16 februari 2021

2021-02-16: IBM en de Holocaust: Twintig jaar bedrijfsontkenning - ‘IBM and the Holocaust’: Twenty Years of Corporate Denial

Nederlands - English:

NEDERLANDS

Het informatietijdperk werd niet geboren in Silicon Valley, maar in Berlijn  1933.

Door:  JNS - EDWIN BLACK

Om een blik in onze gevaarlijke toekomst te werpen, hoeven we alleen maar terug te kijken en te zien hoe IBM Hitler heeft geholpen tijdens de Holocaust, in het tijdperk voordat er computers bestonden. Nu is het tijd om ons af te vragen wat een Hitler-achtig regime vandaag zou kunnen doen en hoe snel met de hogesnelheids hand-held technologie van vandaag?

Twintig jaar geleden onthulde, IBM en de Holocaust glashelder onderbouwd met letterlijk een berg tastbare documentatie, dat IBM willens en wetens alle zes stappen van de Holocaust organiseerde: identificatie, uitsluiting, confiscatie, gettovorming, deportatie en zelfs uitroeiing, alles onder het micromanagement van zijn gevierde CEO, Thomas J. Watson, Sr., opererend vanuit zijn kantoor in New York op Madison Avenue, en later via Europese filialen.

Zonder IBM zou er altijd een Holocaust van honderdduizenden zijn geweest. De moordcommando's van de Einsatzgruppen en hun milities zouden dan nog steeds de Oost-Europese Joden kogel voor kogel hebben omgebracht in kuilen, ravijnen en afgelegen open plekken in het bos. Maar het was IBM die het Derde Rijk hielp bij het tot stand brengen van de industriële, razendsnelle Holocaust van zes miljoen mensen, waarbij gettobewoners over de treinen werden verdeeld, en vervolgens die treinen zorgvuldig in te plannen op weg naar concentratiekampen om ze daar binnen enkele uren te vermoorden en te verbranden, en zo de weg vrij te maken voor de volgende lading slachtoffers - dag en nacht.

Hollerith Type 3-S

IBM programma's controleerden de volkstelling en de registratieprocessen, organiseerden de verpaupering, en zorgden ervoor dat de treinen op tijd reden. In bijna elk concentratiekamp was er wel een IBM-klant - de Hollerith Abteilung - soms met tabuleer machines, soms met kaartorganisatoren. IBM ontwierp zelfs Duitsland's verfoeilijke uitroeiing-door-arbeid campagne, waar vaardigheden werden gekoppeld aan de behoefte aan slavenarbeid, en Joden werden opgeroepen om zich dood te laten werken. IBM's code voor een Joodse gevangene was "6" en zijn code voor gaskamer was "8". Het bewijsmateriaal bewijst onomstotelijk dat IBM een onmisbare en centrale partner was in de grootste misdaad uit de geschiedenis: De Holocaust. Maar voor IBM was het gewoon een bedrijfsproject.

Concentratiekamp verslagen waren handgeschreven of getypt. Maar ze vertonen ook het herkenningsteken Hollerith Erfasst, met de hand of met een stempel. Hollerith Erfasst betekent verwerkt door Hollerith machines. In bijna elk concentratiekamp was er een IBM-klantendienst, de Abteilung Hollerith. Met dank aan de Edwin Black collectie.

Watson was geen onbekende in de criminaliteit bij het nastreven van zijn zakelijke doelen. Hij was al veroordeeld voor afpersing in het beruchte National Cash Register-schandaal voordat hij ooit de teugels van IBM in handen kreeg. Door een technische fout in het bewijsmateriaal werd zijn veroordeling ongedaan gemaakt en ontsnapte Watson aan gevangenisstraf.

Watson kreeg een percentage van elke Reich-transactie en werd in 1937 door Hitler in Berlijn geëerd op een grootse prijsuitreiking.

Hoe raakte IBM erbij betrokken? Toen Hitler aan de macht kwam, wilde hij de Joden van Duitsland, Europa en de wereld opsporen en vernietigen. Daar waren natuurlijk de middelen van een computer voor nodig. Maar in 1933 bestond er nog geen computer. Wat wel bestond, was de IBM ponskaart. De ponskaart was aan het eind van de 19e eeuw uitgevonden voor het Amerikaanse volkstellingbureau, waarvan IBM de technologie had gestolen. De ponskaart was van het begin af aan voor het volgen van mensen.

Het was de IBM ponskaart in nazi-Duitsland die het ontstaan van de "informatietechnologie" mogelijk maakte. Uitgevonden door een Duitse Amerikaan genaamd Herman Hollerith, kon deze kaart, ongeveer zo groot als een dollarbiljet, alle informatie opslaan over een persoon, plaats of proces, afhankelijk van hoe de gaatjes werden geponst in verschillende rijen en kolommen. De ponskaart werd dan in een snelle lezer gestoken en er kwam iets uit dat nooit eerder had bestaan - informatie.

Vóór de uitvinding van de ponskaart kon je tellen met je vingers en tenen, of met een telraam, maar je kon er geen informatie uit afleiden over de mensen, processen of plaatsen die je telde. Met die ponskaarten en de informatie die erin werd geponst, kon je echter niet alleen de mensen in een kamer tellen, maar ook tellen hoeveel mannen, hoeveel vrouwen, hoeveel Joden, hoeveel Christenen, hoeveel er blond of zwart haar hadden, hoeveel er bankier of kleermaker waren, hoeveel er in Westfalen of Warschau waren geboren - elke eigenschap.

Met andere woorden, IBM ponskaarten leverden niet alleen totaaltellingen, maar ook persoonlijke informatie over de betrokkenen. Het was het begin van het informatietijdperk: de individualisering van statistieken - het identificeren en kwantificeren van een specifieke persoon binnen een anonieme telling.

IBM's op maat ontworpen ponskaarten voldeden aan duizenden nazi-behoeften en begonnen altijd met een handgeschreven proefmodel. Bij de getoonde voorbeelden is slavenarbeid betrokken. De IBM Dehomag aanduiding Deutsche Hollerith Maschinen Gesellschaft is te zien langs de rand. Foto uit Nationaal Archief, met dank aan Edwin Black Collectie.

De IBM-alliantie met het Derde Rijk was geen malafide bedrijfsoperatie die vanuit een kelder werd gerund. Dag in dag uit was het Watson die persoonlijk alle aspecten van dichtbij de 12 jaar durende nazi-relatie, die begon in de eerste momenten van het Derde Rijk, net na 30 januari 1933, en eindigde in het laatste zuchtje van Hitlers monsterlijke regime, in de eerste week van mei 1945.

Onder Watson nam IBM gretig contact op met het Hitler-regime en maakte duidelijk dat het bedrijf "the solutions company" was. Inderdaad, IBM zou elke oplossing bieden die de Nazi's nodig hadden - inclusief de Endlösung.

Het eerste wat Hitler wilde weten was hoeveel Joden er eigenlijk in Duitsland woonden. IBM huurde duizenden mensen in om van deur tot deur een volkstelling uit te voeren. Nu had Hitler de Joodse namen en locaties. Daarna creëerde IBM systemen om die persoonlijke gegevens te vergelijken met beroeps- en werkgelegenheid gegevensbestanden en met financiële instellingen om Duitsland te helpen de Joden systematisch te verarmen. Vervolgens werden de locatiegegevens gebruikt om de massale verplaatsing van Joden uit hun huizen naar getto's te organiseren. De gettobewoners werden vervolgens systematisch in treinen gedwongen. Die treinen reden op IBM ponskaarten - ze dankten hun stipte dienstregeling aan speciale IBM dienstregelingsprogramma's. Alle werk- en gevangenengegevens van alle concentratiekampen werden ingevoerd in een centraal zenuwcentrum in het T-gebouw in Oranienburg dat bekend stond alsSectie D-II en aangedreven werd door IBM machines met speciale bedrading. Alles wat IBM deed was op maat, specifiek, en afgestemd op de precieze Nazi behoefte.

Alle IBM machines in Nazi Europa werden gehuurd, met maandelijkse betalingen, verzekerd door Amerikaanse en Duitse verzekeringsmaatschappijen op hun bekende locaties in het Reich, en tweemaal per maand werd ter plaatse onderhoud gepleegd door monteurs, of de luidruchtige, snerpende machines zich nu in het centrum van Berlijn bevonden of in Auschwitz II. Bovendien konden Hollerith machines niet werken zonder IBM's onstuitbare stroom van aangepaste Hollerith ponskaarten, die alleen door IBM werden geproduceerd. Elke invoerkaart kon maar één keer worden gebruikt. Zonder een voortdurende aanvoer van kaarten zouden de machines zijn als geweren zonder kogels.

Twintig jaar na de publicatie van het boek  IBM en de Holocaust ... na honderden onbeantwoorde verzoeken om commentaar door media en organisaties ... niettegenstaande verscheidene negatieve boekbesprekingen door historici die zo misleidend werden bevonden dat zij door hun auteurs of publicaties met verbijsterende publieke verontschuldigingen werden ingetrokken ... na honderden doorgestreepte artikelen, openbare lezingen en interviews ... na tientallen nieuwe, uitgebreide edities ... en na vele onderscheidingen, is er in het boek geen woord veranderd. Na eindeloze verzoeken van zovelen om excuses, heeft IBM niet gevraagd om ook maar één wijziging in de tekst van IBM en de Holocaust of ook maar één feit weerlegd. Sterker nog, er is geen komma geschrapt. De voortdurende documentatie heeft de schuld van het bedrijf alleen maar groter gemaakt.

Vandaag de dag heeft de publieke angst voor wat big tech kan doen om ons leven te monitoren, censureren en controleren de interesse in dit boek en zijn gedetailleerde onthullingen doen toenemen.  In januari 2021 stond IBM and the Holocaust in Amazon's top 10 van boeken in elke categorie, #1 in WOII Geschiedenis, #1 in Militaire Geschiedenis, #1 in Bedrijfsprofielen, en #1 in Joodse Geschiedenis. Tegelijkertijd meldde Barnes & Noble het boek als het op een na meest gekochte.

IBM heeft bewezen dat sommige bedrijven kunnen wegkomen met moord (Red.ICNN Genocide-Eugenetica)  en nog steeds ongestraft kunnen functioneren

Om een blik in onze gevaarlijke toekomst te werpen, hoeven we alleen maar terug te kijken en te aanschouwen hoe IBM Hitler heeft geholpen  tijdens de Holocaust, in het tijdperk voordat er computers bestonden. Nu is het tijd om ons af te vragen wat een Hitler-achtig regime vandaag zou kunnen doen met deze geavanceerde technologie? 

Maar eerst even stilstaan bij de vraag waarom IBM zich ooit met deze genocide heeft beziggehouden. Het nog steeds bloedstollende antwoord is: Het ging nooit om het nazisme; het ging nooit om het antisemitisme-het ging altijd om het geld. Business was zijn tweede naam.

Edwin Black is de auteur van de New York Times bestseller en bekroonde boek "IBM en de Holocaust" en vele andere boeken. Hij is te vinden op EdwinBlack.comhttps://edwinblack.com/index.p... en te zien op TheEdwinBlackShow.comhttps://www.theedwinblackshow.....

Klik om IBM and the Holocaust te kopen op Amazon of op Barnes and Noble.








The Information Age was not born in Silicon Valley, but in Berlin in 1933.

To peer into our perilous future, we need only look back and see what IBM helped Hitler do during the Holocaust, in the era before computers existed. Now is the time to ask what could a Hitler-type regime do today and how quickly with today’s high-speed hand-held technology?

By: JNS - EDWIN BLACK

Twenty years ago, IBM and the Holocaust exposed with crystal clarity—backed up with a literal tower of physical documentation—that IBM knowingly organized all six phases of the Holocaust: identification, exclusion, confiscation, ghettoization, deportation, and even extermination, all under the micromanagement of its celebrated CEO, Thomas J. Watson, Sr., operating from his New York office on Madison Avenue, and later through European subsidiaries

Without IBM, there would have always been a Holocaust of hundreds of thousands. Einsatzgruppen murder squads and their militia cohorts would still have heinously murdered East European Jews bullet by bullet in pits, ravines, and isolated clearings in the woods. But it was IBM that helped the Third Reich create the industrial, high-speed, six-million-person Holocaust, metering ghetto residents out to trains, then carefully scheduling those trains to concentration camps for murder and cremation within hours, thus clearing the way for the next shipment of victims—day and night.

Hollerith Type 3-S

Custom IBM programs controlled the census and registration processes, organized the pauperization, and ensured that the trains ran on time. There was an IBM customer site—the Hollerith Abteilung—in almost every concentration camp—some with tabulating machines and some with card organizers. IBM even engineered Germany’s odious extermination-by-labor campaign, where skills were matched to slave labor needs, and Jews were called up to be worked to death. IBM’s code for a Jewish inmate was “6” and its code for gas chamber was “8.” The evidence indelibly proves that IBM was an indispensable and pivotal partner in the greatest crime in history: The Holocaust. But to IBM, it was just another business project.

Concentration camp records were handwritten or typewritten. But they also show the telltale mark Hollerith Erfasst, either by hand or stamp. Hollerith Erfasst means processed by Hollerith machines. There was an IBM customer site, the Abteilung Hollerith, in almost every concentration camp. Courtesy of the Edwin Black collection.

Watson was no stranger to crime in pursuit of his business aims. He had been convicted of extortion in the infamous National Cash Register scandal before he was ever handed the reins of IBM. An evidence technicality allowed his conviction to be overturned and Watson to escape prison time.

Watson received a percentage of every Reich transaction and in 1937 was honored by Hitler in Berlin at a grandiose award ceremony.

How did IBM get involved? When Hitler came to power, he wanted to locate and destroy the Jews of Germany, Europe and the world. That, of course, required the resources of a computer. But in 1933, there was no computer. What did exist, however, was the IBM punch card. The punch card was invented at the end of the 19th century for the U.S. census bureau, from where IBM stole the technology. The punch card was a people tracker from its inception.

It was the IBM punch card in Nazi Germany that gave birth to “information technology.” Invented by a German American named Herman Hollerith, this card, about the size of a dollar bill, could store for retrieval any information about a person, place, or process depending upon how the holes were punched into various rows and columns. The punched card would then be fed into a high-speed reader and out would come something which had never existed before—information.

Prior to the invention of the punch card, you could count on your fingers and toes, or an abacus, but you could not derive any information about the people, processes, or places you counted. However, with those punch cards and the information that was punched into them, you could not only count the people in a room but also count how many men, how many women, how many Jews, how many Christians, how many had blonde or black hair, how many were bankers or tailors, how many were born in Westphalia or Warsaw—every trait.

In other words, IBM punch cards not only delivered total counts, but they also delivered personal information about those counted. It was the start of the Information Age: the individualization of statistics—identifying and quantifying a specific person within an anonymous count.

IBM’s custom-designed punch cards met thousands of Nazi needs and always began with a handwritten mock-up. The samples shown involve slave labor. The IBM Dehomag indicia Deutsche Hollerith Maschinen Gesellschaft is seen along the edge. Photo from National Archives, courtesy of Edwin Black Collection.

The IBM alliance with the Third Reich was no rogue corporate operation run out of a basement. Day in and day out, it was Watson who personally micro-managed, all aspects of the 12-year Nazi relationship, which began in the first moments of the Third Reich, just after January 30, 1933, and ended in the last gasp of Hitler’s monstrous regime, in the first week of May 1945.

Under Watson, IBM eagerly contacted the Hitler regime and made it clear that the company was “the solutions company.” Indeed, IBM would offer any solution the Nazis needed—including the Final Solution.

The first thing Hitler wanted to know was exactly how many Jews actually resided in Germany. IBM hired thousands to execute a door-to-door racial census. Now Hitler had the Jewish names and locations. Then, IBM created systems to tabulate that personal data against professional and employment databases as well as financial institutions to help Germany systematically pauperize the Jews. Then, location data was used to organize the mass transfer of Jews from their homes into ghettos. Ghetto residents were then systematically forced onto trains. Those trains ran on IBM punch cards—they owed their punctual timetables to special IBM scheduling programs. All the work and prisoner data from all concentration camps was fed into a central nerve center in the T-Building at Oranienburg known as Section D-II and powered by custom-wired IBM machines. Everything IBM did was custom, specific, and tailored to the precise Nazi need.

All IBM machines in Nazi Europe were leased, with monthly payments, insured by American and German insurance companies at their known Reich locations, and serviced by repairmen twice-monthly on-site, whether the noisy, syncopating machines were located in downtown Berlin or Auschwitz II. Moreover, Hollerith machines olleithHollwere incapable of operating without IBM’s irrepressible stream of custom Hollerith punch cards, which were produced only by IBM. Each input card could only be used once. Without a continuing card supply, the machines would be like rifles without bullets.

Twenty years after the publication of IBM and the Holocaust … after hundreds of unrequited requests for comment by media and organizations … notwithstanding several negative book reviews by historians which were found so fallacious that they were retracted by their authors or publications with jaw-dropping public apologies … after hundreds of by-lined articles, public lectures and interviews … after dozens of new, expanded editions … and after many awards, not one word has been changed in the book. After endless requests by so many to apologize, IBM has not asked for a single change in the text of IBM and the Holocaust or rebutted a single fact. Indeed, not a comma has been deleted. The continuing documentation has only deepened the company’s guilt.

Today, public fear of what big tech can do to surveil, censor, and control our lives—from China to California—has ignited heightening interest in this book and its detailed revelations. In January 2021, IBM and the Holocaust hit Amazon’s top 10 books in any category, #1 in WWII History, #1 in Military History, #1 in Company Profiles, and #1 in Jewish History. At the same time, Barnes & Noble reported the book as its number two most purchased..

IBM has proven that some corporations can get away with murder and still function with impunity.

To peer into our perilous future, we need only look back and see what IBM helped Hitler do during the Holocaust, in the era before computers existed. Now is the time to ask what could a Hitler-type regime do today and how quickly with today’s high-speed hand-held technology? But first pause to ask why IBM would ever engage in this genocide? The still bloodcurdling answer: It was never about the Nazism; it was never about the antisemitism—it was always about the money. Business was its middle name.

Edwin Black is the author of the New York Times bestselling and award-winning IBM and the Holocaust and many other books. He can be found at EdwinBlack.com and seen at TheEdwinBlackShow.com.

Click to purchase IBM and the Holocaust on Amazon or on Barnes and Noble.