Created by: Drs L.P. Dorenbos

Bert Dorenbos - De leugen van de media

De Leugen van de Media

Truc doorzien

Plotseling flitste het door me heen: “Niet doen.” We zaten heerlijk op het zonovergoten terras van hotel Hof van Holland in Hilversum. Er moest nog een foto genomen worden en de geroutineerde fotograaf stelde me netjes op. Maar ineens realiseerde ik me dat bij deze opstelling de achtergrond gevormd werd door de ruïne van de pas afgebrande kerk op de Kerkbrink. Ik draaide me om en bleef halsstarrig staan op mijn eigen gekozen plek, de fotograaf een glimlach ontlokkend, omdat zijn truc was doorzien. Het was een van die momenten dat je zwart-wit beseft hoe je door beeld, geluid en tekst en de combinatie daarvan, iemand kunt maken en breken. Want wat is er suggestiever dan een grote foto van een jonge, energieke bankdirecteur die de switch maakt naar een oubollige omroep als de Evangelische Omroep, met de contouren van een uitgebrande kerk als achtergrond.

Media-intolerantie

Het is een lange reeks van stereotypen en vooroordelen geworden over wat men denkt van het christendom. Alles wat met christelijk te maken heeft, moet bij voorbaat worden afgeschilderd als ‘dichtgeplakt met oude kranten’, als buiten de werkelijkheid staand en niet meer ter zake doende. Als het gaat over opvoeding, als het gaat over seks, als het gaat over gezag. De christen hoort er niet meer bij en past niet in het door de media gedomineerde wereldje. Hij is het alleen maar waard om afgemaakt te worden. Je mag er de meest grove dingen tegen en over zeggen. Het valt telkens weer op dat in de meest uiteenlopende televisieforums de opponenten discriminerende opmerkingen mogen maken over het christelijk geloof en over jouw eigen diepere geloofsleven, zonder dat je ook maar één vinger mag uitsteken naar hun heiligdommen. Er is sprake van een omgekeerde discriminatie en tolerantie. Je mag in dit door de media vergiftigde landje geen christen meer zijn. Je bent publiek schietschijf geworden van de vrije moraal die de wereld in pacht denkt te hebben.

Selectieve discriminatie

Het is opvallend dat direct de stemming verandert, als ontdekt wordt dat je christen bent. Er ontstaat dan zo’n lacherig sfeertje. Van daar heb je er ook weer een. Het opzettelijk misbruiken van Gods naam en er dan excuus voor vragen. Het lacherig om stilte vragen voor het eten met de bedoeling het gebed belachelijk te maken. Het, vanwege de inhoud, weigeren om mee te werken aan programma’s door NOB-mensen, die verder alle andere programma’s, tot in de dolste onderwerpen toe, willen maken, maar bij wie, als het gaat over het christelijk geloof, alle stoppen doorslaan. Er heerst een selectieve discriminatie in de media van alles wat christelijk is. En als het dan nog eens doordringt tot de kolommen van wat nationale bladen, dan wordt het altijd geplaatst in het kader van kritiek en afstand nemen, zelfs als er helemaal geen aanleiding toe is.

Media versterkt Staphorster variant

Het is in de vele interviews steeds weer een ontdekkingsreis voor de journalist om te merken dat hij/zij te maken heeft met gewone mensen van vlees en bloed, met een gewoon gezin met gewone problemen. Er heerst een vooringenomen beeld van kinderen met zwarte kousen, van vlechten in het haar, van een zwarte schrijfmachine op tafel, van psalmen op hele noten en van geen verkeer op zondag. De ‘Staphorster variant’ zo gezegd. Deze selectieve verontwaardiging en discriminatie in de media van alles wat christelijk is, heeft tot gevolg dat dit beeld nog meer versterkt wordt door wat er wordt uitgezonden. De media doen dus bewust mee aan de vertekening van het beeld en dus aan een leugenachtige schets van de werkelijkheid. Dat betekent dat van objectieve berichtgeving geen sprake is. De eigen identiteit van de krant, omroep of journalist domineert zo sterk dat er per definitie geen ruimte is voor eerlijke berichtgeving.

Trieste, goddeloze aanval

Het viel me op toentertijd, tijdens de confrontatie met Robert Long in een televisieprogramma met Koos Postuma, hoe deze komiek heel eenvoudig dacht het publiek op zijn hand te hebben door een laag bij de grondse aanval te doen op alles wat christelijk is en mij als christen daar mee om de oren te slaan. Het lukte niet omdat de feiten niet deugden, het geen pas gaf en de aangevallene niet boos werd, maar veeleer medelijden toonde met zo’n schijnvertoning. Triest om te beseffen dat deze, in christelijke kringen opgegroeide, inmiddels overleden, bekende Nederlander, zo erg seksueel en inhoudelijk in de war is geraakt. Robert Long is voor mij een voorbeeld van een medelijden opwekkend gevallene, die, hoe de media hem ook omhoog staken en wat voor populaire spelletjesprogramma’s hij ook dacht te kunnen maken, is heengegaan zonder hoop en in totale eenzaamheid. Diep triest als je bedenkt dat Zijn Schepper ook met hem een uniek doel in zijn leven had. Dan was er die satanist die in datzelfde programma zat, die van zijn demonen niets anders moest doen, dan de naam van Jezus omlaag halen. Het was God Die in mij een diep medelijden deed opkomen. Want niet de man was het probleem, maar de demon die hem in zijn macht had gekregen. Eigenlijk had ik in de naam van Jezus de demon moeten bezweren, wat eigenlijk ook wel gebeurde, want de aanval werd gepareerd door de liefde en de bewogenheid die zich meester van mij maakten. Ik liep na het programma op hem af, probeerde hem een hand te geven, wat hij weigerde, omdat, zoals hij zei, je van christenen nooit weet of je al je vingers wel terugkrijgt, waarop hij in lachen uitbarstte. Tragisch, tragisch, wat mis je dan je bestemming in je leven.

Falend utopisch humanisme

De voorzitter van het Humanistisch Verbond was in datzelfde televisieprogramma opgetrommeld om het 2000 jaar oude christendom neer te sabelen. De stereotiepe aanklachten tegen het christendom betreffende de slavenhandel en de Jodenvervolging kwamen op de proppen. De verwachting is dan dat je tegen deze beschuldigingen in zult gaan, zodat je een gemakkelijke prooi wordt voor de tegenargumenten opsommende tegenstander. Maar de ontmaskerende ontdekking is, dat als je erkent dat in de geschiedenis, maar ook vandaag de dag, in de naam van die Jezus inderdaad de meest vreselijke dingen gebeuren, je de angel uit de aanval haalt. Om negers tot onmensen te verklaren, ze vervolgens als beesten in te schepen, over te varen en als koopwaar op de markten van het nieuwe land Amerika te verkopen, tart alle Bijbelse principes. En dan te bedenken dat er slavenhandelaars en slavenmeesters waren die op zondag vooraan in de kerkbanken zaten. Het is een schande dat het zoveel jaren heeft moeten duren voordat de slavernij is afgeschaft in ‘christelijk Europa’. Om met de kruisvlag in top alle Joden die men onderweg naar het Heilige Land tegenkomt te vermoorden, dat heeft niets met Jezus te maken. Er rust nog steeds een schuld op ons in Europa. Door alle eeuwen heen zijn de Joden vervolgd. Onder het mom van dat ze Jezus vermoord hebben, kon je ze alles aandoen. God zegt dat als je je hand durft uit te steken naar Zijn uitverkoren volk, je je deerlijk zult verwonden. Wee je gebeente als je aan Gods oogappel komt. Lees de profeet Zacharia maar, en de andere profeten. Wat niet goed is, moeten we niet proberen te verbergen. Wat niet goed is, is niet goed. In de vlijmscherpe media komt het er op aan dat je transparant overkomt als het gaat over de zaken van God. Want een niet-christen weet vlijmscherp wat wel en wat niet bij Jezus hoort. We worden meer beoordeeld op onze daden, of die wel met onze woorden overeenkomen. Woord en daad horen een te zijn.

We hoeven God niet te verdedigen

De Bijbel, het Woord van God, spreekt voor zichzelf. We kunnen heel eenvoudig getuigend de ander bevragen. De wedervraag aan deze voorzitter van het Humanistisch Verbond, wat dan wel 2000 jaar humanisme te vertellen had, bleef onbeantwoord. Je kunt toch ook niet zeggen, dat het humanisme, met de utopische gedachte dat we naar een steeds betere mens gaan, de wereld, zoals die er nu uit ziet, minder agressief en minder op oorlog en macht belust heeft gemaakt. De Club van Rome, die men toch echt niet kon verdenken van doemdenkerig, christelijk fundamentalisme, gaf de ondergang van de wereld aan als we niet radicaal het roer zouden omgooien. We kregen een geweldige kans om heel eenvoudig het evangelie uit te leggen, dat het juist om de verbroken wereld was, dat God Zijn Zoon gezonden heeft om de zonden van de wereld te verzoenen, opdat de mens uit liefde tot God zou werken in deze wereld, op weg naar een betere wereld. We moeten niet bang zijn om de waarheid volhardend te blijven doorgeven binnen de media, ook al wordt op allerlei manieren geprobeerd die waarheid onderuit te halen.
Het sfeertje enige tijd later, in het Veronica-programma met Gert Berg, bij het gesprek met de toenmalige porno-programmamaker Gideon van Aarsen, was al even onzuiver. Ze hadden hem opgedragen om mij zwaar aan te vallen, omdat die Dorenbos niet zo gemakkelijk is te verslaan. En daar begon hij het christendom en mijn persoonlijke integriteit te grabbel te gooien. Wat een leugen. Het valt me altijd weer op dat niet de argumenten, maar de vooringenomen beschuldigingen het uitgangspunt zijn en dat dan ook alles maar gezegd mag worden. Als je het journalistiek weegt, slaat dat nergens op en heeft het ook geen enkele zin. Enigszins door de wol geverfd, door al die jaren van media-confrontaties, zijn deze aanvallen af te slaan door er boven te staan en ze niet met gelijke munt, maar met Hogere munt terug te betalen. Het is verbazend hoe de almachtige, hoge God je daar dwars door je zenuwen heen de kracht en de woorden voor geeft.

Media tast eerbaarheid en opvoeding aan

Als het over porno gaat, dan hoor je het voor het programma al gonzen van de meest sensuele en liederlijke opmerkingen over de sekssymbolen, die moeten opdraven en die met de cameratechniek worden afgelikt. Je krijgt intens medelijden als je deze meisjes ziet en met ze in contact komt. Je walgt van de vieze, vunzige gedachten en blikken van de mensen, mannen, in en om het programma. Je kunt alleen maar getuigen van het grote goed dat God in de seksualiteit gegeven heeft en hoe triest het is dat we dat in de media vergooien en zo miljoenen mensen het moeilijk maken om seksueel zuiver te zijn. En hoe kunnen de kinderen zo seksueel gezond opgroeien? Het lijkt of je een roepende in de woestijn bent, die zo nu en dan wordt aangehoord of misbruikt om het eigen pornogericht bedrijf voort te zetten. De vraag is dan ook steeds gerechtvaardigd, of het zin heeft en of het zelfs wel mag, met een dergelijk programma meedoen. Steeds moet de afweging zijn of het strekt tot eer van God.

Bidden helpt

We zorgen altijd dat we een groep bidders meenemen naar de studio en vragen ook mensen thuis te bidden. Je bent in het hol van de leeuw en wordt gevraagd vanuit het negatieve doel om God, Jezus, het christendom en jou belachelijk te maken. Het gaat om het getuigen in de leeuwenkuil. God is de enige bescherming en het verhoord gebed geeft kracht. Niet alleen dat, maar er is ook de gelegenheid voor mensen om vanaf de publieke tribune mee te doen. Het was onthullend om te horen hoe een bevriend jong echtpaar hun getuigenis gaf over hoe zij seksueel zuiver hun huwelijk waren ingegaan, dat zij seksualiteit zagen als een geschenk van God en hoe ze ook in hun huwelijk rein en zuiver wilden leven en niet door driften wilden worden beheerst. God heeft het allemaal gegeven om er van te genieten en Hij wil dat je zuinig op elkaar bent.

Opgehitst

In de lange gesprekken, vaak na de programma’s, ontdek je hoe de programmamakers en hun assistenten opgehitst worden om voor het volgende programma maar weer de gekste dingen, wat het dan ook maar is, uit de hoge hoed te toveren. Het moet altijd controversieel, aandachttrekkend en vooral niet christelijk truttig zijn. De gedachte om gewoon eens een christen aan het woord te laten, komt niet in hun brein op. Dat is zoiets oubolligs. Ze staan dan ook verbaasd dat je vrijmoedig over de dingen van het geloof kunt praten zonder oubollig te zijn. Je hoort ze denken: “Wat hij zegt, dat kan toch helemaal niet, maar het is een eerlijke en reële vent.”

EO voor heiden belachelijk en voor christen te vroom

Hoe meer je erover nadenkt, hoe meer je beseft dat de niet-christelijke mediamensen een vertekend beeld hebben van het leven van een christen. Ze hebben die karikatuur zelf gemaakt of relateren die aan ervaringen die ze hebben opgedaan met, zoals ze het vaak noemen, de zwartekousenkerken. Dat wat blijdschap had moeten uitstralen, blijkt in de praktijk vaak naar binnen gekeerd te zijn, zonder een uiting van veel blijdschap. Daar komt bij dat het liberale en geseculariseerde christendom ook een grote steen bijdraagt aan het negatief benaderen van een ieder die vast wil houden aan het gezag van het Woord van God, de Bijbel. Het valt telkens weer op dat in het brede, oecumenische wereldje voor de Bijbelgetrouwen geen plaats is. In mijn tijd als EO-directeur, van 1974 tot 1986, stond je gelijk aan een vloek in de kerk of de synode. Nee, de EO daar moeten we niets van hebben, die houdt er een mening op na en dat mag toch vooral niet in deze tijd van tolerantie.

Nieuwsselectie

Grote, christelijke bijeenkomsten komen niet in het nieuws, terwijl kleine, andere manifestaties ruim aandacht krijgen. Het was zeer opvallend dat een 20.000 bezoekers tellende EO-dag in Utrecht geen aandacht kreeg en de gelijktijdig plaatsvindende manifestatie van 100 feministen breed werd verslagen in het nieuws. Het is een heidens werk om de christelijke items hoog op de lijst van de journaals in deze wereld te krijgen. Er heerst bij voorbaat al een prullenmand mentaliteit. O ja, dat kennen we al en het verdwijnt zonder ook maar één moment serieuze aandacht te hebben gekregen.

Een christen heeft een mediamijdende houding

We moeten de oorzaak daarvan niet alleen zoeken bij de andere kant, maar ook de hand in eigen boezem steken. Het is tragisch opvallend en soms komisch om te ontdekken hoe groot de achterstand is bij christenen als het gaat om het gebruik van de media. Hoewel er al veel verbetering is te constateren, neemt het christelijk erf nog vaak genoegen met een al of niet slecht gestencild of gedrukt blaadje met vaak al verouderde informatie, waardoor de penetratiemogelijkheden in de media al bij voorbaat slechter zijn. De christelijke wereld wordt niet gekenmerkt door actief en agressief gebruik van de media om het o zo belangrijke product ‘Het getuigenis van Jezus’ bekend te maken. Dit is een direct gevolg van het ontbreken van een evangelisatie- en uitstralingsdrang in de meeste kerken. Als de vurigheid om te getuigen er niet is, is de druk om daarvoor de media te gebruiken er ook niet. Dit heeft weer tot gevolg dat, terwijl de niet-christelijke wereld weet dat het kenmerk van de christen het getuigen naar buiten is, maar dit niet ziet, zij een merkwaardig beeld krijgt van deze hoofdzakelijk navelstarende beweging, die zo nu en dan met, voor de buitenstaander, vreemde dingen naar buiten komt die nauwelijks aansluiting hebben met de werkelijkheid. Er is binnen grote groepen van het christelijk volksdeel zelfs sprake van mediamijding.

Media-uitstraling bepaald door eigen geloof en bewogenheid

In deze tijd van media-explosie is de boodschap via de kansel niet voldoende. Ook andere vormen van media moeten worden ingeschakeld. Het is vervolgens van zeer groot belang dat die media in dienst van de waarheid van de Bijbel komen te staan. Hoe vaak zijn christelijke media niet een slap aftreksel van wat de wereld biedt. Er is een permanente strijd gaande om de wereld te kopiëren en er een christelijk sausje over te gieten, om het authentiek vanuit de Bijbel spreken in te ruilen voor een quasi-evangelie. De media-uitstraling kan nooit meer zijn dan de inhoud van het geloof dat daar achter zit. Er is nog veel te weinig gestudeerd op de vraag hoe de media het best te gebruiken zijn voor de verkondiging. Het beste antwoord dat te bedenken is, is dat we kunnen leren van de Here Jezus. Op welke wijze ging Hij met de mensen en met de media in Zijn dagen om? Het zou wel eens kunnen zijn dat wij door de manier waarop de media door de niet-christelijke mediabaronnen wordt ingevuld, zo verslaafd en verworden zijn, dat we een geheel nieuwe vorm van mediagebruik zullen moeten introduceren. Het gaat erom dat de boodschap die gebracht wordt overeenkomt met de Bijbel en niet of er wel genoeg mensen naar het programma kijken.

Transparant, geen water bij de wijn

In de stortvloed van seculiere en agressief-demonische media is het van belang dat de tegen de stroom ingaande christelijke media het getuigenis hoog houden en weigeren om op dat gebied water bij de wijn te doen. De christen wordt uiteindelijk niet beoordeeld op zijn niet-christelijk gedrag en zijn aanpassing aan de wereld. Als het erop aankomt, heeft ook de niet-christen geen enkel respect voor de christen, die zegt een getuigenis te hebben, maar in de praktijk er de kantjes vanaf loopt, of om het in mediatermen te zeggen: die zijn best doet om bij de niet-christen in de smaak te vallen en hoge kijk- en luistercijfers te scoren.

Media-penetratie erodeert het christelijk getuigenis

De invloed van de media is echter zo ontzettend groot, dat ook onder christenen de leugen van de media zijn slachtoffers heeft. Er wordt door christenen meer tijd besteed aan het volgen van de niet-christelijke prediking en de niet-christelijke programma’s van radio, televisie en krant, dan aan het tot zich nemen van de Bijbelse boodschap voor leer en leven in kerk, kring en blad. Dat kan niet anders dan een eroderende werking hebben op de weerbaarheid van de christen en zijn getuigenis. We zien het dan ook allerwegen. De leugen van de media heeft zo ver doorgevreten in christelijk Nederland dat de lange televisie-mediaslaap velen op sterven na dood heeft gemaakt, waardoor men niet meer in actie komt voor de goede zaak.

Gezin is buisbordeel

De meeste christelijke gezinnen zijn huisbordelen geworden. Was het nog enkele jaren geleden dat we opschrokken van een verkeerde verhouding in een televisieprogramma of een zoen/seksscène, nu kijken we er niet meer van op en laten ook onze jonge kinderen daar zonder commentaar naar kijken. Er wordt in christelijke gezinnen ontucht gepleegd via de televisie. We weten best dat daar een strenge straf op staat. Jezus zegt: “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.” Wat wordt er dan onder christenen een echtbreuk gepleegd via beeld en blad. Uit een enquête onder ondernemers blijkt dat ook zij niet schromen om pornobladen te verkopen en de kijkcijfers van de televisie tonen aan dat er geen verschil is tussen de kijkcijfers van christenen en niet-christenen. Dat spreekt boekdelen.

Media en de waarheid

Als de christen de leugen van de media liever heeft dan de waarheid van het evangelie, dan kan het niet anders dan dat afval en kerkverlating toenemen en de ziekten van de tijd ook onze gezinnen en huiskamers bevuilen, met alle gevolgen van dien. We worden dan zelf onderdeel van de leugen van de media. Want hoe kan ons getuigenis nog enige inhoud hebben als ons denken en doen bevuild is door de leugen? Dat is ook het beeld dat de niet-christen van de christen heeft: huichelachtig, achterbaks en bang om voor zijn eigen mening uit te komen.

Christen mediagetuige

Als de christen niet de mediagerichte getuige is, die altijd en overal klaar wil staan om op te komen voor de eer van Christus, dan is het christendom verworden tot een dode reus, die slechts weer tot leven kan komen als de kracht van de Heilige Geest de harten aanraakt en de christenen het vervolgens niet kunnen laten het reddende evangelie van de daken te schreeuwen. Daarom is een groot stuk van het christendom en zijn media er de oorzaak van dat de medialeugen kan voortwoekeren. Eigenlijk is dit leugen-media-gerichte-slapend-christendom zelf de grote leugen, omdat het juist Jezus was, die niet afliet om Zelf overal het evangelie om te roepen en daarvoor geen middel of mogelijkheid schuwde en die vervolgens Zijn volgelingen trainde en hen opriep om hetzelfde te doen. Als de wereld, die er toch al niets van snapt of wil snappen, telkens opnieuw voorbeelden ziet van schijnheilige, elkaar bevechtende christenen, dan is het te begrijpen dat zij een karikatuur van het christendom maken.

Media-explosie, mediareus

Het geweldige is dat simpele lezing en bestudering van Jezus’ gang op deze aarde en Gods gaan door de wereld vanaf de schepping tot nu toe, je heel direct brengt bij het geheim van de christelijke media. Slechts een leven in Christus geeft de moed, de kracht, het initiatief en de realiteit om met die boodschap op stap te gaan. Wanneer door de kracht van Gods Geest de christelijke mediareus tot leven komt, kan er een media-explosie voor de Here komen. Dat gaat van het maken van een praatje, het rondbrengen van een blaadje, het meedoen aan een gesprek, het schrijven van een ingezonden brief tot het opzetten van een mondiale televisiezender.

De Communicator zit boven

Het geheim van media en de waarheid is dat de belangrijkste communicatielijn de lijn van God naar de mens is, door Zijn geopenbaarde Woord en door Zijn Geest. We hebben te maken met een handelend en optredend God, Die Zelf zegt dat Zijn ogen de hele wereld doorlopen om krachtig bij te staan een ieder wiens hart volkomen naar Hem uitgaat. God treedt handelend op. Dat vergeten we maar al te vaak als het over media gaat. We praten in het horizontale vlak, maar we moeten veel meer de verticale lijn in het oog houden. Immers, God is een handelend God! Dat was toen en dat is ook nu zo. Daarom moeten christelijke media ook in de eerste plaats gericht zijn op de Communicator boven, Die hen die de mediaknoppen willen bedienen met een biddend en opgeheven hart, krachtig wil bijstaan.

God zei: Er zij licht, en er was Licht

Dat klinkt vroom en weinig praktisch, maar het is zo praktisch als God het Zelf zegt: “En God zeide: Er zij licht, en er was licht.” Er was dus duisternis. God sprak en het licht was er! “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. … Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden…” God is de grote Communicator. Hij schiep en het was er. En God zag dat het zeer goed was. Maar de mens, die als God wilde zijn, wetende wat goed en kwaad is, verviel in de zonde en de grote tegenstander van God sloeg zijn slag op deze aarde. De overste dezer wereld, de boze, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wat en wie hij kan verslinden. Hij is gekomen om te liegen, te moorden en te stelen. De duivel is de grote stoorzender. God doet bovennatuurlijke dingen, maar de duivel ook. Het gaat erom, dat we onderscheiden waarop het aankomt. God communiceert met Zijn schepselen door Zijn Zoon en door de Heilige Geest. Hij programmeert ons voor het eeuwige leven. Wij worden aangevallen door de stoorzender, die probeert ons uit de bescherming van de Here te halen. Er zijn constant twee geluiden in de wereld: het leven en de dood, hemel en hel, goed en kwaad. Willen we veilig communiceren, dan komt het er op aan dat we dicht bij Jezus blijven. Dat we temidden van allerlei geluiden ons oog op Hem gericht houden. Geborgen zijn met Christus in God. Dan zijn we in staat om samen met alle heiligen te vatten de rijkdom en de grootheid, de lengte, de hoogte en de breedte van Gods grootheid. Dan kan niets ons scheiden van de liefde van Christus. Dan trekken we de geestelijke wapenrusting aan en zijn onze voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie van Jezus. Dat is christelijke media met een hoofdletter.

Dwaasheid voor de wereld

Als we het hebben over communicatie dan moeten we bij het begin beginnen. En het begin is in het hart van God. Zijn communicatie-openbaring is het Woord van God, Zijn programma. Hij onderhoudt ons dag aan dag door de kracht van de Geest en beschermt ons tegen de aanvallen van de boze. Dat is geen dogmatische, buiten de werkelijkheid staande, vrome praat, maar dat is de werkelijke werkelijkheid, waarvan Paulus zegt dat het dwaasheid is voor de wereld. Wat wijs is voor God is dwaasheid voor de wereld. En wat dwaasheid is voor God, daarvan denkt de wereld dat het wijsheid is. Het is dus een absolute zaak, je kunt niet van twee walletjes eten. Het is zwart of wit, wijsheid of dwaasheid. Kies het goede en laat je inpassen in het werk van de grote Regisseur.

Mediahandboek leren

Als we het hebben over christelijke communicatie, dan vergeten we heel vaak dat we niet moeten beginnen met praten over communicatie maar dat we het moeten hebben over de manier waarop Christus communiceert, om tot christelijke communicatie te komen. Eigenlijk moeten we zeggen als we over communicatie spreken: “Hoe zou Jezus willen communiceren door ons heen?”. Indien we optimaal willen communiceren, zijn er twee centrale uitgangspunten. In de eerste plaats zullen we het Handboek over communicatie goed moeten bestuderen. Het tweede is de uitvoering van de richtlijnen: God liefhebben en de naaste als jezelf en niet mijn wil maar Uw wil geschiede. Christelijke, Bijbelse communicatie is altijd gericht op het heil van de ander, in een zelfopofferende liefde, naar het voorbeeld van Jezus Die Zijn leven voor ons gaf.

Communiceren met de Schrijver van het Handboek

Het kennen en toepassen van het Handboek leidt tot een persoonlijk spreken van en met God in het gebed. Vanuit deze directe communicatielijn met de Regisseur maken we die programma’s, die Hij van te voren al heeft voorbereid. Gebed is de motor van alle christelijke media-activiteit. Vaak is het gebed verworden tot een op afstand praten met God, als onderbreking van de preek of als start of afsluiting van maaltijd of bijeenkomst. De Bijbel is scherp over de plaats van het gebed. Het gebed moet uit een rechtvaardig en op God gericht hart komen. Jacobus zegt: Jullie bidden wel maar jullie geloven niet. Hoe kan God dan verhoren? Maar hij sluit af en zegt: Elia was een mens zoals wij. Hij bad en het regende drie en een half jaar niet. Wij zijn misschien de realiteit van de goddelijke, hemelse communicatie kwijtgeraakt en dat betekent dat we ons moeten haasten om het geheim en de kracht ervan weer te ontdekken. Als we erop letten dan zien we dat de Bijbel er vol van staat! Kwam de aartsengel Michaël niet op het gebed van Daniël? Wel drie weken later, want hij moest eerst nog strijden met de vorst van de Perzen. God spreekt ook vandaag door Zijn Woord en Geest tot ons. Hij zet ons in beweging. Het gaat erom wie ons leven beheerst. Dat wat we willen communiceren, moet bepaald worden door Gods communicatie met ons. Het geheim daarvan ligt in de volledige overgave aan de grote Regisseur. Het gaat in de regel tegen ons eigen, vleselijk denken in. Vooral in de wereld van de media komt het eigen vlees tegen de goddelijke communicatie in opstand. De hele mediawereld is geënt op hoe en met welke programma’s je zo goed mogelijk zoveel mogelijk mensen kunt bereiken met zo weinig mogelijk geld en een zo groot mogelijke winst. De personality show. De man, de vrouw, de ster staat voorop. Naar de mate dat hij kans ziet om de aandacht te trekken en de kijkcijfers op te jagen, in die mate is het succes verzekerd. De media kietelen het menselijk ego. En met het menselijk ego de jaloersheid, de afgunst en de concurrentie. Daar waar het menselijke ego in het middelpunt komt te staan, gaat de glorie van en voor God verloren. We hebben de schat in aarden vaten, opdat niet wij, maar God alle eer toekomt. Het is de permanente strijd tegen het eigen vlees.

De verleiding ligt steeds om de hoek

Juist bij christelijke communicatie is een onvoorwaardelijke, persoonlijke afhankelijkheid van God en het blijven bij Zijn geboden, het voortdurend je laten opladen door het Woord van God, essentieel om staande te blijven in de geestelijke mediastrijd. Want de tegenstander van God, die net als bij de Here Jezus tijdens de verzoeking in de woestijn, alle koninkrijken der wereld aanbood om maar de eigen eer van Jezus te prikkelen, prikkelt ook het eigen ego van allen die bij de media betrokken zijn. Heel vaak vergeten we ons te wapenen tegen deze verleiding waardoor we in de valkuil trappen en dezelfde wereldse principes van marketing en kijkcijferdwang toepassen op de christelijke media. Er is nog veel te weinig nagedacht over het belang van goddelijke communicatie voor goede christelijke communicatie.

De vierde verzoeking

In een wereld die steeds meer gedomineerd wordt door de wereldlijke media, lijkt het haast een onmogelijkheid om christelijke media nog een rol te laten spelen. De bekende mediadeskundige, Malcolm Muggeridge, met wie ik het voorrecht heb gehad om lange dagen en nachten op te trekken, vergeleek christelijke media met het spelen van ‘Abide with me in a whorehouse - Blijf bij mij Heer in een hoerenkast.’ In een van zijn lezingen voor de John Stott Contemporary Cycle in Londen, die zijn samengevat in het boekje The Fourth Temptation, krijgt de Here Jezus het aanbod om via de televisie, op prime time, één keer de hele wereld te mogen toespreken. Hij weigert. Diezelfde houding zien we ook bij moeder Theresa, die op bezoek was in de New Yorkse studio’s, waar alles klaar stond voor de opname en waar elke minuut telt, maar waar zij, de kleine non, op de studiovloer neerknielde en alles terug bracht, daar waar het hoorde: bij de Here God van Wiens zegen alles afhangt. Het was Malcolm Muggeridge, toen nog agnost, die tijdens een gesprek voor de BBC gegrepen werd door deze kleine, niets ogende non met een onmogelijke roeping om de meest uitgestoten paria’s vlak voor hun sterven nog een druppel water te geven. Sindsdien zocht hij haar regelmatig op in India. Hij schrijft in het boekje Small is beautiful hoe hij, met zijn agnostisch verstand, niet kon begrijpen wat de betekenis kan zijn van de liefde, waarvan zij zegt dat die van Jezus komt. Het is misschien wel deze totaal zelfopofferende liefde van moeder Theresa die, tot op vandaag, ons nieuwsgierig en jaloers maakt, omdat van dat leven zo weinig te zien is in ons eigen leven en we ons afvragen waar we met ons christelijk gedoe de boot gemist hebben.

Fantasy world

Malcolm Muggeridge, die een persoonlijke vriend werd, veegde de vloer aan met de christelijke media die probeerden de wereldse principes te simuleren. Hij, lang genoeg gepokt en gemazeld door de media en met zijn satirische Punch ervaring, wist alles van de fantasy world van de media. De media op zichzelf zijn één grote schijnvertoning. We kunnen daar lelijk over doen, maar de media op zich zijn zo, dat het niet anders kan dan dat ze een schijnwereld weergeven. In de amusementhoek wordt één permanente soap opgevoerd van een leven dat nooit zo in werkelijkheid kan hebben bestaan. Als er één normaal leven in zou worden beschreven, zou er geen hond meer naar kijken. En het gaat per slot van rekening om de kijkcijfers en zonder kijkcijfers is er geen televisie. Het zijn dus de kijkers zelf, die de media dwingen om er een fantasy world van te maken. De eigenaardigheid, de schizofrenie, is echter dat de kijker toch permanent de gedachte heeft, dat wat op de buis verschijnt geen fictie maar werkelijkheid is. Het gevaar is dat mensen en vooral kinderen, die niet anders zien dan televisiefantasie, een leefwereld opbouwen, die daarop gebaseerd is. Als ze ontdekken dat het leven niet beantwoordt aan hun fantasie-ideaal, dat zich heeft vastgezet in hun televisiehoofd, dan leidt dit in niet weinig gevallen tot een identiteitscrisis. De wachtkamers van psychiaters en schooldecanen en de politiebureaus zitten vol met, in mindere of meerdere mate, door de media geflipte jongeren, die geen kans zien om de verantwoordelijkheid van het volwassen-zijn op zich te nemen. Er is veel onderzoek over de invloed van televisie op de jeugd, maar er is geen onderzoek over de relatie tussen teen-crime, teen-pregnancy en teen-abuse en het valse fantasiebeeld dat de televisie in hun hoofd heeft opgebouwd.

Opgroeien temidden van versekste media

Als een kind niets anders ziet dan door seks en geweld beheerste programma’s en de kleine kinderen opgroeien met door draken en demonen beheerste geweldfilms, met de meest akelige beelden van geweld, dan moeten we niet raar opkijken wanneer de zwakkeren onder hen later die wereld gaan zien als hun referentiekader. Grondig diepte-onderzoek zou wel eens tot de conclusie kunnen leiden, dat niet de gezinssituatie, maar de constante leugenstroom van de media, de oorzaak bij kinderen is van de psychische nood van hun ziel, waarbij in een toenemend aantal gevallen uitwassen de schermen van de televisie van de weer daarop volgende generatie bevolken. Aan deze vicieuze cirkel komt nooit een einde als niet radicaal het inzicht doorbreekt, dat er een direct verband is tussen het kijken naar door mediademonen beheerste televisie en het afnemend vermogen van kinderen om verantwoord volwassen te worden.

Weg van de mediareligie

Nu al groeit er een generatie op die wordt opgevoed door ouders die door de media verknipt zijn en in de roes van de fantasy world doorleven en dat vervolgens overbrengen op hun kinderen. De oude mediarot, Malcolm Muggeridge, was zeer somber gestemd over de invloed van de fantasy world op de ondergang van het avondland. Hij zag geen tekenen van verbetering vanuit de media zelf. De glijdende schaal van de fantasy televisiewereld gaat alleen maar door, omdat in de grote machtsstrijd om de kijker en het grote geld geen plaats is voor bezinning. Bezinning kan immers leiden tot het inslaan van een andere richting en dat brengt niet te voorziene risico’s met zich mee. De fantasy world van de media draagt dan ook onherroepelijk bij aan de ondergang van het westen. Malcolm Muggeridge, als agnost en wereldverbeteraar in de media begonnen, die de hele wereld afreisde op zoek naar niet bestaande waarheid, moest door het onvoorwaardelijke geloof van moeder Theresa, het geloofsvertrouwen van de Lourdesgangers en door zijn reizen in de voetstappen van Paulus, langzaam ontwaken uit zijn roes en capituleren voor de Waarheid van God. Welke wereldreligie kent zo’n onvoorwaardelijke overgave van de leider voor het heil van zijn volgelingen? Het was zijn ultieme media-ervaring toen Malcolm Muggeridge zijn leven overgaf aan deze Waarheid met eeuwigheidswaarde. Tijdens onze gesprekken met hem en zijn vrouw, bij het haardvuur in zijn rustieke woning in het Zuidengelse Robertsbridge, las hij voordat we naar bed gingen de Evening Reading en de Prayers volgens de Anglicaanse traditie. Ver van de glamour en glitter van de media-fantasy world de waarheid en de werkelijkheid waar een wereld in verwarring naar hunkert. In het zonovergoten Florida spraken we samen over de ondergang van de cultuur en de fantasy world van een Disneyworld, dat hij een voorproefje noemde van een wereld waarin we alle ellende hebben uitgebannen. In zijn laatste boek sprak hij over de tijd die hij in zijn leven verspild had door achter een leugen aan te gaan. Deze leugen propageerde hij als waarheid in de oneindige hoeveelheid artikelen, die hij voor zoveel kranten en radio- en televisieprogramma’s had geschreven. Zijn leven werd gevuld met de versterking van de leugen van deze fantasy world. Na zijn bekering stelde hij met afschuw, verdriet en sarcasme de fantasy world van de moderne mediawereld aan de kaak. Zijn leven beschreef hij als een leven van langzaam uit het stof ontwaken en het licht zien gloren, totdat hij met overgave het boek Jesus kon schrijven en rust vond. Hij is mijn mediavader. Aan hem heb ik veel te danken. Hij wees mij scherp en onthullend de weg om in de fantasy world van de media zonder compromissen de waarheid te blijven verkondigen van een evangelie dat dwaasheid voor de wereld is. In een magistrale rede op de jaarlijkse conferentie van de NRB (National Religious Broadcasters) in het grote Sheraton hotel in Washington veegde hij de vloer aan met de wereld van de media en was moeder Theresa zijn grote held. Nog sterker bekritiseerde hij de fantasy world van de christelijke media. Als je deze fantasy world van de media ook nog denkt te kunnen gebruiken om de Waarheid te verkondigen, begeef je je op glad ijs. Het was volgens hem nagenoeg onmogelijk om via de media een duidelijk beeld te geven van Jezus. Christelijke media zijn vaak een blasphemy (godslastering) tegenover God. Dit gebeurt enerzijds doordat de fantasy methoden van de wereld (glamour, glitter, kijkcijfer, dwang en geld) ook zonder blikken of blozen worden toegepast in de christelijke media en anderzijds doordat de christenen in hun verdeeldheid elkaar door allerlei innerlijke en uiterlijke vormen op het zelfde scherm beconcurreren. Een ander gevaar is dat het geloof en de gemeenschap verwordt tot een huiskamer-televisie-kerk.

Bijbel vol mediaprincipes

Er wordt nauwelijks nagedacht over wat de Bijbelse principes zijn voor het mediagebruik. Zo er al over gesproken wordt, gebeurt het meestal door de kleine incrowd van mediadeskundigen van christelijke huize die, doordat ze zelf bij de media zitten en er hun brood mee moeten verdienen, er nauwelijks objectief mee bezig kunnen zijn. Er is ontzettend veel uit de Bijbel te halen over christelijke media. Er is een boek te schrijven over christelijke communicatie, hoe het wel en hoe het niet moet. Misschien moet dat boek er ook maar eens komen. Twee principes zijn absolute basisvoorwaarden: Alles moet getoetst worden aan het Woord en vervolgens hebben we onze schat in aarden vaten: het gaat om de eer van God en niet om de eer van mensen.

Geloof voor media-christenen voorwaarde

Mijn 12½-jarige ervaring bij de Evangelische Omroep heeft krachtig bevestigd, dat niet de techniek en het vakmanschap, hoe belangrijk ook en een voorwaarde (want niets is goed genoeg voor de Heer), maar de doorleefde, christelijke houding van een oprecht geloof de basis moet zijn voor communicerende programma’s. Christelijke media groeien dan ook het best wanneer de werkers zelf groeien in geloof en kennis en steeds meer de gestalte van Christus aannemen. Dan is soms een portier een belangrijker medewerker dan een regisseur. Het gaat om de geestelijke eenheid en de bijdrage die daaraan geleverd wordt. Er is daarin een permanente strijd gaande, omdat juist op het terrein van de media de leugengeest van de duivel probeert om de medewerkers zelf, die de Waarheid hoog willen houden, onderuit te halen. Dat lukt ook regelmatig en dan is het zaak om het kwaad met wortel en tak uit te roeien door het aan de kaak te stellen. De aanvallen zijn hevig want de duivel, als vertegenwoordiger van de leugen, is een groot strateeg, die er heel wat aan gelegen is om in de media te penetreren en de knoppen van de mediastations te gaan beheren. Daarom is media-ontwikkeling voor de Heer in de eerste plaats het werken aan de opwekking van de mensen en opwekking ontstaat alleen als mensen hun hart richten op God, zodat Hij hen krachtig kan bijstaan.

The message is the medium

Na de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren werd het evangelie, met gebruikmaking van de toenmaals bestaande media, in de kortst mogelijke tijd in de toen bekende wereld rondgebracht. Als we de mediasnelheid van die tijd afmeten aan het tempo waarin het vandaag de dag gaat, dan hebben we heel veel aan snelheid ingeboet. De techniek heeft wel meer en snellere mogelijkheden gegeven maar het vuur om het evangelie te verkondigen is gedoofd door materialisme, zelfgerichtheid en liefdeloosheid over het lot dat de ongelovigen treft. De vurige verwachting van de wederkomst is ingeruild voor een welvaartchristendom dat ook in de media zijn weerslag heeft gekregen. Het evangelie wordt op een manier verkondigd die de mensen niet meer in vuur en vlam zet, maar bijdraagt tot een voortkabbelend, geaccepteerd christendom waar voor bekering, zonde en hel geen plaats is. Vuur is nodig om de mediatrein weer op stoom te krijgen, want er is nog veel terrein te veroveren.

De boodschap bepaalt de media

De media brengen het nieuws van de dag. Maar er gebeurt zoveel op een dag dat er geselecteerd moet worden. Dat wat door de zeef komt is dus een aftreksel van wat er in de samenleving gebeurt. Daarom is het belangrijk wat er wordt geselecteerd en door wie. Een analyse van hetgeen er geselecteerd wordt, leert dat rampen, criminaliteit en politiek de belangrijkste ingrediënten zijn van wat we voorgeschoteld krijgen. Het overgrote deel van de commentatoren heeft geen conservatieve moraal. Ze houden er geen geloof op na en staan in het algemeen negatief tegenover alles wat met God of gebod te maken heeft. Zij selecteren dus de goddeloze onderwerpen in de samenleving en de wereld.
Televisie wordt in het algemeen geperverteerd door vermaak en ontspanning. De films die aangeboden worden, zijn gemaakt door een kleine, elkaar hevig beconcurrerende groep scriptwriters, die worden ingehuurd door een, eveneens steeds kleiner wordende, groep entertainmentbonzen, die zich vooral concentreren in de Hollywoodomgeving. Deze wereld is geperverteerd door het grote geld, de glitter en glamour van de, in eigen roem zwemmende en vaak eenzame, zich met goddeloze zaken bezig houdende, kleine elite van sterren, die constant bezig zijn om elkaar vliegen af te vangen, om maar in de marketplace te kunnen blijven. Dat wat geldt, is wat uiteindelijk de kassa laat rinkelen en hoeveel kijkers aan de zender gekluisterd gaan worden. Deze, vooral op de Amerikaanse cultuur georiënteerde, filmproductiestroom trekt, na de vertoning op de thuismarkt, de wereld rond om in nagenoeg alle tv-huiskamers van de wereld vroeg of laat te verschijnen.

Penetratie tot de einden der aarde

We waren op reis met het zoveelste transport humanitaire goederen, toen we onderweg, ergens in het binnenland van Rusland, stopten om eens een kijkje te nemen in de typisch Russische hutjes, de schamele houten huizen waarin vele Russen op het platteland al eeuwen leven. Een oud en krom vrouwtje, met een hoofddoek om, kwam naar buiten en keek verbaasd naar het haar erf opkomende groepje Nederlanders. De voedselpakketten openden haar huisje voor ons, waar we verbaasd rondkeken; zoveel middeleeuwse toestanden hadden we nog nooit meegemaakt. Ze sliep tegen de kachel aan. De kachel bestond uit een stenen schoorsteen, die ook na het doven van het vuur haar ’s nachts warm hield, hetgeen haar behoedde voor doodvriezen tijdens de harde, Russische winters. Naast een iconen plaatje met een kunstbloem voor haar naar boven wijzende devotie, was alles zeer schamel. Tot ze een gordijn wegtrok en we, tot onze stomme verbazing, een gloednieuwe televisie- en stereo-installatie zagen en foto’s aan de wand van de nieuwste films. Haast verontschuldigend wees ze op een foto, schijnbaar van haar zoon, die ook niet had geschroomd om porno-afbeeldingen op motorfietsen aan de muur te prikken. Het was hetzelfde beeld dat we een andere keer, midden in de rimboe in Afrika, tegenkwamen. Na uren over een droge rivierbedding gereden te hebben, kwamen we bij een Afrikaanse, ronde kraalwoning. Naast wat kooktoestanden troffen we niets aan dan de matrassen waarop de familie ’s nachts sliep, tot we onder een doek een apparaat ontdekten wat de televisie bleek te zijn en later in een boom ook de televisie-antenne zagen. De steeds meer uniform wordende televisiecultuur kent geen grenzen en dringt door tot in de verste uithoeken van de wereld. De dominerende positie van de Hollywoodstijl van aanbod van televisie- en filmvermaak, maakt van de wereld steeds meer een global village, dat geregeerd wordt door de mediagiganten, die niet schromen een glamourcultuur voor te schotelen, die met eer en eerbaarheid, laat staan culturele gevoelens, totaal geen rekening houdt.

Entertainment big business

Aan de aanbodkant zien we, mede door de gigantische, technische ontwikkelingen, een enorme concentratie ontstaan. Het aantal aanbieders neemt af omdat de technische componenten steeds meer doordringen in de vermaaksindustrie om maar verzekerd te zijn van de afzet van hun producten. De vermaaksindustrie zoekt in allerhande samenwerkingsvormen de verzekering van haar afzetkanalen voor haar, met miljoenen-budgetten geproduceerde, films. Moderne marketingmethoden en kassastromen houden de trend bij. Het is niet overdreven om te stellen dat slechts een handjevol giganten techniek, productie en distributie in handen heeft. Het ziet er naar uit dat deze concentratiegolf voorlopig nog geen einde heeft. Wie zijn deze mediagiganten en wat gaat er om in hun hoofden? Het is van uitermate groot belang dat we ervoor bidden en eraan werken, dat mensen die van God weten een rol gaan spelen. Het is ook belangrijk dat er een sterke, christelijke bewogenheid is, die mensen van God samensmeedt om het vaandel van Gods eer hoog te houden in een mediasamenleving, die als vanzelf afglijdt naar de norm van de vijand van God.

Bidden voor mediabazen

Wie ontfermt zich eigenlijk over het denken en doen van de mediabonzen? Worden ook zij niet voortgejaagd door de eeuwigdurende spiraal van het dwingende succes op korte termijn om de zaak op lange termijn draaiende te houden. Benaderen we niet vaak de ‘slechte’ mediabonzen vanuit de negatieve houding, dat we af moeten van deze mensen? Maar moeten we niet juist voor hen bidden? Gebed voor de leiders in de media en een strategieplan voor de media is in deze tijd van gigantisch belang. En als we het over media hebben, dan is toch gebed het belangrijkste mediawapen. Het gebed van de rechtvaardige vermag veel. Niet genoeg kan herhaald worden dat, zoals Jacobus zegt, we wel bidden, maar niet in geloof. Maar als we bidden in geloof, dan zegt Jacobus: Elia was een mens zoals wij. Hij bad en het regende drie en half jaar niet en hij bad opnieuw en het regende weer. Het gebed van de rechtvaardige vermag veel. Was het niet Daniël, die voor de zonde van zijn volk bad en zich verootmoedigde en dat op dat gebed Michaël kwam aangevlogen? Als the battle for the mind – de strijd om de geest van de mensen – meer en meer wordt gestreden via film en televisie, dan moeten we ons gebed concentreren op hen die deze media beheersen. Het is een aanval van de boze om ons van dit lokaal, regionaal, nationaal en mondiaal mediagebed af te houden. De duivel weet wat een krachtig gebed vermag. Het zal dus een onderdeel van de geestelijke strijd zijn om te komen tot een krachtig gebedsfront voor de media. Het is al heel lang een verlangen van mijn hart om hieraan te werken.

Bestaan er mediademonen?

Natuurlijk, ik was opgevoed in een christelijk gezin. En natuurlijk geloofden we dat de duivel bestond en vreselijke dingen deed. Maar eigenlijk vonden we dat al die boze geesten, die in het Nieuwe Testament genoemd werden, in die tijd voorkwamen maar toch vandaag de dag niet meer. We hadden het er nooit over. Er werd ook niet over gepreekt. Er heerste de mening dat je vooral kleine kinderen niet met al die oorlogen en die boze geesten uit de Bijbel moest lastigvallen. Je maakt mooie boekjes over de lieve Jezus. Gek eigenlijk, want we hadden de kast wel vol staan met allerlei sprookjesverhalen en kwamen daar ook niet heel gemene heksen in voor? Ik moet nog gruwen van de heks in het verhaal van Hans en Grietje. En wat te zeggen van de boze wolf en de zeven geitjes? Was C.S. Lewis in zijn Narnia-cyclus ook niet actief bezig met boze en goede geesten? Hoe dan ook, de duivel heeft kans gezien om bij een hele generatie christenen zijn eigen werk onder de dekmantel te houden en zich klaar te maken voor een scherpe aanval op het denken van de mensen via de moderne communicatiemiddelen. Hij stortte op iedereen, van kind tot grijsaard, zijn mediavergif uit.

Engelen bestaan echt

Natuurlijk wisten we van engelen. Maakten we niet altijd engeltjes en engelenhaar voor de kerstboom? Met vleugeltjes. Dan zongen we de engeltjesliederen. ‘Hoor de eng’len zingen d’eer’. En het stoere ‘Ere zij God’, staande aan het einde van de dienst, drie maal en met een langgerekt ‘A-a-a-a-men, A-a-men’. En dan gingen we naar huis. Maar dat was nostalgie uit Bijbelse tijden. Vandaag de dag zijn er toch geen engelen meer? Waar ze dan wel gebleven waren, wisten we niet. Over een geestelijke strijd in de hemelse gewesten werd niet gesproken. Je moet met beide benen op de grond staan. Niet teveel fantaseren. Dat we beïnvloed worden door boze machten en dat er een hevige strijd woedt tussen God en de duivel, dat begrepen we niet, of beter: daar dachten we niet over na. Efeze 5 en 6, net als het boek Openbaring, was een gesloten boek. De gereformeerde gezindte, opgegroeid bij Luther en Calvijn, had wel andere problemen aan haar hoofd. Was Calvijn niet toegekomen aan de exegese van Openbaring, omdat hij niet zeker was of dit boek wel tot de Bijbel behoorde en misschien apocrief moest worden verklaard? Er worden ook zulke moeilijke verhalen over beesten en geesten in verteld.

Profetie bepaalt het nieuws

Over de profetieën, wat er allemaal nog stond te gebeuren, werd al helemaal niet gesproken. De reformatie was gestopt bij sola fide, sola gratia en sola scriptura. De rechtvaardige zal uit geloof leven, zoals de Romeinenbrief statig begint. Het dogma dat de beloften voor land en volk van Israël naar de christelijke kerk zijn overgaan is een dogma waarop de kerk al sinds de eerste eeuwen is gestoeld. Het pausdom is gegrond op de stoel van Petrus terwijl Jezus had gezegd dat Hij op de belijdenis van Petrus Zijn gemeente zou bouwen. Er zijn vele vragen. Maar als de geestelijke strijd in de hemelse gewesten niet een manifest onderdeel is van het hedendaags christelijk leven, lopen we het gevaar niet te kunnen volharden en geen onderscheid te hebben. Deze zaken zijn nodig om stand te houden tegen de verleidingen des duivels, die rondgaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden. Het is zeer belangrijk om juist in de mediawereld ernst te maken met de concreetheid van de duivel. Daarom is Bijbelse kennis en erkenning van de geestelijke strijd in de hemelse gewesten essentieel. We hebben het immers over communicatie. De profeten spraken toen: Messias Jezus kwam. Profetie spreekt ook nu: dat bepaalt het nieuws.

Vruchten van het het vlees domineren media

Het was op het omroepterrein dat ik ontdekte dat de duivel met klompenvoeten door de mediastudio’s banjert. Alles wat God verboden heeft, krijgt vrij spel in de media. Er is een permanent drijven om het slechte naar voren te halen. Als het maar even over seks kan gaan, dan moet het op de buis. Een homoprogramma moet er komen. Als je daar tegenin gaat word je door de zelfingenomen, hoge heren laatdunkend en kleinerend aangekeken. Moet je hem nou eens zien. Je moet niet met opvattingen uit een ver verleden aankomen. Het was een leerschool om met beide benen op de grond te blijven staan wanneer je zag hoe geniepig agressief de boze machten hun greep op de media verstevigden. Je ontwaakt als uit een droom wanneer je de demonen in levende lijve voor je ziet opdoemen. Het was een ontwaken vanuit een dogmadenken over een belangrijk stuk uit de Bijbel waar het gaat over engelen en demonen. Met een schok ontdek je dat, wat in het Nieuwe Testament beschreven is over de strijd in de hemelse gewesten en de concrete uitwerking op aarde niet opgehouden is, maar dat het met des te meer kracht ook vandaag doorgaat. Dat staat ook in het Nieuwe Testament: hoewel de duivel door de kruisdood van Jezus verslagen is op Golgotha probeert hij met grote ijver zijn laatste slag te slaan en nog zoveel mogelijk mensen te verleiden. Het is uitermate belangrijk om in het gesprek over de media en het gebed voor de media de directe confrontatie met de demonen aan te gaan en te beseffen dat, als je in confrontatie met de mediademonen komt, deze demonen je zullen aanvallen. Want een demon zal nooit zonder strijd zijn terrein verlaten, maar hij zal op een onverwachte manier aanvallen en de strijder proberen lam te leggen. Heel vaak zal hij hem proberen aan te vallen op het gebied waar de biddende aanvaller de strijd voert. Dat is het gebied van de seks- en pornodemonen. Hoeveel eerbare, geestelijke leiders zijn daarvoor reeds gevallen en hoeveel zijn in gedachten al het slachtoffer van seksdemonen. De sensuele, seksuele verleiding via de media is wellicht de grootste verleiding waarmee luisteraars en kijkers de geestelijke afgrond worden ingetrokken. Wil je daartegen strijden, dan moet je geestelijk sterk in je schoenen staan. Je hebt een kring van gebed om je heen nodig ter bescherming. Er moet niet te lichtvaardig gedacht worden over de macht en de kracht van de demonen.

Gebed, het grote mediawapen

Gebed voor de media is dan ook in de eerste plaats je wapenen tegen de aanvallen die terug verwacht mogen worden. Als je niet sterk genoeg in je schoenen staat, moet je er niet aan beginnen. Zij die in deze strijd mee willen bidden, moeten zorgvuldig gescreend worden op hun weerbaarheid. Is dat misschien de reden dat we, tot nu toe, niet konden komen tot een krachtig gebed voor de media? Elke poging die we hebben ondernomen is in de kiem gesmoord. We moeten eerst de weg van het ontdekken en ontmaskeren van de demonen leren kennen.

Hij was bezeten

Hij kwam met rood doorlopen ogen en twee grote plastic zakken aanrennen. Nauwelijks uit zijn woorden komend riep hij: “Ik moet ervan af.” Hij stortte zijn tas leeg. Het rituele zwaard, de tarotstenen, een tas met satansboeken en nog wat duivelse waar werden op tafel gesmeten. Verbijsterd zag ik het schouwspel aan. De satan had hem die nacht te pakken. In de grootste nood was er in de helse duisternis nog één lichtpuntje geweest. Met de moed der wanhoop had hij het boekje dat op zijn kastje lag gepakt: een klein Bijbeltje. Hij wist dat de duivel het op zijn leven gemunt had. Verward was hij wakker geworden en naar ons toe gevlogen. Later legde hij uit hoe de satan hem tegen ons werk had opgezet en alles had gedaan om ons kapot te maken. Nu moest hij capituleren omdat die duivel op dit moment hem op de hielen zat. Hij wist dat hij naar mij toe moest komen. Na gebed hebben we de duivelse boeken verbrand en daarna hebben we hem laten gaan. Pas later beseften we, nadat er weer van alles gebeurd was, dat we ingewijd moesten worden in het begrijpen van de macht van de boze in deze wereld, in de levens van anderen en ook van jezelf. Het is dus toch waar! De duivel gaat nog rond! De satanskerk is daar. Het is levensgevaarlijk als we aan het bovenstaande schouderophalend voorbijgaan. Het moet ons met schrik werpen op wat de Bijbel over demonen zegt.

Een onmogelijkheid werd een wonder: EO

Men kan zich ook verbazen over het feit dat, gezien de potentie die er is vanwege het aantal christenen, de christenen in de media zo slecht vertegenwoordigd zijn. Het lijkt alsof de christenheid de wereld van de media heeft overgelaten aan de heidenen. Er heerst zelfs een soort afkeer. Naar de film ging je niet, dat was het terrein van de boze. Toen de radio en de televisie opkwamen, zaten de christenen achter in de rij. Het is een wonder dat bij de opkomst van de Nederlandse radio en televisie christenen meededen. Er ontstonden christelijke omroepen. Toen op een gegeven moment liberaliserende en vrijzinnige tendensen het christelijk karakter van deze omroepen bedreigden, kwam er het initiatief van de Evangelische Omroep. Tot ieders verbazing evenaarde deze omroep, na twintig jaar, de andere omroepen wat het aantal leden betreft: zij verkreeg de B-status en later zelfs de A-status. De pioniers hebben deze omroep in gebed ontvangen. Gebed is de dragende kracht van de omroep en de werkers ervaren dat ook. Het zou een apart boek vergen om mijn 12½ jaar als directeur bij deze omroep weer te geven. Gebed voor de leiding van deze omroep, om wijsheid welke stappen er gezet moeten worden in het labyrint van de leeuwen en beren op de omroepweg en welke juist niet, is onontbeerlijk. Tevens is belangrijk dat ieder die persoonlijk niet radicaal voor Jezus leeft, buiten de deur wordt gehouden. Want iemand kan nog zo’n goed vakman zijn, als hij Jezus niet kent, dan heb je met hem het paard van Troje binnengehaald. De Evangelische Omroep heeft enkel bestaansrecht wanneer ze het reddende evangelie van Jezus predikt en zondaren oproept tot bekering.

Media-initiatief volop

Was er in het begin van de radio- en televisie-ontwikkelingen sprake van schaarste in de ether, waardoor regulering door de overheden noodzakelijk was. Vandaag de dag maken we een duizelingwekkende ontwikkeling op technisch gebied door. Hierdoor komt er een oneindig aantal mogelijkheden voor communicatie bij: de digitale ontwikkelingen, de chipversnelling en -verfijning, de glasvezelexplosie, de virtual communication en de computer hard- en software ontwikkeling met internet als interactief medium. Van schaarste is geen sprake meer, eerder van overvloed en verzadiging. Waren er vroeger astronomische bedragen nodig om een studio te beginnen, vandaag de dag is het maken van radio- en televisieprogramma’s financieel binnen het bereik van iedereen. De grote studio’s, met hun legendarische budgetten, moeten steeds meer concurreren met low-budget studio’s. Aan het aantal kanalen dat via de kabel of satelliet de huiskamer binnen kan komen is ook geen einde. Alles is mogelijk. Via de cyberspace mogelijkheden ligt wereldwijde communicatie binnen ieders bereik. Het is een verbijsterende ontwikkeling, waar we nog maar net het begin van zien. De ontwikkeling in de communicatiewereld is even drastisch als de industriële revolutie die met de stoommachine begon. De futurologie van de cyber-rage zal ieder mens een communicatieset geven, die hem overal in staat stelt de gewenste informatie en het gewenste vermaak op te halen en door te geven op de door hem gewenste tijd. De logistiek van de woon- en werkplek zal meer en meer worden bepaald door de logistieke communicatiebehoefte dan door de noodzaak om lijfelijk in een bepaalde ruimte bijeen te zijn. Reeds nu is het mogelijk om overal ter wereld werkplekken aan elkaar te koppelen.

Massamedia vereenzaamt

Was de communicatie-overdracht tot nu toe vooral op de massamedia gericht, in de toekomst is er een groeiende markt voor op doelgroepen gerichte communicatie via choose info channeling. Binnenkort heeft ieder huis zijn eigen televisiestudio, biblio/videotheek, waaruit een oneindig aantal titels kan worden gekozen, die desgewenst voorgeprogrammeerd kunnen worden. Aan de mogelijkheden om informatie aan elkaar te koppelen komt geen einde. Het is dus een kwestie van wie welke informatie waar en voor wie aan elkaar gaat koppelen. De enige beperkende factor, wat het verwerken van informatie betreft, is de mens zelf. De forcerende, technische ontwikkelingen houden, vanwege het primaat van de techniek op het pad van de ontwikkeling, geen gelijke tred met de menselijke vermogens om die informatie te kanaliseren. Er valt te vrezen dat de mens het recht en de mogelijkheid kwijtraakt om autonoom te kiezen. Hij zal dan overgeleverd worden aan de dictatuur van een aantal op commercie georiënteerde lieden, die een geforceerd pakket samenstellen, waaruit zij de meeste winst kunnen halen. De agressiviteit waarmee de informatiegiganten nu reeds in elkaars branche infiltreren, geeft aan dat er een strijd op leven en dood is over wie de hele productieketen gaat beheersen. Het ligt in de lijn der verwachting dat de computer en cyber area, zowel wat productie als distributie betreft, zal worden opgeslokt door de amusementsindustrie.

Monopolistische mediaconcentratie

Het beeld dat nu nog bestaat, dat het de businesswereld is, waarvoor de communicatie-tools in eerste instanti

224 views


Comments