28 mei 2021

2021-05-28: Vechten tegen Amalek in Israël (Bekijk Video) - Battling Amalek inside Israel (Watch Video)

Reconstructie van de Shavuot-tempeldienst (screenshot)

 Nederlands - English

NEDERLANDS:

De reconstructie van de sjavoeot-tempeldienst vindt plaats buiten jericho: 'vechten tegen amalek in israël' 

DOOR ADAM ELIYAHU BERKOWITZ 

“ Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk.” Deuteronomium 26: 5 ( NBV )

Een volledige heropvoering van de Shavuot- tempeldienst werd dinsdag gehouden in Mitzpeh Yericho, de dag nadat het Sjavoeot was in Israël.

Een van de organisatoren benadrukte dat de Shavuoth-dienst de remedie is voor het begin van de oorlog tegen Amalek die nu in Israël uitbreekt.

 SJAVOEOT: TWEE HEEL BIJZONDERE SOORTEN BROOD

Sjavoeot is een jaarlijkse Joodse feestdag, een van de drie Bijbelse pelgrimsfeesten waarin in tempeltijd Joden naar Jeruzalem opgingen. Het wordt gehouden nadat de Joden de mitswa (Torah-gebod):  het aftellen van zeven volledige weken hebben voltooid.

 Vanaf die dag na de sabbat, vanaf de dag dat de schoof omhooggeheven is, moeten zeven volle weken worden afgeteld, tot de dag na de zevende sabbat. Vijftig dagen moeten jullie aftellen, en dan moeten jullie de HEER een graanoffer aanbieden uit de nieuwe tarweoogst Leviticus 23:15,16 (NBV)

Volgens het Bijbelse mandaat vond een oogst van gerst plaats in de nacht van 3 april, de nacht na het Pascha, en markeerde de eerste nacht van het tellen van de zeven weken durende Omer-periode . Als het Pascha eindigt, beginnen de Joden 50 dagen te tellen tot de feestdag van Sjavoeot, wanneer twee broden gemaakt van de gerst als een offer naar de tempel worden gebracht. De restanten van het offer worden bewaard door de priester en worden vermeld als een van de vierentwintig priesterlijke gaven.

Een landbouwfestival, Sjavoeot, komt aan het einde van de winter tijdens de graanoogst en wordt als zodanig in de tempel gehouden door het offeren van twee broden . Gemaakt van de meest uitgelezen tarwe, die twaalf keer werd gemalen en gezeefd voordat ze werden gebakken , worden de twee broden bij de jaarlijkse opvoering gebracht.

Ze waren afkomstig van de eerste tarwe van het seizoen die rijp was en waren groot, rechthoekig van vorm met vier minitorens op elke hoek van het brood.

Alvorens de broden te bakken, knepen de Kohanim-priesters een handvol bloem af en gooiden het in het vuur van het altaar dat in het midden van de Grote Tempel stond. Deze twee broden waren ongebruikelijk omdat ze werden bereid met natuurlijk rijsmiddel, terwijl bijna alle andere graanoffers in de tempel zonder zuurdesem werden bereid. De twee broden, gebakken met zuurdesem, waren op een speciale manier gevormd met vierkante 'hoorns' in de hoeken, die op het altaar leken.

Alle andere graanoffers die in de tempel werden gebracht, waren plat, panbrood, meestal gebakken in olie. Zelfs de Toonbroden die altijd in de tempel aanwezig waren, ondanks dat ze vrij groot waren, waren in wezen matzah , ongezuurde broden.

De twee ongezuurde broden werden samen met twee lammeren gebracht als een dankzeggingsoffer, als centraal aspect van de nationale feestdag. De organisatoren van de reconstructie brachten twee bijzonder kleine lammetjes mee, aangezien ze tegelijkertijd met de broden werden “heen en weer bewogen”, een moeilijke taak die nog moeilijker wordt als de lammeren groter zijn.

EERSTE VRUCHTEN: BEZITTEN VAN HET LAND

De reconstructie omvatte ook de ceremonie van de bikurim , of het "brengen van de eerste vruchten". De ceremonies werden uitgevoerd door Kohanim (mannen van de priesterlijke kaste) gekleed in authentieke kledij zoals beschreven in de Bijbel, geleid door Rabbi Baruch Kahane , die een prominente rol heeft gespeeld in veel van de reconstructies van de tempel.

In de dagen van de Eerste Tempel werden de eerste vruchten van de jaarlijkse oogst naar Jeruzalem gebracht als een offer tussen de feestdagen van Sjavoeot (Wekenfeest) en Soekot (Loofhuttenfeest). De vruchten werden in manden gebracht, prachtig uitgestald en aan de priesters gegeven.  

‘Als u daarvan dan het eerste en beste deel in een mand meeneemt naar de plaats die de HEER, uw God, zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen’  Deuteronomium 26: 2 (NBV)

Bikurim zijn afkomstig van de zeven soorten die een speciale betekenis hebben voor Israël: tarwe, gerst, druiven, vijgen, granaatappels, olijfolie en dadels (honing).

Een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijfbomen en honing Deuteronomium 8: 8(NBV)

De vruchten werden aan de priesters gegeven nadat de schenker een belijdenis had voorgedragen uit Deuteronomium 26: 1-11, waarin hij erkende dat God degene was die de Israëlieten uit de Egyptische slavernij verloste, en God dankte dat hij hen naar het beloofde land had gebracht.

Dit aspect van de feestdagen is zeer exclusief en richt zich alleen op Joden die in Israël wonen. Alleen de eerste vruchten die volledig in het land Israël zijn verbouwd, vallen onder deze mitswa. Zelfs eerstelingen die door niet-Joden in het land Israël worden verbouwd, worden niet als bikurim beschouwd. Bij het aanbieden van de eerste vruchten aan de Kohen in de tempel, reciteert de Jood een belijdenis uit het boek Deuteronomium die begint met een verklaring waarmee hij zichzelf identificeert:

“ Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk.” Deuteronomium 26: 5 (NBV)

Aangezien deze beschrijving niet-joden uitsluit, zouden ze deze verklaring niet afleggen, zelfs niet als ze eerstelingen brachten. Een voorwaarde voor het brengen van de Bikkurim is dat de persoon die ze brengt de wettige eigenaar is van het land waarop de vruchten werden verbouwd, om welke reden het niet was toegestaan om deelpachters en mede-eigenaren mee te nemen.

De vruchten werden in manden gebracht, prachtig uitgestald en aan de priesters gegeven. De vruchten werden aan de priesters gegeven nadat de schenker een belijdenis had uitgesproken, beschreven in Deuteronomium. 

'Hiermee verklaar ik voor de HEER, uw God, dat ik het land waarvan de HEER onze voorouders onder ede heeft beloofd dat Hij het ons zou geven, ben binnengegaan' Deuteronomium 26: 3 (NBV) 
' Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk.” Deuteronomium 26: 5 (NBV) 
‘HEER, hierbij breng ik U de eerste opbrengst van het land dat U me gegeven hebt. Bied de HEER, uw God, zo uw gaven aan en kniel voor Hem neer.’ Deuteronomium 26:10 (NBV)

Deze verzen werden specifiek gebruikt om God te erkennen als degene die de Israëlieten verloste van de Egyptische slavernij en om God dankbaar te zijn dat Hij hen naar het Beloofde Land heeft gebracht.

PALESTIJNEN: HET HUIDIGE AMALEK 

Rabbi Hillel Weiss, de voormalige woordvoerder van het Sanhedrin en een van de organisatoren van de reconstructie, benadrukte dat met name de Shavuot-dienst essentieel was om in contact te komen met de actualiteit.

"Sjavoeot markeert het echte begin van de lente en het begin van de graanoogst", zei Rabbi Weiss. “Het heeft betrekking op de hele schepping; dierlijk, plantaardig, mineraal en mens. Daarom wordt het reshit genoemd. 

‘De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder ‘Exodus 34:26 (NBV)

"Dit heeft betrekking op de schepping die begint met het woord Bereshit (in het begin)", zei Rabbi Weiss. "Amalek kwam om Gods rol in de schepping af te wijzen, daarom worden ze ook wel reshit genoemd."

‘Toen zag Bileam Amelek en hief hij deze orakelspreuk aan: ‘Amelek, vooraanstaand onder de volken, zal tenslotte volledig te gronde gaan’.’ Numeri 24:20 (NBV) 

"Joden getuigen tot de wereld dat God de wereld heeft geschapen en een orde in de wereld heeft geboden, inclusief welke naties in welk land leven", zei Rabbi Weiss. "Amalek probeert dit af te wijzen, maar Sjavoeot bekrachtigt dit."

“Op deze manier zijn de Palestijnen zoals Amalek. Ze zijn niet van hier. Sjavoeot en Bikurim zijn alleen van belang voor de ware eigenaar van het land; degene die de bomen plantte, plantte het graan en zorgde voor de velden. De Palestijnen gaan geen oorlog voeren omdat ze enig belang hebben bij het land. Ze verbranden het land. Ze willen de Tempelberg niet. Ze hebben de Tempelberg verbrand. "

“De Palestijnen kwamen in opstand en slaagden erin te voorkomen dat de Joden naar de Tempelberg op Sjavoeot zouden opgaan, omdat de dienst van de Sjawoeot-tempel de grootste bedreiging voor hen vormt, met onweerlegbaar bewijs dat zij niet de eigenaars van het land zijn. En het verbond dat bevestigde dat Israël voor de Joden was, was impliciet in de schepping van de wereld. "

“Israël krijgt de opdracht om altijd tegen Amalek te vechten, waar en wanneer dan ook. In de Bijbel probeerde Amalek te voorkomen dat de Joden het land Israël binnenkwamen. Dit is precies wat de Palestijnen vandaag proberen te doen. Maar deze keer vechten we tegen Amalek in het land Israël. De Shavuot-tempeldienst is de enige manier om ze volledig te verslaan. "

 

 **********************
ENGLISH:

Shavuot temple reenactment takes place outside jericho: ‘battling amalek inside israel’ [watch video]

BY ADAM ELIYAHU BERKOWITZ 

“My father was a fugitive Aramean. He went down to Egypt with meager numbers and sojourned there; but there he became a great and very populous nation. Deuteronomy 26:5 (The Israel BibleTM) 

A full-dress reenactment of the Shavuot Temple service was held in Mitzpeh Yericho on Tuesday, the day after Shavuot was observed in Israel.

One of the organizers emphasized that the Shavuoth service is the cure for the beginnings of the war against Amalek breaking out in Israel right now.

SHAVUOT: TWO VERY SPECIAL BREADS

Shavuot is an annual Jewish holiday, one of the three Biblically mandated pilgrimage festivals when, in Temple times, Jews ascended to Jerusalem. It is observed after the Jews complete the mitzvah (Torah commandment) of counting seven complete weeks.

You must count until the day after the seventh week—fifty days; then you shall bring an offering of new grain to Hashem. Leviticus 23:16

As per the Biblical mandate, a harvest of barley took place on the night of April 3, the night after Passover, marking the first night of counting the seven-week Omer period. As Passover ends, Jews begin counting 50 days until the holiday of Shavuot, when two loaves made from the barley are brought to the Temple as an offering. The leftovers of the sacrifice are kept by the priest and are listed as one of the twenty-four priestly gifts.

An agricultural festival, Shavuot comes at the end of the winter during the grain harvest and as such, is observed in the Temple by an offering of two loaves of bread. Made from the choicest wheat, which was ground and sifted twelve times before being baked, the two loaves are brought at the annual reenactment.

Taken from the first wheat of the season to ripen, they were large, rectangular in shape with four mini towers at each corner of the loaf.

Before baking the loaves, the kohanim-priests would pinch off a handful of flour and throw it into the fire on the altar that stood at the center of the Great Temple. These two loaves were unusual in that they were prepared with natural leavening, whereas nearly all other grain offerings at the Temple were made without leavening. The two loaves, baked from a sourdough, were shaped in a special manner with squared ‘horns’ in the corners, resembling the altar.

All of the other grain offerings brought in the Temple were flat, pan bread, usually fried in oil. Even the Show Bread that was always present in the Temple, despite being quite large, was essentially matzah, unleavened bread.

The two unleavened loaves were brought as a thanksgiving “wave offering” along with two lambs, as a central aspect of the national holiday. The organizers of the reenactment brought two especially small lambs since they were “waved” at the same time as the loaves, a difficult task made even more difficult if the lambs are larger. 

FIRST FRUITS: OWNING THE LAND

The reenactment also included the ceremony of the bikurim, or the “bringing of the first fruits.” The ceremonies were performed by Kohanim (men of the priestly caste) dressed in authentic garb as described in the Bible, led by Rabbi Baruch Kahane, who has played a prominent role in many of the Temple reenactments.

In the days of the First Temple, the first fruits of the annual harvest were brought to Jerusalem as an offering between the holidays of Shavuot (Festival of Weeks) and Sukkot (Festival of Booths). The fruits were brought in baskets, beautifully displayed, and given to the priests. 

Thou shalt take of the first of all the fruit of the ground, which thou shalt bring in from thy land that Hashem thy God giveth thee; and thou shalt put it in a basket and shalt go unto the place which Hashem thy God shall choose to cause His name to dwell there. Deuteronomy 26:2

Bikurim are brought from the seven species which have a special significance to Israel: wheat, barley, grapes, figs, pomegranates, olive oil, and dates (honey).

A land of wheat and barley, and vines and fig-trees and pomegranates; a land of olive-trees and honey Deuteronomy 8:8

The fruits were given to the priests after the donor recited a confession, detailed in Deuteronomy 26:1-11, acknowledging God as the one who redeemed the Israelites from the Egyptian bondage, and expressing gratitude to God for bringing them to the Promised Land.

This aspect of the holiday is highly exclusive, focusing only on Jews living in Israel. Only the first fruits grown entirely in the land of Israel are included in this mitzvah. Even first fruits grown by non-Jews inside the land of Israel are not considered bikurim. Upon presenting the first fruits to the Kohen in the Temple, the Jew recites an avowal from the book of Deuteronomy which begins with this self-identifying statement.

My father was a fugitive Aramean. He went down to Egypt with meager numbers and sojourned there; but there he became a great and very populous nation. Deuteronomy 26:5

Since this description excludes non-Jews, they would not make this statement even if they brought first fruits. A prerequisite for bringing the Bikkurim is that the person who brings them is the legal property owner of the land on which the fruits were grown, for which reason, share-croppers, and usurping occupants were not permitted to bring them.

The fruits were brought in baskets, beautifully displayed, and given to the priests. The fruits were given to the priests after the donor recited a confession, detailed in Deuteronomy.

I profess this day unto Hashem thy God, that I am come unto the land which Hashem swore unto our fathers to give us.’” Deuteronomy 26:3
A wandering Aramean was my father, and he went down into Egypt, and sojourned there, few in number; and he became there a nation, great, mighty, and populous. Deuteronomy 26:5
And now, behold, I have brought the first of the fruit of the land, which Thou, O Hashem, hast given me.’ And thou shalt set it down before Hashem thy God, and worship before Hashem thy God. Deuteronomy 26:10

These verses were specifically used as acknowledging God as the one who redeemed the Israelites from the Egyptian bondage and expressing gratitude to God for bringing them to the Promised Land. 

PALESTINIANS: MODERN-DAY AMALEK 

Rabbi Hillel Weiss, the former spokesman for the Sanhedrin and one of the organizers of the reenactment, emphasized that the Shavuot service in particular was essential to relate to current events.

“Shavuot marks the real beginning of spring and the beginning of the grain harvest,” Rabbi Weiss said. “It relates to all of creation; animal, vegetable, mineral, and man. That is why it is referred to as reshit.

The choice (reshit) first fruits of your soil you shall bring to the house of Hashem your God. You shall not boil a kid in its mother’s milk. Exodus 34:26

“This relates to creation beginning with the word Bereshit (in the beginning),” Rabbi Weiss said. “Amalek came to reject God’s role in creation, which is why they are also called reshit.”

He saw Amalek and, taking up his theme, he said: A leading (reshit) nation is Amalek; But its fate is to perish forever. Numbers 24:20

“Jews bear witness to the world that God created the world and commanded an order in the world, including which nations live in which land,” Rabbi Weiss said. “Amalek tries to reject this but Shavuot reinforces this.”

“In this way, the Palestinians are like Amalek. They are not from here. Shavuot and Bikurim are only of importance to the true owner of the land; the one who planted the trees planted the grain and cared for the fields. The Palestinians are not going to war because they have any interest in the land. They burn the land. They do not want the Temple Mount. They burned the Temple Mount.”

“The Palestinians rioted and succeeded in preventing the Jews from ascending to the Temple Mount on Shavuot because the Shavuot Temple service bears the greatest threat to them, bearing undeniable proof that they are not the owners of the land. And the covenant that established that Israel was for the Jews was implicit in the creation of the world.”

“Israel is commanded to always battle Amalek, no matter where no matter when. In the Bible, Amalek tried to prevent the Jews from entering the land of Israel. This is precisely what the Palestinians are trying to do today. But this time, we are battling Amalek inside the land of Israel. The Shavuot Temple service is the only way to entirely defeat them.”