03 februari 2020

2020-02-03-14.00: Stijfkoppig Nederland verontschuldigde zich voor het falen van de HOLOCAUST - eindelijk - Stiffnecked Netherlands apologized for HOLOCAUST failures- at last


Nederlands - English

NEDERLANDS:

Na jarenlange weigering heeft de Nederlandse regering zich verontschuldigd voor de samenwerking met de nazi-genocide. Beter laat dan nooit, maar niet goed genoeg.

Bron: ArutzSheva7, Israel

De Nederlandse minister-president, Mark Rutte, heeft namens zijn regering nogal plotseling veel te laat zijn excuses aangeboden voor het falen van de Nederlandse autoriteiten ten opzichte van de Joden tijdens de tweede wereldoorlog. Dat deed hij in een toespraak op de Nationale Holocaustherdenking in Amsterdam op 26 januari.

Het was een radicale breuk met het oude beleid waar hij - en zijn voorgangers - verschillende redenen vonden om de waarheid over het wijdverbreide Nederlandse oorlogsverraad aan Joden niet toe te geven. Dit past in een ingebakken Nederlandse elitecultuur, waarin gewoonlijk geen fouten worden toegegeven, ook niet bij grote fouten. Deze houding stelt de Nederlandse elite in staat om zich arrogant op te stellen tegenover anderen.  

Daarmee begon de enige West-Europese regering die dat nog niet had gedaan, de waarheid te vertellen over hoe de leiders van de naties hun Joodse burgers tijdens de Duitse bezetting in de steek lieten. Beter laat dan nooit.

In West-Europa was Nederland het land met het hoogste percentage Joodse slachtoffers tijdens de Holocaust. Toen de Duitsers Nederland in 1940 veroverden, woonden er 140.000 Joden; 102.000 van hen werden tijdens de oorlog door de bezetter vermoord. 

Degenen die naar de vernietigingskampen in Polen werden gedeporteerd, werden gearresteerd door Nederlandse politieagenten, vervoerd door de Nederlandse spoorwegen en bewaakt door de Nederlandse militaire politie in het doorgangskamp Westerbork. De meeste van deze Joodse gedeporteerden waren afkomstig uit gezinnen die al enkele eeuwen in Nederland woonden.

In 1995 zei de Franse president Jacques Chirac in een veel gedetailleerdere bekentenis van de waarheid dan de recente verklaring van Rutte: "Frankrijk heeft het onherstelbare begaan. Het brak zijn woord en leverde degenen die het beschermde over aan hun beulen. We blijven hun een onvergeeflijke schuld schuldig." Twee jaar later was de Franse socialistische premier Lionel Jospin nog explicieter en zei: "Er was niet eens één Duitse soldaat nodig om deze gruweldaad uit te voeren". 

In maart 1995, enkele maanden voordat Chirac de waarheid erkende, bezocht de toenmalige Nederlandse koningin Beatrix Israël. Zij sprak in de Knesset en zei dat er veel Nederlanders waren die zich tegen de Duitsers hadden verzet, maar dat zij de uitzonderingen waren en dat "het Nederlandse volk de vernietiging van zijn Joodse medeburgers niet kon voorkomen". Dit was een witgekalkte versie van de waarheid.

Ze had er iets aan toe moeten voegen: "Zelfs de beperkte dingen die onze autoriteiten konden doen, deden ze niet. Onze regering in ballingschap in Londen onthield zich van het geven van instructies aan Nederlandse functionarissen in bezet Nederland over hoe te handelen met betrekking tot de Duitse orders inzake de Jodenvervolging. Ook mijn grootmoeder, koningin Wilhelmina, heeft ernstig gefaald. Zij deed geen beroep op de Nederlandse bevolking om Joden die wilden onderduiken te helpen.

Rutte is sinds 2010 premier van Nederland. Hij heeft alle pogingen om de regering excuses te laten aanbieden aan de Nederlandse Joodse gemeenschap, tegengehouden. In januari 2012 wijdde het inmiddels verdwenen Nederlandse dagblad De Pers zijn voorpagina en daarnaast een andere pagina aan het verontschuldigingsvraagstuk. Dit gebeurde op basis van twee interviews uit de bijlage van mijn boek 'Judging the Netherlands' uit 2011: Het vernieuwde Holocaustherstelproces 1997-2000. De voormalige Nederlandse vicepremier Els Borst - die in 2014 werd vermoord - en Gerrit Zalm verklaarden dat zij de Nederlandse regering publiekelijk zouden steunen als zij hun verontschuldigingen zouden aanbieden aan de Joodse gemeenschap. 

Diezelfde dag stelden Geert Wilders en Raymond de Roon van de Vrijheidspartij Kamervragen aan de minister-president. Zij vroegen hem waarom Nederland geen excuses wilde aanbieden aan de Joodse gemeenschap voor het wangedrag van de regering ten opzichte van de Joden tijdens de Holocaust. Spoedig daarna stuurde de Associated Press twee artikelen over het ontbreken van verontschuldigingen door de Nederlandse regering, die door vele media over de hele wereld, van de VS tot China, werden opgepikt. 

Rutte kwam weg met een irrelevant antwoord. Hij verwees naar een Nederlandse regeringsverklaring uit 2000. De verontschuldigingen die de regering toen aan de Joodse gemeenschap aanbood, hielden echter geen verband met de oorlogsperiode. Zij verwezen naar het formalistische, bureaucratische en harteloze Nederlandse naoorlogse restitutieproces. Zelfs die verontschuldigingen waren slechts halve waarheden, omdat zij beweerden dat deze onacceptabele houding op één geval na niet opzettelijk was geweest. Er waren echter al veel gedocumenteerde gevallen waarin het Nederlandse naoorlogse beleid ten aanzien van de Joden heel bewust was. 

Rutte antwoordde ook dat zijn regering geen reden zag om zich te verontschuldigen, mede omdat er geen breed gedragen advies van de Joodse gemeenschap was om dit te doen. Dit was een uiterst misplaatst antwoord. Slachtoffers hoeven geen verontschuldigingen te vragen aan de rechtsopvolgers van degenen die gefaald hebben. Van degenen die in gebreke blijven wordt verwacht dat zij zich op eigen initiatief verontschuldigen.

 

In 2012 bleek uit een peiling dat twee derde van de Nederlanders ertegen was dat hun premier zich bij de Joodse gemeenschap verontschuldigde voor het wangedrag van de oorlogsregering in ballingschap in Londen. Slechts 27% van de ondervraagden was voorstander van dergelijke verontschuldigingen. 

Begin 2015 vroegen de parlementariërs Joram van Klaveren en Louis Bontes, van de kleine partij Voor Nederland, Rutte opnieuw om excuses aan de Joodse gemeenschap voor het falen van de oorlogsregering. In zijn antwoord verwees Rutte voorzichtig naar de gladde verklaring van de toenmalige Nederlandse koningin Beatrix in de Knesset in 1995. Als er toen tenminste één Nederlandse journalist was geweest die de uitspraken van de koningin had geverifieerd, had hij kunnen publiceren dat de regering van zijn land nergens achter stond.

De recente plotselinge verontschuldigingen zijn belangrijk. Nu zijn de opvolgers van de tekortschietende autoriteiten en de slachtoffers - waarvan sommigen nog in leven zijn - het eens over de geschiedenis van de fout. 

Rutte's verontschuldigingen waren nogal algemeen van aard. Men wacht nog steeds op de verontschuldigingen van het hoofd van de politie - aangezien velen van hen belangrijke collaborateurs van de bezetter waren - en van het Hooggerechtshof wiens voorgangers in oorlogstijd de Joden radicaal in de steek lieten. Rutte had ook moeten vermelden dat de regering verantwoordelijk was voor het falen van koningin Wilhelmina en nog veel meer. Deze onderwerpen kunnen een uitdaging vormen voor zijn toekomstige toespraken. 



****************************************
ENGLISH

After years of refusal, the Dutch government has apologized for cooperating with Nazi genocide. Better late than never, but not quite good enough.

Source: ArutzSheva7, Israel

Dutch Prime Minister, Mark Rutte, has rather suddenly offered much belated apologies on behalf of his government for the failures of the Dutch authorities toward the Jews during the second World War. He did so in a speech at the National Holocaust commemoration in Amsterdam on January 26.

It was a radical departure from long time policies where he – and his predecessors -- found various reasons to refrain from admitting the truth about the widespread Dutch wartime betrayal of Jews. This fits an ingrained Dutch elite culture, which habitually avoids admitting failures, including major ones. This attitude enables the Dutch elite to arrogantly moralize to others.  

With that, late as it is, the only Western European government which had not done yet so started telling the truth about how the nations’ leaders failed their Jewish citizens during the German occupation. Better late than never.

In Western Europe, the Netherlands was the country with the highest percentage of Jewish victims during the Holocaust. When the Germans conquered the Netherlands in 1940, there were 140,000 Jews living there; 102,000 of them were murdered by the occupiers during the war. 

Those who were deported to the death camps in Poland were arrested by Dutch policemen, transported by the Dutch railways and guarded by the Dutch military police in the transit camp Westerbork. Most of these Jewish deportees came from families that had lived in the Netherlands for several centuries.

In 1995, French President Jacques Chirac said in a far more detailed admission of the truth than Rutte’s recent one: “France committed the irremediable. It broke its word and delivered those it protected to their executioners. We maintain toward them an unforgivable debt.” Two years later, French socialist Prime Minister Lionel Jospin was even more explicit and said, “Not even one German soldier was necessary to carry out this disgrace.” 

In March 1995, a few months before Chirac’s admission of the truth, then Dutch Queen Beatrix visited Israel. She spoke in the Knesset and said that there were many Dutch who had resisted the Germans, but they were the exceptions and that “the people of the Netherlands could not prevent the destruction of their Jewish fellow citizens.” This was a whitewashed version of the truth.

She should have added something like: “Even the limited things our authorities could do, they did not. Our government in exile in London refrained from giving instructions to Dutch officials in the occupied Netherlands on how to act regarding German orders concerning the persecution of the Jews. My Grandmother Queen Wilhelmina also greatly failed. She did not call upon the Dutch population to help Jews who wanted to go into hiding.”

Rutte is Prime Minister of the Netherlands since 2010. He stalled all efforts to offer governmental apologies to the Dutch Jewish community. In January 2012 the, now defunct Dutch daily, De Pers, devoted its front page and another one to the apologies issue. This was based on two interviews from the Appendix of my 2011 book, Judging the Netherlands: The Renewed Holocaust Restitution Process 1997-2000. There former Dutch Deputy Prime Ministers, Els Borst –  who was murdered in 2014 – and Gerrit Zalm, declared that they would publicly support the Dutch government if it offered apologies to the Jewish community. 

That same day, Freedom party MP’s Geert Wilders and Raymond de Roon posed parliamentary questions to the prime minister. They asked him why the Netherlands would not offer apologies to the Jewish community for the government’s misconduct toward the Jews during the Holocaust. Soon thereafter on that day the Associated Press sent out two articles on the lack of apologies by the Dutch Government which were picked up by many media outlets all over the world, from the U.S to China. 

Rutte got away with an irrelevant reply. He referred to a Dutch government declaration from 2000. However, the apologies offered to the Jewish community by the government at that time were unrelated to the war period. They referred to the formalistic, bureaucratic and heartless Dutch post-war restitution process. Even those apologies were only half-truths, as they claimed that this unacceptable attitude had not been intentional except for one case. There were, however, already many documented cases in which Dutch post-war policy toward the Jews was quite deliberate. 

Rutte also answered that his government saw no reason to apologize in part because there was no broadly supported advice from the Jewish community to do so. This was an extremely misconceived answer. Victims do not have to ask for apologies from the legal successors of those who failed. Those who are at fault are expected to present apologies on their own initiative.

In 2012, a poll found that two-thirds of the Dutch people were opposed to their Prime Minister apologizing to the Jewish community for the misconduct of the wartime government in exile in London. Only 27% of those polled were in favor of such apologies. 

At the beginning of 2015, parliamentarians Joram van Klaveren and Louis Bontes, of the small Voor Nederland party, again asked Rutte to apologize to the Jewish community for the wartime government’s failures. In his answer Rutte curtly referred to the glib statement of then Dutch Queen Beatrix in the Knesset in 1995. If there had then been at that time at least one Dutch journalist who verified what the Queen said, he could have published that his country’s government stood behind nothing.

The recent sudden apologies are important. Now the successors of the deficient authorities and the victims -- some of whom are still alive -- agree about the history of the failure. 

Rutte’s apologies were of a rather general nature. One is still waiting for the apologies of the Head of the Police --as many of them were major collaborators with the occupiers-- and of the Supreme Court whose wartime predecessors radically failed the Jews. Rutte should also have mentioned that the government was responsible for the failure of  Queen Wilhelmina and much more. These topics may be challenges for his future speeches.