23 juli 2019

2019-07-23-16.45: Kabinet constructief t/o het economische deel van Trump's plan - Dutch Government constructive towards the economic part of Trump's Plan

Nederlands - English

NEDerLANDS:

Nederland staat constructief tegenover het economische deel van het Israëlisch-Palestijnse vredesplan dat onlangs door de Verenigde Staten is onthuld. Dat blijkt uit de antwoorden van ministers Stef Blok en Sigrid Kaag op vragen van CDA-Kamerleden Mustafa Amhaouch en Martijn van Helvert.

Bron: CIDI

Op 25 en 26 juni vond in Bahrein een door president Trumps adviseur en schoonzoon Jared Kushner georganiseerde conferentie om te spreken over economische ontwikkeling in de Palestijnse gebieden en omringende landen. Enkele dagen daarvoor was het economische deel van ‘the deal of the century’ reeds gepubliceerd op de website van het Witte Huis. De rest van het Amerikaanse vredesplan is nog niet bekend.

“Nederland heeft op hoogambtelijk niveau deelgenomen” aan de conferentie in Bahrein, zo laten ministers Blok en Kaag weten. Op Twitter had Geoffrey van Leeuwen, directeur van de afdeling Midden-Oosten en Noord-Afrika, laten weten het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken bij de bijeenkomst te vertegenwoordigen. “Nederland, een langetermijnpartner voor vrede tussen Israëli’s en Palestijnen, steunt op constructieve wijze de focus op economische kansen terwijl het ook de noodzaak van een levensvatbare politieke regeling benadrukt,” aldus Van Leeuwen in een tweet.

Dit standpunt wordt herhaald door ministers Blok en Kaag. “Het kabinet is van mening dat economische ontwikkeling alleen geen oplossing biedt, maar gepaard moet gaan met een politieke oplossing voor het conflict.” “Dat wordt ook door de VS onderschreven”, aldus de bewindspersonen op Buitenlandse Zaken. Blok en Kaag benadrukken “dat alleen een twee-statenoplossing op basis van de grenzen van 1967 kan leiden tot een duurzame politieke oplossing”, en dat deze overtuiging wordt gedeeld door “de EU, de Arabische landen en de brede internationale gemeenschap”. Het Nederlandse Kabinet “roept de VS op om dit uitgangspunt eveneens ondubbelzinnig te onderschrijven”.

De bewindspersonen op Buitenlandse Zaken noemen een aantal van de Amerikaanse voorstellen “interessant”. Veel van de plannen komen overeen met bestaande projecten, zo stellen Blok en Kaag vast. De ministers denken wel dat het economische plan meer draagvlak had kunnen hebben als andere donoren vooraf betrokken zouden zijn geweest en als er “aandacht was besteed aan de gevolgen van de bezetting voor de Palestijnse economie”.

Steun van EU en Nederland
Kamerleden Amhaouch en Van Helvert vroegen de ministers welke economische projecten door de EU ondersteund worden. De CDA-parlementariërs benadrukken hierbij dat de EU de grootste donor in de Palestijnse gebieden is. In de jaren 2017-2020 draagt de EU “jaarlijks gemiddeld EUR 310 miljoen bij”, zo antwoorden Blok en Kaag. Inclusief de bijdragen van lidstaten is sprake van een gemiddelde jaarlijkse totale bijdrage van EUR 616 miljoen. Dit bedrag is voor zowel ontwikkeling in de Palestijnse gebieden als UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen. De gemiddelde jaarlijkse bijdrage van Nederland is EUR 52,5 miljoen.

In de beantwoording zetten ministers Blok en Kaag de prioriteiten van de Nederlandse steun en concrete voorbeelden hiervan uiteen:

Prioriteiten van de Nederlandse steun betreffen economische ontwikkeling, versterking van de rechtstaat, mensenrechten, water en energie en de opvang van Palestijnse vluchtelingen. Voorbeelden van concrete Nederlandse steun zijn het faciliteren van transport tussen de Palestijnse Gebieden, Israël en Jordanië, programmeeronderwijs in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, rechtsbescherming voor vrouwen en minderjarigen, de planning en ontwerp voor een gasleiding naar Gaza, steun voor de overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie, het stimuleren van export en investeringen in de Palestijnse private sector en het aanwakkeren van ondernemerschap.

Barrières voor ontwikkeling
Amhaouch en Van Helvert wilden ook weten welke barrières in de Palestijnse gebieden economische ontwikkeling tegenhouden, en waar volgens het Kabinet potentie ligt. Ministers Blok en Kaag citeren een onderzoek van de Wereldbank in 2017, waarin naar voren komt dat het “opheffen van Israëlische restricties op de Westelijke Jordaanoever voor een economische groei van ongeveer 33% kan zorgen in 2025.” Voor Gaza zou dit “tot een economische groei van 32% in 2025” kunnen leiden. 

Een andere barrière is volgens het door Blok en Kaag aangehaalde Wereldbank-onderzoek de “zeer uitgebreide dual use lijst die Israël hanteert”. Goederen voor duaal gebruik zijn producten en grondstoffen die voor zowel civiele als militaire doeleinden kunnen worden ingezet. Deze lijst versoepelen zou bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van de Palestijnse economie, aldus de Wereldbank. Naar verluidt heeft Israël een aantal restricties voor Gaza op goederen voor duaal gebruik opgeheven, als onderdeel van het bemiddelde staakt-het-vurenakkoord met Hamas.

De bewindspersonen op Buitenlandse Zaken noemen ook een aantal interne restricties bij de Palestijnen, waarbij oplossingen tot economische ontwikkelingen zouden kunnen leiden. Oplossingen voor “Palestijnse wet- en regelgeving die het ondernemingsklimaat bemoeilijken, verbeteren van beroepsonderwijs en herenigen van Gaza en de Westelijke Jordaanoever” zouden tot economische groei kunnen leiden, aldus Blok en Kaag op basis van het Wereldbank-onderzoek.

Jeugdwerkloosheid onder de Palestijnen wordt door Blok en Kaag een groot probleem genoemd. Een aantal van de projecten zoals voorgesteld in het economische deel van het Amerikaanse vredesplan, “zou kunnen helpen met het ombuigen van de huidige negatieve ontwikkeling in Gaza”, aldus de bewindspersonen op Buitenlandse Zaken.

Opvallend genoeg noemen de twee ministers het bij voorbaat afwijzen van het Amerikaanse vredesplan door het Palestijnse leiderschap niet als barrière voor economische ontwikkeling. De afwezigheid van de Palestijnse Autoriteit op de conferentie in Bahrein en hun argumenten daarvoor worden door Blok en Kaag zakelijk uiteengezet, maar de bewindspersonen verbinden hieraan niet de conclusie dat dit geen constructieve houding is. Met het bij voorbaat afwijzen van het vredesplan zet de PA de noodlijdende Palestijnse economie op het spel en komt vrede niet dichterbij.

_______________________________________
ENGLISH:

The Netherlands is constructively opposed to the economic part of the Israeli-Palestinian peace plan recently unveiled by the United States. This is evident from the answers given by Ministers Stef Blok and Sigrid Kaag to questions from CDA MP Mustafa Amhaouch and Martijn van Helvert.

By: CIDI

On 25 and 26 June, a conference organised by President Trump's advisor and son-in-law Jared Kushner was held in Bahrain to discuss economic development in the Palestinian territories and surrounding countries. A few days earlier, the economic part of 'the deal of the century' had already been published on the website of the White House. The rest of the American peace plan is not yet known.

"The Netherlands took part in the conference in Bahrain at a high official level", according to ministers Blok and Kaag. Geoffrey van Leeuwen, director of the Middle East and North Africa department, had announced on Twitter that he was representing the Dutch Ministry of Foreign Affairs at the meeting. "The Netherlands, a long-term partner for peace between Israelis and Palestinians, constructively supports the focus on economic opportunities while also emphasising the need for a viable political settlement," Van Leeuwen said in a tweet.

This position is reiterated by Ministers Blok and Kaag. "The Cabinet is of the opinion that economic development alone cannot be a solution, but must be accompanied by a political solution to the conflict. "This is also endorsed by the US", according to the foreign affairs ministers. Blok and Kaag emphasize "that only a two-state solution based on the 1967 borders can lead to a sustainable political solution", and that this conviction is shared by "the EU, the Arab countries and the broad international community". The Dutch Cabinet "calls on the US to unequivocally endorse this principle as well".

The foreign ministers at the US State Department consider a number of the US proposals to be 'interesting'. Many of the plans correspond to existing projects, according to Blok and Kaag. The ministers do think that the economic plan could have gained more support if other donors had been involved beforehand and if "attention had been paid to the consequences of the occupation for the Palestinian economy".

Support from the EU and the Netherlands
MPs Amhaouch and Van Helrepresent asked the ministers which economic projects are supported by the EU. The CDA parliamentarians emphasise that the EU is the largest donor in the Palestinian territories. In the years 2017-2020, the EU will contribute "an average of EUR 310 million per year", according to Blok and Kaag. Including contributions from Member States, the average annual total contribution is EUR 616 million. This amount is for both development in the Palestinian territories and UNRWA, the UN agency for Palestinian refugees. The average annual contribution of the Netherlands is EUR 52,5 million.

In the reply, Ministers Blok and Kaag set out the priorities of Dutch aid and concrete examples of this:

Dutch aid priorities concern economic development, strengthening the rule of law, human rights, water and energy and the reception of Palestinian refugees. Examples of concrete Dutch support include facilitating transport between the Palestinian Territories, Israel and Jordan, programming education in Gaza and the West Bank, legal protection for women and minors, the planning and design of a gas pipeline to Gaza, support for the transition from fossil fuels to renewable energy, stimulating exports and investments in the Palestinian private sector and encouraging entrepreneurship.

Barriers to development
Amhaouch and Van Helvert also wanted to know which barriers in the Palestinian territories hold back economic development, and where, according to the Cabinet, there is potential. Ministers Blok and Kaag quote a World Bank study in 2017, which states that "lifting Israeli restrictions on the West Bank could bring about economic growth of about 33% by 2025. For Gaza, this could lead to "economic growth of 32% by 2025". 

Another barrier, according to the World Bank study cited by Blok and Kaag, is the "very extensive dual use list used by Israel". Dual-use goods are products and raw materials that can be used for both civil and military purposes. Relaxing this list could contribute to the development of the Palestinian economy, according to the World Bank. Israel is reported to have lifted a number of restrictions for Gaza on dual-use goods, as part of the mediocre ceasefire agreement with Hamas.

The Foreign Affairs ministers also mention a number of internal restrictions in the Palestinians, whereby solutions could lead to economic developments. Solutions for "Palestinian laws and regulations that complicate the business climate, improve vocational training and reunite Gaza and the West Bank" could lead to economic growth, according to Blok and Kaag on the basis of the World Bank study.

Block and Kaag consider youth unemployment among the Palestinians to be a major problem. Some of the projects proposed in the economic part of the US peace plan, "could help to reverse the current negative development in Gaza", according to the foreign ministers.

Strikingly enough, the two ministers do not mention the Palestinian leadership's rejection of the American peace plan as a barrier to economic development. The absence of the Palestinian Authority at the conference in Bahrain and their arguments for this are explained in a factual manner by Blok and Kaag, but the ministers do not draw the conclusion from this that this is not a constructive attitude. By rejecting the peace plan in advance, the PA is putting the ailing Palestinian economy at risk, and peace will not come any closer.

Deel Translation