12 maart 2020

2020-03-12: Schaamtevolle erfenis van Jalta - Yalta's Legacy of Shame

Nederlands - English

NEDERLANDS:

75 jaar nadat het Westen Polen in de steek had gelaten is de les voor elke staat, die bedreigd wordt, nooit op bondgenoten te vertrouwen en altijd bereid te zijn om oorlog te voeren.

Bron: The Jerusalem Post 8 February 2020
Vertaling: Paula van den Bos - IsraelCNN.com

De overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog vergaderden 75 jaar geleden in het Livadia Paleis, het witmarmeren zomerverblijf van de laatste tsaar, gelegen aan de door de oorlog geteisterde Rivièra van De Krim.

Op dat moment moesten de Duitsers dagelijks zich verder terugtrekken voordat ze zich uiteindelijk minder dan vier maanden later over moesten geven. De vraag was wie er voordeel van zou hebben en waar. Dus brachten de gastheer van de enclave Jozef Stalin en zijn gasten, Winston Churchil en Franklin D. Roosevelt, zeven dagen door om de naoorlogse wereldorde in kaart te brengen. Daarbij zochten zij naar overeenstemming over wie er gestraft en wie er beloond zou moeten worden.

Het was duidelijk wie er gestraft zou moeten worden. Ze hadden al overeenstemming bereikt dat Duitsland verdeeld zou worden onder hun drieën en nu ging het over de vraag of Brittannië en Frankrijk ook niet een deel van Hitlers nalatenschap zou moeten krijgen.

De vraag was wat er met de rest van Centraal-Europa zou moeten gebeuren. De gasten van Stalin wilden vrije democratieën, maar hijzelf wilde Sovjetmarionetten. De focus lag op Polen en wat zij dat land hebben aangedaan is een les voor tegenwoordig. Dit geldt niet alleen voor Polen. Maar voor elk land dat bedreigd wordt, inclusief de Joodse staat.

Het lot van Polen na de oorlog kon niet tragischer zijn. Op hun grondgebied vonden de drie hoofdgebeurtenissen van deze oorlog plaats. Ten eerste brak de oorlog in Polen uit door een gecombineerde aanval van de Nazi’s in het Westen en van de Sovjets in het Oosten. Daarna werd het gedwongen de Holocaust te huisvesten. Uiteindelijk werd het in Jalta overgegeven aan het communistische kwaad.

In de zomer van 1944 maakte Stalin zijn plannen duidelijk toen het Rode Leger het oosten van Warchau bereikte, dat leidde tot het neerslaan in 63 dagen van het Poolse ondergrondse verzet en het deed niets toen de Duitsers de Poolse rebellen een kopje kleiner maakten. Het was voor iedereen duidelijk dat dat een cynische list was om de Poolse strijders uit te putten, die het vestigen van een communistisch regime tegen wilden houden.

Op het moment dat Stalin Roosevelt en Churchil in Jalta ontmoette, hadden zijn handlangers dat communistische regime al geïnstalleerd. De twee westerse leiders protesteerden tegen dit eenzijdige initiatief. Zij wilden verkiezingen en ook een rol voor de Poolse regering, die vanuit Londen werkte.

Natuurlijk was Stalin op de hoogte van die ballingen. Het was juist zijn bedoeling hun terugkeer te verhinderen. Hij wilde echter zijn gasten ter wille zijn en tekende een document waarin stond dat in elk bevrijd land verkiezingen gehouden zouden worden. In het geval van Polen zou er een coalitie komen van communisten en niet-communisten, inclusief zij die terugkeerden uit het buitenland.

Het was alsof de vrije wereld was vergeten en niets had geleerd van de overgave van Tsjechoslowakije aan Hitler. Stalin kwam duidelijk terug op zijn beloften en zo werden miljoenen van Roemenië tot Estland meegezogen in zijn despotisch kielzog, waar zij in gevangen zaten totdat het communisme ineenstortte.

Het Westen, in dat spoor van goedgelovigheid, was het er ook mee eens om alle Sovjetburgers, die in de bevrijdde landen gestrand waren, terug te sturen naar de USSR.

Op die manier werden ongeveer twee miljoen mensen teruggebracht, waarvan sommigen in goelags terecht kwamen en sommigen werden doodgeschoten voor vermeende collaboratie. Dit had Stalin ook in gedachten voor de 200.000 Poolse soldaten, die tegen de Duitsers hadden gevochten, waaraan Brittannië in 1947 staatsburgerschap had verleend. Zij wilden niet terug naar het communistische paradijs.

Ja, in Jalta waren er heel andere omstandigheden aan de orde dan ten tijde dat Nevil Chamberlain onderhandelingen voerde in München.

In 1938 moest Duitsland nog een ander land bezetten. In februari 1945 daarentegen was het Rode Leger door Roemenië, Hongarije en Polen getrokken tot diep in Duitsland. Het Westen kon wel preken tegen Stalin over hoe hij zijn nieuwe bezit moest besturen, maar het kon hem nergens toe dwingen.

Bovendien, hoewel de atoombom nog getest moest worden, waren er redenen om te geloven dat de oorlog in Azië nog jaren zou duren. Stalins instemming om Japan aan te vallen werd net zo urgent voor het Westen als de inval van het Westen in Frankrijk urgent was voor Stalin.

Toch is het eindresultaat van dit alles dat Polen bedrogen is. Daarom is Jalta leerzaam voor elk land dat op zijn bondgenoten vertrouwt, mocht het ooit geconfronteerd worden met een buitenlandse inval.

Polen heeft gelijk dat het niet alleen het bedrog van het Westen van 1945 verkettert, maar ook dat van 1939 toen de verdragen met Frankrijk en Brittannië uitmonden in oorlogsverklaringen, maar nog niet in oorlog. Om echter de lessen uit de geschiedenis praktisch te maken, moeten de Polen de naïviteit van hun eigen leiders jaarlijks blijven testen.

De Polen hadden speciaal van Frankrijk, dat aan Duitsland grensde, actie verwacht. Zij waren in de positie om de Duitse invasie van achteren aan te vechten. De Fransen hadden weliswaar veel troepen bij de Saar opgesteld, maar zij vielen niet aan.

Het oorlogsplan van de Polen was om een groot deel van hun troepen terug te trekken naar wat toen Roemenië was (nu Oekraïne) en daar te hergroeperen om terug te slaan op het moment dat de Fransen en de Britten instapten. Het was niet minder naïef, misschien nog wel meer, dan dat het Westen van Stalin verwachtte dat hij vrije verkiezingen zou houden en anticommunistische ballingen weer terug op zijn grondgebied zou verwelkomen.

De Polen vochten dapper, maar zij waren niet voorbereid op de invasie.

Zij hadden goede piloten, waarvan sommigen excelleerden in The Battle of Brittain. Maar de Poolse legervliegtuigen en -tanks waren inferieur aan die van Duitsland, want de Poolse leiders waren niet goed voorbereid op de totale oorlog die hun ‘buurman’ besloten had te gaan voeren.

Deze geest van ontkenning maakte dat Polen verzuimd had de bevolking voor te bereiden op vreselijke bombardementen. Miljoenen mensen sloegen op de vlucht, snelwegen raakten verstopt, waardoor de bewegingen van het Poolse leger belemmerd werden.

De les voor Polen, zijn buren en voor Israël is simpel: verwacht het slechtste van je vijanden en niet veel beter van je vrienden.

Toevallig is het vredesplan van Trump ongeveer net zo correct als de agressie tussen Arabieren en Zionisten tot honderd oploopt.

Het is waar dat de eerste uitgebreide Arabisch-Joodse agressie in de zomer van 1929 plaats vond, toen Arabische relschoppers op verschillende locaties 133 Joden doodden.

Het geweld in 1920-1921 had veel minder doden tot gevolg en verspreidde zich niet over het hele land. Toen het stopte ontkenden de meeste Zionistische leiders de intensiteit en het bereik van de Arabische vijandigheid, een illusie die in 1929 eindigde.

Wat er in 1920 gebeurde is leerzaam vanwege de relatie met het Trump-plan dat de Palestijnse leiders aanspoorde tot ophitsing.

Vanaf een balkon vlakbij de Jaffapoort was een menigte te zien die bijeengekomen was vanwege het Nabi Musa feest in april 1920. De burgemeester van Jeruzalem, Musa Kazim al-Husayni drong er bij zijn publiek op aan “hun leven te geven voor Palestina” ( te lezen in Righteous Victims van Benny Morris, Hebreeuwse Editie, pagina 97).

Een andere spreker, een journalist (en latere burgemeester van het Jordaanse deel van Jeruzalem) Aref el-Aref zei: “Als we geen geweld tegen de Zionisten en de Joden gebruiken, komen we nooit van hen af.”

De menigte antwoordde als één man en schreeuwde: “Wij zullen het bloed van de Joden drinken,” en startte een rooftocht, eerst in de Jaffa Road en daarna terug naar de Oude Stad wat uiteindelijk resulteerde in zes omgekomen Joden.

De rol van die opschudding, een mijlpaal in het Palestijns-Zionistisch conflict, was te betwisten, daar het de opzet was dat Palestina een deel van Syrië zou worden. Er is geen twijfel over dat dit een centrale rol speelde in het beginnende conflict.

De schade van de opschudding was tweeledig: het zette de menigte aan tot moorden en de redenaars strandden door hun te hoog gegrepen doelen.

Wat begon met de oproep van Husayni om te doden ging snel over in de claim van zijn familielid Haj Amin al-Husseini dat de Joden de vijanden van God waren, ze samenzweerden tegen de mensheid en moordenaars van kinderen waren.

Dat soort demonisering had een houding tot gevolg van ‘ik ben rechtvaardig en jij bent duivels’ en een ‘nee’ tegen elk voorstel tot compromis.

In de afgelopen eeuw hebben Palestijnse leiders net zo gewoontegetrouw ‘nee’ gezegd als Trump in zijn tweets ‘jammer’ heeft gezegd.

Het weerkerende ‘nee’ waarmee zij op zijn plan reageerden, zelfs voordat hij het formeel onthuld had, was alleen maar een kettingreactie die meer dan 80 jaar terugging. De eerste afwijzing vond plaats in 1937, toen Brittannië een scheiding voorstelde. Het tweede ‘nee’ kwam in 1947 als antwoord op hetzelfde voorstel van de VN.

Een derde afwijzing kwam in 1967, toen Israël voorstelde land in ruil voor vrede te geven en de VN-resolutie 242 aannam. Beide initiatieven sloten aan bij de drie beroemde ‘nee’s’ tijdens de Khartoum Conferentie: nee tegen vrede, nee tegen erkenning en nee tegen de dialoog met Israël.

De vierde afwijzing kwam na de Camp David Akkoorden van 1978, toen Israël erin toestemde dat de Palestijnen zelfbestuur kregen. Het vijfde ‘nee’ kwam van Yasser Arafat op het voorstel van Bill Clinton in de zomer van 2000, ook in Camp David.

Het zesde ‘nee’ kwam van Mahmoud Abbas tegen Ehud Olmert in 2008. Het zevende kwam ook van hem tegen de Bar-Ilanspeech van Netanyahu in 2009 waarin de Likoedleider instemde om het over een eigen staat te hebben. Het nee van deze week was de achtste schakel in dezelfde ketting.

Achter al deze dingen gaat een cultuur van afwijzing schuil, ingegeven door een onvermogen van de aanstichters zich los te maken van hun eigen mythes en van de ingesleten weigering fouten te erkennen.

Daarom juichten Middle Israëli’s toen de PLO in 1993 Israël erkende. Voor een ogenblik leek het erop dat Palestijnse leiders bereid waren hun ‘opruiingsdemonen’ uit te werpen en zich te distantiëren van hun wetmatige mythen. Dat was niet zo.

Het algemene deel van de Israëliërs raakte ervan overtuigd dat de erkenning van Israël door Arafat een schijnvertoning was. Dit bleek uit Arafats aandringen op het ‘recht van terugkeer’, wat betekende dat Israël overspoeld zou worden door vijandige immigranten; hij beweerde dat er nooit een Joodse tempel op de Tempelberg had gestaan; vervolgens prees hij al het geweld en liet het de vrije loop.

De antisemitische retoriek van zijn opvolgers en zijn regelmatige bij wet geregelde betalingen aan terroristen overtuigden de Israëliërs ervan dat hij nooit in zou stemmen met een Joodse staat; dat, net zoals de opruiers uit 1920 en 1930, Abbas ‘aan een boomtop is blijven hangen’ wat hem noodzaakt de Joden hun staat, hun ethiek en rechtmatige plaats in het land van hun voorvaderen te weigeren.

De prijs voor zijn houding ging per weigering omhoog, inclusief die van deze week.

De ontelbare speeches over ontkenning, beschuldigingen en demonisering lieten de Palestijnen geloven dat de Joden vreemdelingen waren die samenzwoeren om te roven, hen van hun plek te verdrijven en hen te vermoorden. De Palestijnen bleven daardoor ook de strijd aangaan waardoor zij land, bezit, waardigheid en duizenden levens kwijtraakten.

Intussen was het resultaat van het steeds herhaalde ‘nee’ van de Palestijnse leiders dat zij geleidelijk minder opties kregen.

De staat die zij weigerden in 1937 was groter dan die hen aangeboden werd in 1947. Beide aanbiedingen werden gedaan toen er nog geen sprake was van Palestijnse vluchtelingen.

Toen Israël land voor vrede aanbood in 1967, was er nog niet een nederzetting in de West Bank. Toen Israël in 1979 aanbood om te praten over zelfbestuur, waren er nog niet eens twee dozijn nederzettingen in de West Bank, de meeste in de Jordaan Vallei. Toen Arafat ‘nee’ zei tegen Bill Clinton waren er meer dan 150 nederzettingen. Het ‘nee’ van de afgelopen week zou wel eens tot resultaat kunnen hebben dat alle nederzettingen tot Israëls grondgebied gaan behoren, gezamenlijk geannexeerd door de twee grootste partijen en erkend door de VS.

Zo zal de prijs van hun weigeringen zich blijven vermenigvuldigen, totdat een Palestijnse leider op een dag zijn volk de waarheid zal vertellen: zij moeten compromissen sluiten, niet tactisch maar mentaal. Niet omdat de Joden een leger hebben, maar omdat zij een punt hebben.

Het is goed dat het plan van Trump erop staat dat aan de ophitsing een eind komt. Een hartsverandering kan echter niet per contract geregeld worden en zeker niet door buitenlanders. Dat moet van binnenuit gebeuren, niet als een diplomatieke eis, maar als een nationale keus.

Zolang dat niet gebeurt zullen Palestijnse leiders doorgaan met lasteren, ontkennen en afwijzen, terwijl ze iedereen de schuld geven, van de Koning van Saoedi-Arabië tot de president van de Verenigde Staten, iedereen, behalve zichzelf.

 

**************************************
ENGLISH:


75 years after the West’s abandonment of Poland, the lesson for any threatened state is to never rely on allies and always be ready for war    

Source: The Jerusalem Post 8 February 2020

THE CRIMEAN RIVIERA was still a string of war-torn resorts when World War II’s victors gathered 75 years ago this week in the nearby Livadia Palace, the last czar’s white-marbled summer retreat.  

Retreat, by then, was Germany’s daily lot, as its surrender was less than four months away. The question was who will advance and where. And so, the conclave’s host, Joseph Stalin, and his guests, Winston Churchill and Franklin D. Roosevelt, spent seven days mapping the postwar global order, while seeking agreement on whom to punish and whom to prize.  

The punishing part was easy; the three had already agreed to carve up Germany between them, and now heeded Britain’s demand that France also get a slice of Hitler’s estate.  

The question was what will happen to the rest of Central Europe. Stalin’s guests wanted free democracies, he wanted Soviet puppets. The focal point was Poland, and what they did to her is instructive to this day, not only for Poland, but for any threatened country, including the Jewish state.    

POLAND’s wartime fate could hardly be more tragic. The European war’s three main stages took place on its soil: first, the war broke out in Poland, with a Soviet-Nazi attack from its east and west; then it was forced to host to the Holocaust; and finally, in Yalta, it was abandoned to the devices of the communist scourge.  

Stalin made his designs plain in summer 1944, when the Red Army reached eastern Warsaw, sparking the Polish underground’s great uprising only to stand by for 63 days and do nothing while the Germans decimated the Polish rebels. Everyone understood that this was a cynical ploy, aimed at depleting Poland of the fighters who might resist the imposition of a communist regime.  

By the time he faced Roosevelt and Churchill in Yalta, Stalin’s agents had already installed that communist regime, a unilateral act that the Western pair now protested, saying they wanted elections, and also a role for the Polish exile government that worked from London.  

Stalin of course knew all about those exiles – their return was exactly what he was out to prevent. Then again, he wanted his guests to feel happy, so he signed a document in which they all agreed that in any liberated country a free election would be held, and in Poland’s case there would be a coalition between communists and non-communists, including returnees from abroad.  

It was as if the free world had forgotten nothing and learned nothing from its prewar surrender of Czechoslovakia to Hitler. Stalin obviously reneged on his promises, and thus sucked millions, from Romania to Estonia, into his despotic orbit, where they remained trapped until communism’s collapse.  

And in that spirit of gullibility, the West also agreed to send back to the USSR all Soviet citizens stranded in the liberated lands.  

Some 2 million were returned that way, many ending up in gulags, and some also shot, for alleged collaboration. This was the context in which Britain which granted in 1947 citizenship to some 200,000 Polish soldiers who had fought Germany and refused to return to the communist paradise Stalin had in store for them.  

Yes, there were circumstances in Yalta that were not there when Nevil Chamberlain negotiated in Munich.  

In 1938 Germany had yet to occupy one foreign land. In February ’45, by contrast, the Red Army had crossed Romania, Hungary, and Poland, and reached deep into Germany. The West could preach to Stalin on how to manage his new possessions, but it could not force him to do anything.  

Moreover, with the atomic bomb yet to be tested, there was reason to suspect that the war in Asia might take years to end. Stalin’s agreement to attack Japan had therefore become as urgent for the West as its own invasion of France the previous spring had been urgent for Stalin.  

Even so, the bottom line of all this was Poland’s betrayal, which is why Yalta is instructive for any country planning to rely on allies should it face a foreign attack.    

POLAND is right to decry its betrayal by the West, not only in 1945, but also in 1939, when its treaties with France and Britain produced declarations of war, but not war itself. However, to be practical about their history’s lessons, the Poles must probe their own leaders’ naiveté those years  

The Poles expected action, especially from France, which bordered Germany and was therefore in a position to challenge the German invasion from its rear. The French actually deployed large forces by the Saar, but they didn’t attack.  

Still, part of the polish war plan was to have a large portion of its troops retreat to what then was Romania (and now is Ukraine) and regroup there in order to return storming once the French and British step in. It was no less naïve, maybe more, than the Western expectation that Stalin would hold free elections and welcome anti-communist exiles’ return to his realms.  

The Poles fought gallantly, but the invasion caught them unprepared.

They had good pilots, some of whom later excelled in the Battle of Britain, but the Polish Army’s aircraft and tanks were inferior to Germany’s, because Polish leaders did not prepare properly for the total war that its neighbor had resolved to wage.  

It was in that spirit of denial that Poland also did not prepare its population for its vicious bombardment, consequently seeing millions flee their homes and chaotically clog the highways, thus obstructing the Polish army’s movements.  

The lesson from all this, for Poland, its neighbors, and for Israel, too, is simple: expect the worst from your enemies, and little better from your friends.

BY SHEER  coincidence, the Trump peace plan is upon us just as Arab-Zionist violence turns 100.

True, the first extended Arab-Jewish violence happened in summer 1929, when Arab rioters struck in multiple locations, killing 133 Jews.

The violence of 1920-1921 took far fewer lives and did not spread countrywide, so when it ended most Zionist leaders denied Arab hostility’s intensity and reach, a delusion that ended in 1929.

Even so, what happened in 1920 is instructive because of its relationship with the incitement that the Trump plan urges Palestinian leaders to shed.  

SURVEYING FROM a balcony by Jaffa Gate the multitude that crowded for April 1920’s Nabi Musa holiday, Jerusalem mayor Musa Kazim al-Husayni urged his audience “to spill their blood for Palestine” (paraphrased in Benny Morris, Righteous Victims, Hebrew edition p. 97).

Another speaker, journalist (and future mayor of Jordanian Jerusalem) Aref el-Aref, said: “If we won’t use force against the Zionists and the Jews, we will never get rid of them.”

The mob responded in kind, chanting “We will drink the Jews’ blood,” and then proceeded to rampage, first up Jaffa Road, then back in the Old City, ultimately leaving six Jews dead.

Designed to make Palestine part of Syria, that riot’s role as a milestone in the Palestinian-Zionist conflict is debatable. There is no debating it was a promo of incitement’s centrality in the budding conflict.

Incitement’s damage was twofold: it made the mob kill, and it stranded its orators on the tall trees it made them climb.

What began with Husayni’s call to kill quickly proceeded to his relative Haj Amin al-Husseini’s claims that the Jews are God’s enemies, conspirators against humanity, and murderers of children.

Such demonizing inspired an attitude of “I am always just, you are always evil” and one continuous “no” to any compromise proposal.

Over the past century, Palestinian leaders have said “no” as habitually as Trump tweets “sad.”

The reflexive “no” with which they responded to his plan – even before he formally unveiled it – was but a link in a chain harking back more than 80 years.The first rejection came in 1937, when Britain introduced the idea of partition. The second “no” came in 1947, in response to the UN’s version of the same idea.

A third rejection came in 1967, when Israel introduced the idea of land for peace, and the UN adopted Resolution 242. Both initiatives were met by the Khartoum Conference’s famous three no’s – no to peace with, no to recognition of, and no to talks with, Israel.

The fourth rejection came after the 1978 Camp David Accords, in which Israel agreed to create a Palestinian autonomy. The fifth “no” was Yasser Arafat’s to Bill Clinton’s proposal at the same Camp David, in summer 2000.

The sixth “no” was Mahmoud Abbas’s to Ehud Olmert in 2008. The seventh was the same man’s to Benjamin Netanyahu’s Bar-Ilan speech in 2009, in which Likud’s leader agreed to discuss Palestinian statehood. This week’s, then, was the eighth link in this chain.

THERE IS a culture of rejection lurking behind all this, and it is fed by the inciter’s inability to part with his own myths, and from the doctrinaire’s refusal to admit mistakes.

That is why when the PLO recognized Israel in 1993, Middle Israelis rejoiced. For a moment, Palestinian leaders seemed ready to exorcise the inciter’s demons and to part with the doctrinaire’s myths. They weren’t.

Arafat’s insistence in 2000 on the “right of return,” meaning swamping Israel with hostile immigrants; his claim that the Temple Mount never shouldered Jewish temples, and the violence he subsequently unleashed and hailed convinced mainstream Israelis that his recognition of Israel was a sham.

His successor’s antisemitic rhetoric and his regular and institutional payments to terrorists left most Israelis convinced that he, too, never came to terms with the Jewish state; that, like the inciters of the 1920s and 1930, Abbas is stranded on a treetop that compels him to deny the Jews’ nationhood, morality and rightful place in their ancestral land.

The price of this attitude rose with every rejection, including this week’s.

The countless speeches of denial, blame and demonization that made Palestinians believe the Jews were foreigners who conspired to rob, displace and murder them, made the Palestinians wage the ongoing war in which they indeed lost land, property, dignity and thousands of lives.

Meanwhile, Palestinian leaders’ repeated no’s resulted in steadily shrinking options.

The state they rejected in 1937 was larger than the one they were offered in 1947, and both offers were made when there was not one Palestinian refugee.

When Israel offered land for peace in 1967, there wasn’t one settlement in the West Bank. When Israel offered to discuss autonomy in 1979, there were hardly two dozen settlements in the West Bank, most in the Jordan Valley. When Arafat said no to Bill Clinton in 2000, there were more than 150 settlements. This week’s “no” may well result in all settlements becoming Israeli territory, annexed jointly by Israel’s two major parties and recognized by the US.

And so the rejections and their prices will continue multiplying, until someday a Palestinian leader will tell his people the truth: that they must compromise; not tactically, but mentally; and not because the Jews have an army, but because they have a case.

It is good that the Trump plan insists that incitement come to an end. Yet a change of heart cannot be contracted, least of all by foreigners. It has to come from within, not as a diplomatic imposition, but as a national choice.

Until that happens, Palestinian leaders will continue to libel, deny, and reject, while blaming everyone, from the king of Saudi Arabia to the president of the United States; everyone, that is, except themselves.

 

346 views