19 mei 2018

2018-05-19 Deze Bijbelse vrouwen zijn de ultieme moeder en schoondochter /​These Biblical Women Are the Ultimate Mother and Daughter-in-Law (Judy Gruen)


Het is niet genoeg voor Joden om zichzelf het "Uitverkoren volk" te noemen, we moeten ook de mensen zijn die zelf keuzes maken.

door Judy Gruen

Toen ik zes jaar geleden voor het eerst schoonmoeder werd, was ik vastbesloten niet de karikatuur van zo'n schoonmoeder te worden, het mikpunt van moppen, het onderwerp van gefrustreerde brieven aan Mona weet raad. De rol van aanmatigende of onzekere concurrent voor de liefde en loyaliteit van mijn zoon waren niets voor mij.
Je zou mijn schoondochters moeten vragen hoe goed ik het tot nu toe heb gedaan, maar ze noemen me allemaal mama, natuurlijk en met genegenheid. En waarom zou de relatie zo'n draai moeten krijgen? Als je terugkijkt op het boek Ruth, dat we lazen tijdens de vakantie van Sjavoeot, zien we een vroeg model voor deze liefdevolle relatie. Ik ben dol op dit verhaal, met al zijn ontroering, over de zich ontwikkelende hechte relatie tussen Ruth en haar schoonmoeder, Naomi. Ruth is misschien de beroemdste bekeerling van het Jodendom en tijdens de feestdag waarin we onze eigen keuze voor de Thora herdenken, zou geen enkele sage méér geschikt zijn.
Ruth en Naomi zijn gezonken van rijkdom tot vodden na een rampzalige beslissing van Naomi's echtgenoot Elimelech, een rijke en invloedrijke Jood, om zijn familie naar Moab te brengen om aan een hongersnood in Bethlehem te ontsnappen. In Moab sterft Elimelech en zijn twee zonen trouwen met Moabitische prinsessen, Orpah en Ruth. Dit zou ondenkbaar zijn geweest in Bethlethem, want zelfs met de juiste bekeringen mochten Moabieten (en Ammonieten) niet met Joden trouwen.
Dan gaan de zonen ook dood en zijn de drie weduwen alleen. Naomi begint haar trieste tocht terug naar Bethlehem, duidelijk anticiperend dat ze het voorwerp zal worden van spot en minachting bij haar terugkeer. Haar familie sloeg immers de stad over toen ze financiële en morele steun kon bieden in tijden van nood. Orpah en Ruth beginnen haar te volgen, maar Naomi dringt er bij hen op aan terug te keren naar hun koninklijke families. Orpah is snel overtuigd, maar Ruth klampt zich vast aan Naomi en spreekt enkele van de beroemdste woorden uit alle Bijbelse literatuur:

“Waar je ook gaat, ik zal gaan; waar je ook verblijft, zal ik verblijven. Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God." Dit wordt haar ware bekering.
Ik word elke keer als ik deze paar welsprekende, krachtige woorden lees, vervuld van emotie. Ruth klampt zich vast aan Naomi, niet als een schoondochter, maar als een echte dochter. Ze geeft voor altijd de gelegenheid op om terug te keren naar haar vorige leven van materiële troost en minimale morele eisen. In plaats daarvan neemt ze haar positie in onder het Joodse volk en neemt ze de uitdaging aan om te voldoen aan een extreem hoge morele en spirituele standaard. Ze kiest een onzeker lot, treedt toe tot een onderdrukt volk, hoewel iemand een grote toekomst beloofde.
Ik probeer me deze twee vrouwen voor te stellen, die tot dan toe waarschijnlijk een ongemakkelijke relatie hadden gehad, nu voor de rest van hun leven aan elkaar gebonden. Beiden waren ooit rijk en gerespecteerd, maar nu op elke manier teruggeplaatst, afgetobd en kwetsbaar.

Wanneer ze terugkeren naar Bethlehem, bouwen ze samen een nieuw leven op. Ruth veroorzaakt een kleine rel wanneer ze gezien wordt vanaf de randen van het veld en de restjes van de oogst ophaalt, die beschikbaar zijn voor de armsten in de gemeenschap. Haar waardigheid, discretie, bescheidenheid en weigering om aalmoezen aan te nemen, markeert haar helemaal als iemand speciaal, een vorstelijk iemand. Ze wordt onmiddellijk opgemerkt door de man die eigenaar is van het veld, de oudere Boaz, een familielid van haar overleden schoonvader. Boaz trouwt met Ruth en haar achterkleinzoon zal niemand minder dan koning David zijn.
Shavoetot is de tijd waarin we gedenken dat we de Thora hebben ontvangen op de berg Sinaï. Dit is toen we een natie werden gedefinieerd door een verbond met God. Ruth koos het verbond, maar zelfs de geboren Joden moeten het ook kiezen. Zoals mijn rabbi eens zei, het is niet genoeg voor Joden om zichzelf het "Uitverkoren volk" te vinden, we moeten ook de uitverkoren mensen zijn. Elke dag kunnen we onze Joodse spirituele erfenis kiezen door oprecht gebed, studie, liefdadigheid, of op zoek gaan naar een aanvullende mitswa om de wereld te herstellen. De beroemdste bekeerling in de geschiedenis, Ruth, herinnert me eraan dat ik niet zozeer gedefinieerd word door waar ik ben geweest maar veel meer door waar ik naartoe ga.
Niemand van ons kan weten hoe onze daden en toewijding om een authentiek Joods leven te leiden vruchten zullen afwerpen. We streven ernaar om te blijven leven voor ons spirituele potentieel. Soms lijkt authentiek Joods leven niet zo vreselijk handig. Maar zoals Ruth zo welsprekend blijkt, zouden de gaven om deel uit te maken van de mensen van het verbond niets minder dan een majestueuze toekomst brengen.


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op kveller.com



Judy Gruen is the author of several books, including the newly released The Skeptic and the Rabbi: Falling in Love with Faith. Her work has appeared in the Wall Street Journal, Chicago Tribune, Los Angeles Times, Boston Globe, Jewish Action, and many other media outlets. She is also a writing coach and book editor. Read more about her at www.judygruen.com.

These Biblical Women Are the Ultimate Mother and Daughter-in-Law

It’s not enough for Jews to consider themselves the “Chosen people;” we also need to be the choosing people.

by Judy Gruen

When I first became a mother-in-law six years ago, I was determined not to become “that kind” of MIL, the butt of jokes, the subject of frustrated letters to advice columnists. Not for me, the role of overbearing or insecure competitor for my son’s love and loyalty.

You’d have to ask my daughters-in-law how well I’ve done so far, but they all call me Mom – naturally and with affection. And why should the relationship get such a bad rap? If you look back at the Book of Ruth, which we read on the holiday of Shavuot, we see an early model for this relationship that is loving. I adore this story, with all its poignancy, about the evolving close relationship between Ruth and her mother-in-law, Naomi. Ruth is perhaps Judaism’s most famous convert, and on the holiday where we commemorate our own choosing of the Torah, no saga could be more appropriate.

Ruth and Naomi have sunk from riches to rags after a disastrous decision by Naomi’s husband, Elimelech, a wealthy and influential Jew, to take his family to Moab to escape a famine in Bethlehem. In Moab, Elimelech dies and his two sons marry Moabite princesses, Orpah and Ruth. This would have been unthinkable back in Bethlethem, because even with proper conversions, Moabites (and Ammonites) were prohibited from marrying Jews.

Then the sons also die, and the three widows are alone. Naomi begins her sad trek back to Bethlehem, accurately anticipating that she will be the object of derision and scorn upon her return. After all, her family skipped town when they could have offered financial and moral support in a time of need. Orpah and Ruth begin to follow her, but Naomi urges them to return to their royal families. Orpah is quickly convinced, but Ruth clings to Naomi, uttering some of the most famous lines in all of biblical literature:

“Wherever you go, I will go; wherever you lodge, I will lodge. Your people are my people, and your God is my God.” This becomes her true conversion.

I am filled with emotion each time I read these few, eloquent, powerful words. Ruth clings to Naomi not as a daughter-in-law but a true daughter. She forever relinquishes the opportunity to return to her previous life of material comfort and minimal moral demands. Instead, she stakes her claim with the Jewish people, and assumes the challenge to live up to an extremely high moral and spiritual standard. She chooses an uncertain fate, joining a downtrodden people, though one promised a great future.

I try to imagine these two women, who till that point probably had an awkward relationship, now tethered together for the rest of their lives. Both were once wealthy and respected, but now reduced in every way, careworn and vulnerable.

I am not defined as much by where I have been as much as where I am going.

When they return to Bethlehem, they build a new life together. Ruth creates a small sensation when she is seen gleaning from the edges of the field, picking up discards from the harvest, which are available to the poorest in the community. Her dignity, discretion, modesty and refusal to take charity all mark her as someone special, someone regal. She is immediately noticed by the man who owns the field, the elderly Boaz, a relative of her late father-in-law. Boaz marries Ruth, and her great-grandson will be none other than King David.

Shavuot is the time when we commemorate receiving the Torah at Mount Sinai. This is when we became a nation defined by a covenant with God. Ruth chose the covenant, but even born-Jews need to choose it, too. As my rabbi once said, it’s not enough for Jews to consider themselves the “Chosen people;” we also need to be the choosing people. Each day, we can choose our Jewish spiritual heritage through honest prayer, study, giving charity, or looking for an additional mitzvah to do to repair the world. The most famous convert in history, Ruth, reminds me that I am not defined as much by where I have been as much as where I am going.

None of us can know how our actions and dedication to living an authentic Jewish life will pay off. We strive to be alive to our spiritual potential. Sometimes, living authentically Jewish lives seems not so terribly convenient. But as Ruth proves so eloquently, the gifts of being part of the people of the covenant might bring nothing less than a majestic future.

This article originally appeared on kveller.com

Source: http://www.aish.com/f/hotm/These-Biblical-Women-Ar...


Comments