days in prison, during which he was treated terribly and given almost no food, little access to a bathroom, and was hardly spoken to, he was released. He said he bribed his way out with the money his mother had sewn into his pants. He showed the Post a large scar on his upper chest from a knife wound he received during his time in prison.  

His parents – who were in their 50s, “so the government didn’t care for them” – left Iran after finding out that Eyvazian had been caught and arrested by the authorities.“If a relative or child committed a crime, the Iranian regime would punish the family to make an example out of them,” he said.After an arduous process and a six-month stay in Turkey, he finally made it to the United States, making a point to proudly remember the date: “November 4, 1984.”He began working as a janitor and, for the first time in his life, he felt free.“I was always high and smiling,” he recalled.While working, he also got his bachelor's degree and an MBA, and despite his struggle, he now owns multiple businesses and restaurants in the United States, where he resides with his family.

But why does he love Israel? His passion for the Jewish state began after he saw an infomercial on late night TV for the International Fellowship of Christians and Jews. “Rabbi [Yechiel] Eckstein was on TV talking about bringing elderly Russian Jews to Israel,” he said, adding that this resonated with him and his own journey deeply as both his father and grandfather had been through hardships in Russia before going to Iran. 

Eckstein founded the Fellowship, as it is now known, in 1983, with its main mission to promote understanding between Jews and Christians and to build broader support for Israel. Eckstein suddenly passed away earlier this year. The organization has been taken over by his daughter, Yael Eckstein.“I’ve always had a soft heart for the Jews and Jewish culture, they have been wronged so many times and I want to do everything I can to right that wrong,” Eyvazian stressed.

Atour Eyvazian plants trees in the Golan Heights (Credit: The International Fellowship of Christians and Jews)  

The Iranian immigrant immediately decided to start donating whatever he could to the Fellowship, and over time kept count of how many people he had brought to Israel with the donations he made. He later met with Eckstein and his relationship with the Fellowship and its rabbi blossomed. “The Fellowship brings Jews and Christians together, Jews and Christians have so much in common... Christians, without Jews don’t understand their roots,” he said. The more I read books about what happened to Jews, their persecution and their history, the more I felt like that Israel is their home,” adding that he always questions, “what I can do to help them?”

He decided to take the trip with his family, because his children have gone through university and had a lot of questions about Israel. “I wanted this trip to be educational for them, to break the stereotypes we all have,” he said, adding that the stereotype he’d heard about settlements was totally shattered during his visit. “I thought when they spoke about settlements, that it was like an invasion – it meant people were being moved from their land and Jews were coming in," he said. "That’s not the case.

“Israel is a small country with a few million people and millions around them that don’t want it to exist,” he said, adding that seeing the Bible come to life and how this country really is the only democracy in the Middle East have been some of the highlights. “Wow, there is so much freedom here, everyone is so friendly and from colorful backgrounds,” he said. “You see Orthodox Jews, and women in bikinis, men smoking – all at the same time, and everyone is the same. This is the true meaning of freedom.” Asked about the boycott movement and those who call Israel an apartheid state, he said that “People who say that don’t know the truth. In this land, I have more freedom here than the place I was born. That tells you about democracy – anything bad toward Israel is evil.

"The right Muslims have in this country is something they wouldn’t have in their countries. “I don’t understand how they can talk about boycotting,” he said, adding that he is also “puzzled about Jews who don’t support the State of Israel.” He called on his fellow Christians to step up the fight in defending Israel. “The fight for Israel is about good and evil," he said. "My message to Christian friends is that they need to step it up. The Christians need to support the Jews.” 

Asked about the Iranian regime, he once again stressed that he worries and cares deeply about the Iranian people, but agrees with Prime Minister Benjamin Netanyahu’s sentiments about the government and that it has to be stopped.“After 1979, they began to export not only oil and gas, but the revolution as well,” he said. “The Iranian government is a cancer, and if we don’t do something, it will grow, we need to get as many nation's together to stop them.”He encouraged the Iranian people to do everything that they can to tell the international community about the situation in Iran, acknowledging that he knows how difficult such a thing is to do.

“I will stand by you, Israel,” he said. “I will share the messages and the truth about Israel.”

 

199 views