20 april 2021

2021-04-20: In de kijker: Wanneer werd Palestina Palestina? - Into The Fray: When did Palestine become Palestine?

Nederlands - English

NEDERLANDS

De aanspraak van de Palestijnse Arabieren op soevereiniteit over wat ze nu volhouden, is dat hun langverwachte vaderland pas nà 1967 ontstond – d.w.z. toen het onder Joods bestuur kwam.

Bron: ArutzSheva - Brabosh

  • De Arabieren hebben in 1967 geen oorlog met Israël uitgelokt om Palestijnse onafhankelijkheid te bereiken… Arabische heersers hadden in die gebieden een Palestijnse staat kunnen vestigen wanneer ze maar wilden. Maar de Palestijnse staat interesseerde hen niet.” (Jeff Jacoby in The Boston Globe op 7 juni 2017)
  • “Sinds de tijd van Dr. Goebels [Chef an de Nazi propagandamachine] is er nooit een geval geweest waarin de voortdurende herhaling van een leugen zulke grote vruchten heeft voortgebracht … Van alle Palestijnse leugens is er geen leugen groter of verpletterend dan wat roept op tot de oprichting van een aparte Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever.” (Uit “Palestijnse leugens” [Hebreeuws], Ha’aretz , 30 juli 1976, door voormalig minister van Onderwijs, prof. Amnon Rubinstein van de extreem linkse Meretz factie)

Met Joe Biden in het Witte Huis staat de kwestie van een Palestijnse staat andermaal op de internationale agenda, na grotendeels buitenspel te zijn gezet onder de regering-Trump.

Decennia lang werd het discours over de “Palestijnse kwestie” gedomineerd door de Palestijnse-Arabieren die beweren dat Judea en Samaria (ook bekend als “de Westelijke Jordaanoever”) lang hun oude thuisland zijn geweest.

Genocide prediken

Velen zouden echter waarschijnlijk geïnteresseerd zijn – en zeker zeer verrast – om te horen, juist toen de Palestijns-Arabieren beseften dat dit gebied zogenaamd hun verlangde moederland omvatte.

Inderdaad, lang voordat Israël een vierkante centimeter van “de Westelijke Jordaanoever” bezat – voordat er enige “bezetting” of “nederzettingen” waren – claimden de Arabieren al het grondgebied van het Israël van vóór 1967, dwz binnen de Groene Lijn – als “Palestijns” gebied. en dreigde het met wapengeweld terug te vorderen en al zijn Joodse inwoners te vernietigen.

Dus in maart 1965, meer dan twee jaar voorafgaand aan de Zesdaagse Oorlog van 1967 – waarna de ‘Westelijke Jordaanoever’ onder Israëlisch bestuur kwam, dreigde de Egyptische president Gamal Abdul Nasser met huiveringwekkende genocidale boosaardigheid: ‘We zullen Palestina niet binnenkomen met zijn bodem bedekt met zand, we zullen het binnengaan met zijn bodem verzadigd met bloed“.

Een typische antisemitische cartoon uit het M-O: Egyptisch president Gamal Abdel Nasser schopt de Jood in de Zee, met de legers van Irak, Libanon en Syrië bij de hand, twee weken vóór het begin van de Zesdaagse Oorlog van 1967 [beeldbron: cartoon verscheen op 25 mei 1967 in de Libanese krant Al-Djarida] 

Niet minder bloedstollend waren de woorden van de voorganger van Yassir Arafat als hoofd van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), Ahmed Shukeiry , die aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog – in een ietwat voortijdige roes van triomf – kraaide :

De Arabieren hebben hier 19 jaar op gewacht en zullen niet terugdeinzen voor de bevrijdingsoorlog … Dit is een strijd voor het vaderland – het zijn wij of de Israëli’s. Er is geen middenweg. De Joden van Palestina zullen moeten vertrekken. [Maar] heb de indruk dat geen van hen zal overleven … We zullen Israël en zijn inwoners vernietigen en wat betreft de overlevenden – als die er zijn – staan de boten klaar om hen te deporteren.

Het is veelbetekenend dat de eerste versie van het Palestijnse Nationale Covenant drie jaar vóór de Zesdaagse Oorlog – in mei 1964 – werd opgesteld in Oost-Jeruzalem (toen onder Jordaans gezag).

Daarin zien de Palestijns-Arabieren expliciet elke soevereine claim op de “Westelijke Jordaanoever” (of Gaza) af:

Dus, terwijl het in artikel 16 staat: “… het volk van Palestina [kijkt] ernaar uit [om] de legitieme situatie voor Palestina te herstellen, vrede en veiligheid te vestigen op zijn grondgebied, en … zijn volk in staat te stellen nationale soevereiniteit en vrijheid uit te oefenen,” worden in artikel 24 de “Westelijke Jordaanoever” (en Gaza) expliciet uitgesloten van de reikwijdte van de Palestijnse soevereine aspiraties.

Inderdaad, in artikel 24, bepaalt het Verdrag ondubbelzinnig dat het “Palestijnse volk” NIET streeft naar “enige … soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever in het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, op de Gazastrook [toen onder Egyptische controle] of het Himmah-gebied [ toen onder Syrische controle].”

Bovendien, toen het oorspronkelijke Nationale Verdrag werd opgesteld, waren alle Arabische inwoners van de “Westelijke Jordaanoever” in feite Jordaanse staatsburgers – zonder dat dit enige grote onenigheid veroorzaakte tussen hun nationale identiteit en het staatsburgerschap dat ze bezaten.

Dienovereenkomstig zei Farouk Kaddoumi , toen een van de oudste leden van de PLO, nog in 1977 tegen Newsweek: “… Jordaniërs en Palestijnen worden door de PLO als één volk beschouwd.

Bovendien was het Jordan die soevereiniteit eiste over de “Westelijke Jordaanoever” tot juli 1988, toen koning Hoessein afstand deed van zijn aanspraak op het grondgebied en al zijn vroegere onderdanen hun Jordaans staatsburgerschap ontnam. Hierover merkte Anis F. Kassim , een vooraanstaande Palestijnse internationale advocaat, op : “ … meer dan 1,5 miljoen Palestijnen gingen op 31 juli 1988 naar bed als Jordaanse staatsburgers, en werden op 1 augustus 1988 wakker als staatlozen.

Palestina is waar de Joden zijn.

Dienovereenkomstig is het duidelijk dat de aanspraak van Palestijnse Arabieren op soevereiniteit over wat ze nu volhouden, hun langverwachte vaderland is, pas na 1967 ontstond – dat wil zeggen toen het onder Joods bestuur kwam.

Het Palestijnse thuisland lijkt inderdaad een erg vloeiend concept te zijn. Immers, vóór 1967 sloot het al het grondgebied uit dat het nu beweert te omvatten. De rode draad tussen de eisen van vóór 1967 en die van na 1967, is dat de Palestijnse Arabieren hun “nationale aspiraties” alleen op het land lijken te richten om de Joden ervan te beroven.

Stel je dat eens voor!

Bron: een artikel van Martin Sherman op de site van Arutz Sheva


*************************
ENGLISH:

The Palestinian Arabs’ claim for sovereignty over what they now insist is their long yearned-for homeland arose only after 1967—i.e. when it came under Jewish administration.

Source: ArutzSheva7

The Arabs didn’t provoke war with Israel in 1967 to achieve Palestinian independence…Arab rulers could have established a Palestinian state in those territories whenever they chose to do so. But Palestinian statehood was of no interest to them.- Jeff Jacoby, The Boston GlobeJune 7, 2017.

Not since the time of Dr. Goebels [Head of the Nazi Propaganda Machine] has there ever been a case in which continual repetition of a lie has born such great fruits…Of all the Palestinian lies, there is no lie greater or more crushing than that which calls for the establishment of a separate Palestinian state in the West Bank…From “Palestinian Lies” [Hebrew], Ha’aretz, July 30, 1976, by former Education Minister, Prof. Amnon Rubinstein of the far-Left Meretz faction.

With Joe Biden in the White House, the question of Palestinian statehood is now back on the international agenda, after being largely sidelined under the Trump administration.

For decades, the discourse on the “Palestinian issue” has been dominated by the Palestinian-Arabs contention that Judea and Samaria (a.k.a. “The West Bank”) has long been their ancient homeland.

Preaching Genocide

However, many would probably be interested—and certainly very surprised—to learn just when realization dawned on the Palestinian-Arabs that this territory supposedly comprised their yearned-for motherland.

Indeed, long before Israel held a square inch of “the West Bank”—before there was any “occupation” or “settlements”—the Arabs claimed all the territory of pre-1967 Israel i.e. within the Green Line—as “Palestinian” territory and threatened to reclaim it by force of arms, and annihilate all its Jewish inhabitants.

Thus, in March 1965, over two years prior to the 1967 Six-Day War—after which the “West Bank” came under Israeli administration—Egyptian President, Gamal Abdul Nasser threatened, with chilling genocidal malevolence: "We shall not enter Palestine with its soil covered in sand, we shall enter it with its soil saturated in blood".

No less blood-curdling were the words of Yassir Arafat’s predecessor as head of the Palestine Liberation Organization (PLO), Ahmed Shukeiry, who on the very eve of the Six-Day War—in a somewhat premature flush of triumph—crowed:

D Day is approaching. The Arabs have waited 19 years for this and will not flinch from the war of liberation…This is a fight for the homeland – it is either us or the Israelis. There is no middle road. The Jews of Palestine will have to leave.[but] is my impression that none of them will survive...We shall destroy Israel and its inhabitants and as for the survivors — if there are any — the boats are ready to deport them.”

“…Jordanians & Palestinians are considered … one people."

Significantly, the first version of the Palestinian National Covenant was formulated three years before the Six-Day War—in May 1964—in East Jerusalem (then under Jordanian control).

In it, the Palestinian-Arabs explicitly foreswear any sovereign claim to the “West Bank” (or to Gaza):

Thus, while in Article 16 it reads: “...the people of Palestine [look] forward [to] restoring the legitimate situation to Palestine, establishing peace and security in its territory, and…enabling its people to exercise national sovereignty and freedom”, in Article 24 the “West Bank” (and Gaza) are explicitly excluded from the scope of Palestinian sovereign aspirations.

Indeed, in Article 24, the Covenant unequivocally stipulates that the “Palestinian people” do NOT aspire to “any… sovereignty over the West Bank in the Hashemite Kingdom of Jordan, on the Gaza Strip [then under Egyptian control] or the Himmah Area [then under Syrian control]”.

Moreover, when the original National Covenant was drafted, all the Arab residents in the “West Bank” were, in fact, Jordanian citizens—without that causing any great discordance between their national identity and the citizenship they held.

Accordingly, as late as 1977, Farouk Kaddoumi, then one of the most senior members of the PLO, told Newsweek: “…Jordanians and Palestinians are considered by the PLO as one people." 

Moreover, it was Jordan who demanded sovereignty over the “West Bank” until July 1988, when King Hussein relinquished his claim to the territory and stripped all his erst-while subjects of their Jordanian citizenship. On this, Anis F. Kassim, a prominent Palestinian international lawyer, commented: “… more than 1.5 million Palestinians went to bed on 31 July 1988 as Jordanian citizens, and woke up on 1 August 1988 as stateless persons.”

Palestine is where the Jews are.

Accordingly, it is clear that Palestinian Arabs’ claim to sovereignty over what they now insist is their long yearned-for homeland arose only after 1967—i.e. when it came under Jewish administration.

Indeed the Palestinian homeland seems to be a very fluid concept. After all, prior to 1967, it excluded all the territory it now purports to include. The common thread between the pre-1967 demands and the post-1967 ones, is that the Palestinian Arabs appear to focus their “national aspirations” on land only to deprive the Jews of it.

Imagine that!

Martin Sherman is the founder & executive director of the Israel Institute for Strategic Studies