04 maart 2021

2021-03-04: Geen hartelijke ontvangst van teruggekeerde Joden in België na het einde van WOII - No warm welcome for returned Jews in Belgium after the end of WWII

Kazerne Dossin, Mechelen, in september 1958. Kinderen leggen kransen neer bij de gedenkplaat voor de 25.274 Joden en 354 Roma en Sinti die hier werden verzameld en weggevoerd richting Auschwitz-Birkenau en enkele kleinere kampen [beeldbron: Kazerne Dossin, Fonds Nobels]

Nederlands + English

NEDERLANDS:

Bij de bevrijding in september 1944 was de Joodse gemeenschap in Antwerpen zeer zwaar getroffen, maar het Joodse leven in de stad hernam verrassend snel.

Toen de Duitse bezetter begin september 1944 Antwerpen verliet, was de metropool “Judenrein”. Officieel was er geen Joods leven meer in de stad. De Joodse verenigingen waren op Duits bevel ontbonden en de gebedshuizen waren gesloten. De ondergedoken Joden in de stad liepen tot het allerlaatst gevaar, mede door het virulent antisemitisme onder de lokale collaborateurs. Een dag voor de bevrijders in Antwerpen aankwamen, op 3 september 1944, schoten Vlaamse SS’ers nog een oude Joodse man dood en verwondden zijn vrouw.

Onder de joden die naar Antwerpen (terug-)kwamen, kunnen we drie groepen onderscheiden. Een eerste groep waren diegenen die de oorlog in de clandestiniteit in België overleefd hadden. Na de bevrijding kwamen ze uit hun schuilplaatsen tevoorschijn. Een tweede groep waren de overlevenden van de kampen die vanaf april 1945 arriveerden. Een derde groep betrof joden die terugkeerden uit hun buitenlandse toevluchtsoorden, zoals de Verenigde Staten, Cuba, Groot-Brittannië en Zwitserland.

Antwerpen, 18 februari 1943 (?), Plantin & Moretuslei nr. 54. Jodentransport in een open wagen naar de Dossin Kazerne te Mechelen waar ze zullen vastgehouden worden tot hun deportatie per trein naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen [beeldbron: EOS]

In Antwerpen hadden de joodse ondergedokenen tot op het laatste ogenblik gevaar gelopen, mede door het virulent antisemitisme onder de lokale collaborateurs. Zo getuigde na de bevrijding Simon B. over de arrestatie van zijn bejaarde ouders op 31 augustus 1944. Zij werden door vier Vlaamse SS’ers, een lid van de VNV-militie de Zwarte Brigade en een Duitser weggehaald en naar het hoofdkwartier van de SSVlaanderen in de Quellinstraat 37 gevoerd. Op 3 september, na drie dagen zonder eten te zijn opgesloten, werden zij naar de Kruisschans gebracht. De vader werd er doodgeschoten, de moeder zwaar gewond. Eén dag later werd Antwerpen bevrijd.

Ook onder het leger van de geallieerden bevonden zich Antwerpse joden. De Antwerpse socialistische krant Volksgazet schetste op 7 september 1944 een tragisch relaas onder de titel : “Een Belgisch Soldaat komt thuis – Hij vindt zijne joodsche ouders niet”. De soldaat in kwestie was onmiddellijk naar het huis van zijn ouders gesneld :

Vier jaar lang had hij in zijn verbeelding de huiskamer gezien, de keuken, zijn slaapkamer. Toen hij voor de woonst verscheen, was zij gesloten. Op zijn bellen kwam niemand openen. Buren snelden buiten en herkenden hem. Hun begroeting was hartelijk, maar hun gelaat ernstig: zij moesten hem mededelen dat zijn ouders waren weggevoerd, dat de meubelen waren weggehaald. Een soldaat kwam thuis. Zal hij zijn ouders weerzien?

Een van de eerste prioriteiten van teruggekeerde joden was bij de politie of het verzet aangifte doen van afpersing of (dreiging tot) verklikking tijdens de bezetting. De aangiften geven een idee over de dramatische oorlogstoestand in Antwerpen. Joden waren ‘outcasts’ die stilaan maar zeker in de clandestiniteit waren beland, ten prooi aan oplichters en verraders – soms onbekenden, maar evenzeer buren. Zolang de bezetting duurde was het aangeven van afpersing en verklikking onmogelijk. Pas na de bevrijding konden de ondergedoken joden openlijk praten en gerechtigheid vragen voor het hun aangedane onrecht.

 Pamflet uitgegeven door de collaboratiegroep Volksverwering geleid door René Lambrichts, waarin wordt opgeroepen op om naar de antisemitische film ‘De Eeuwige Jood’ (Der Ewige Jude van Fritz Hippler) te gaan kijken die op 6 april 1941 werd vertoond in Cinema Rex. Na de oorlog werd Lambrichts tot levenslang veroordeeld. Vijf jaar later was hij alweer vrij [beeldbron: Cahiers des Mémoirs]

Ook het terug verkrijgen– of eerder het niet-terug verkrijgen van goederen zorgde voor enorme problemen, zowel met de niet-Joodse zogenoemde “bew-ariërs”, als door bureaucratische en juridische procedures. Joodse woningen waren leeggeroofd en intussen door anderen bewoond. Bij het terugvragen van hun in bewaring gegeven goederen werden Joden soms hardhandig aan de deur gezet.

Een Joodse koppel klopte tevergeefs aan bij de man bij wie hun meubels in bewaring waren gegeven en kreeg met geweld te maken:

Hij trok mijn echtgenoot bij zijn baard en plaatste hem verder tegen de muur. [Hij] riep ons dan ook toe dat hij er zou voor gezorgd hebben dat ik met mijn man in een concentratiekamp zou worden opgesloten, en waarop mijn man hem dan antwoordde dat hij dan eerst moest wachten totdat de Duitschers hier terugkwamen.

Stilaan sijpelden echter berichten over de vernietigingskampen binnen. Begin december 1944 publiceerde de Volksgazet een artikel over het opgraven van 1.250.000 lijken dicht bij het kamp Maldanek (Majdanek) en over de aanwezigheid van gas en vergif voor het doden van 4 miljoen mensen.

Ongeveer twee maand later, op 24 januari 1945, blokletterde de krant op de voorpagina “Zes duizend Slachtoffers in een Gaskamer – nieuw Duitsch gruwelrecord” over een gaskamer in de Elzas, bij Lotzweiler. Op 5 februari volgde, zonder verdere details, een hele lijst van door de Russen bevrijde kampen. Nog enkele dagen later publiceerde de krant over Auschwitz en het verbranden van kinderen.

Welke verklaringen kunnen we aanreiken voor de duidelijk orthodoxe stempel die Antwerpen na de bevrijding kenmerkt? Vooreerst was er het linkse actieveld omzeggens volledig vernietigd. De laagste geledingen op de sociale ladder waren verhoudingsgewijs veel sterker getroffen door de jodenvervolging en judeocide.

Antwerpen, april 1941. Nazi-collaborateurs en andere antisemieten vernielen de synagoge aan de Van den Nestlei [beeldbron: Canvas]

Het vooroorlogse kleurrijke en bloeiende socialistische en communistische joodse verenigingsleven was na de oorlog herleid tot een kleine groep die nooit de impact zou heroveren die het voor de oorlog had. De zionistische activiteit werd nu haast volledig gedomineerd door de religieuze Mizrachi.

Twee migratiegolven, eind de jaren 1940 en in de tweede helft van de jaren 1950, bestendigden het orthodox karakter van Antwerpen. Toen vestigden zich een scala van streng orthodoxe en chassidische bewegingen in de metropool. Er is enerzijds een continuïteit met het verleden, met name het gegeven dat ook voor de oorlog religie belangrijk was in Antwerpen.

Anderzijds, en deze factor weegt toch zwaarder door, vormt de Tweede Wereldoorlog een breekpunt in de geschiedenis van de joodse aanwezigheid in Antwerpen. Na de menselijke verliezen en de afbraak van het verenigingsleven, het trauma van de jodenvervolging en judeocide, affirmeerde zich een steeds sterker joodsbewustzijn. In Antwerpen, meer dan in welke andere stad in België, uitte dat joods-zijn zich in de religie.

door Veerle Vanden Daelen

 Foto links: Antisemitische treinticketjes worden voor de oorlog bij Joden in de bus gestopt. Foto midden: Joden reageren met een eigen treinticketje.
Foto rechts: Volksverwering is de aanstoker van deze actie [beeldbron: © Collectie Stadsarchief Antwerpen]

Bronnen: Brabosh
♦ naar een artikel “Eén van de donkerste bladzijden uit onze geschiedenis” op de site van Antwerpen Herdenkt
♦ naar een ingekort artikel (PDF-file) van Veerle Vanden Daelen “Het Leven moet doorgaan; De joden in Antwerpen na de bevrijding (1944-1945)” op de site van Cegesoma
♦ naar een artikel “Nieuw op Canvas: Kinderen van de Holocaust” van dinsdag 28 april 2020 op Canvas
♦ naar een artikel van Veerle Vanden Daelen “75 jaar geleden: een lichtje in de duisternis, de heropleving van het Joods leven in Antwerpen” van 1 juni 2020 op de site van VRT NWS

****************************
ENGLISH:

Kazerne Dossin, Mechelen, in September 1958. Children lay wreaths at the memorial plaque for the 25,274 Jews and 354 Roma and Sinti who were gathered here and deported to Auschwitz-Birkenau and several smaller camps [image source: Kazerne Dossin, Fonds Nobels].

At the time of liberation in September 1944, the Jewish community in Antwerp was very badly affected, but Jewish life in the city resumed surprisingly quickly.

When the German occupiers left Antwerp in early September 1944, the metropolis was "Judenrein." Officially, there was no longer any Jewish life in the city. The Jewish associations had been dissolved by German order and the places of worship had been closed. The Jews in hiding in the city were in danger until the very end, partly because of virulent anti-Semitism among the local collaborators. One day before the liberators arrived in Antwerp, on September 3, 1944, Flemish SS officers shot and killed an elderly Jewish man and wounded his wife.

Among the Jews who came (back) to Antwerp, we can distinguish three groups. A first group were those who had survived the war in clandestinity in Belgium. After liberation, they emerged from their hiding places. A second group were the survivors of the camps who arrived from April 1945. A third group involved Jews who returned from their foreign havens, such as the United States, Cuba, Great Britain and Switzerland.

Antwerp, February 18, 1943 (?), Plantin & Moretuslei no. 54. Jews transported in an open wagon to the Dossin Barracks in Mechelen where they will be held until their deportation by train to the Auschwitz concentration camp in Poland [image source: EOS]

In Antwerp, the Jewish people in hiding were in danger right up to the last moment, partly because of the virulent anti-Semitism among the local collaborators. For example, after liberation, Simon B. testified about the arrest of his elderly parents on August 31, 1944. They were taken away by four Flemish SS men, a member of the VNV militia the Black Brigade and a German and taken to the SS Flanders headquarters at 37 Quellin Street. On September 3, after being locked up for three days without food, they were taken to the Kruisschans. The father was shot there, the mother severely wounded. One day later Antwerp was liberated.

Antwerp Jews were also among the Allied army. On September 7, 1944 the Antwerp socialist newspaper Volksgazet published a tragic story entitled: "A Belgian Soldier comes home - He can't find his Jewish parents". The soldier in question had rushed to his parents' house:

For four years he had seen in his imagination the living room, the kitchen, his bedroom. When he appeared before the house, it was closed. When he rang his bells, no one came to open it. Neighbors rushed outside and recognized him. Their greeting was cordial, but their countenance was serious: they had to inform him that his parents had been taken away, that the furniture had been removed. A soldier came home. Will he see his parents again?

One of the first priorities of returning Jews was to report to the police or the resistance movement the extortion or (threat of) informing on them during the occupation. The reports give an idea of the dramatic war situation in Antwerp. Jews were "outcasts" who gradually ended up in the clandestine economy, prey to swindlers and traitors - sometimes strangers, but just as often neighbors. As long as the occupation lasted, reporting extortion and snitching was impossible. Only after liberation could the Jews in hiding talk openly and seek justice for the injustice done to them.

 Pamphlet issued by the collaboration group Volksverwering led by René Lambrichts, calling for a screening of the anti-Semitic film 'De Eeuwige Jood' (Der Ewige Jude by Fritz Hippler), shown in Cinema Rex on 6 April 1941. After the war, Lambrichts was sentenced to life in prison. Five years later he was already free [image source: Cahiers des Mémoirs].

Obtaining back - or rather not obtaining back - goods also caused enormous problems, both with the non-Jewish so-called "bew-ariërs", and through bureaucratic and legal procedures. Jewish homes were looted and in the meantime occupied by others. When asking for the return of their deposited goods, Jews were sometimes harshly put at the door.

A Jewish couple knocked in vain on the door of the man with whom their furniture was deposited and faced violence:

He pulled my husband by his beard and placed him further against the wall. He] then shouted at us that he would see to it that I and my husband were locked up in a concentration camp, to which my husband then replied that he would have to wait until the Germans returned.

Gradually, however, news of the extermination camps began to seep in. At the beginning of December 1944, the Volksgazet published an article about the exhumation of 1,250,000 corpses close to the Maldanek (Majdanek) camp and about the presence of gas and poison for the killing of 4 million people.

About two months later, on January 24, 1945, the newspaper's front page blocklined "Six Thousand Victims in a Gas Chamber - New German Horror Record" about a gas chamber in Alsace, near Lotzweiler. This was followed on February 5, without further details, by a whole list of camps liberated by the Russians. A few more days later the newspaper published about Auschwitz and the burning of children.

What explanations can be offered for the clearly orthodox stamp that characterized Antwerp after the liberation? First of all, the left-wing field of action was almost completely destroyed. The persecution of the Jews and the Judeocide had affected the lowest ranks of society much more.

Antwerp, April 1941. Nazi collaborators and other anti-Semites destroy the synagogue on Van den Nestlei [image source: Canvas].

The prewar colorful and thriving socialist and communist Jewish associational life had been reduced after the war to a small group that would never recapture the impact it had before the war. Zionist activity was now almost entirely dominated by the religious Mizrachi.

Two waves of migration, in the late 1940s and the second half of the 1950s, perpetuated the Orthodox character of Antwerp. Then a range of strict Orthodox and Hasidic movements settled in the metropolis. On the one hand, there is a continuity with the past, particularly the fact that religion was also important in Antwerp before the war.

On the other hand, and this factor weighs more heavily, the Second World War was a breaking point in the history of the Jewish presence in Antwerp. After the human losses and the destruction of community life, the trauma of the persecution of the Jews and the Judeocide, a stronger Jewish consciousness affirmed itself. In Antwerp, more than in any other city in Belgium, this Jewishness expressed itself through religion.

by Veerle Vanden Daelen

 Photo left: Anti-Semitic train tickets are put in the bus of Jews before the war. Photo middle: Jews respond with their own train ticket.
Photo right: Volksverwering is the instigator of this action [image source: © Collection Stadsarchief Antwerpen].

Sources: Brabosh
♦ to an article "One of the darkest pages in our history" on the site of Antwerpen Herdenkt
♦ to an abridged article (PDF file) by Veerle Vanden Daelen "Life must go on; The Jews in Antwerp after the Liberation (1944-1945)" on the site of Cegesoma
♦ to an article "New on Canvas: Children of the Holocaust" of Tuesday 28 April 2020 on Canvas
♦ to an article by Veerle Vanden Daelen "75 years ago: a light in the darkness, the revival of Jewish life in Antwerp" of 1 June 2020 on the site of VRT NWS