06 augustus 2019

2019-08-06-1625: Wat doet Min.Grapperhaus om de aangiftebereidheid bij discriminatie te verhogen? - What does Minister Grapperhaus do to increase the willingness to report discrimination?


Nederlands - English

NEDERLANDS:

Wat is het beleid van de Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus om de aangiftebereidheid bij discriminatie te verhogen? Die vraag stellen Kamerleden Kirsten van den Hul (PvdA), Vera Bergkamp (D66) en Nevin Özütok (GroenLinks).

Bron: CIDI

Aanleiding voor de vraag is het bericht over gebrek van actie van de politie bij iemand die langdurig homofobe bedreigingen te verduren kreeg. Het slachtoffer deed aangifte maar de politie ging daar laks mee om. Op het bureau werd zelfs gesuggereerd dat het slachtoffer van de homofobe bedreigingen maar zelf de dader moest opsporen.

Wie het verhaal in het Parool leest, krijgt een treurig beeld voorgeschoteld wat betreft het aanpakken van discriminatie door de politie. De Kamerleden vragen daarom aan minister Grapperhaus wat zijn beleid is om aangiftebereidheid bij discriminatie te verhogen. Van den Hul, Bergkamp en Özütok willen tevens weten wat de plannen van de bewindspersoon op Justitie en Veiligheid zijn om deze aangiftes van discriminatie vaker tot veroordelingen leiden – 

Het CIDI, de antisemitismewaakhond in Nederland, herkent het beeld van lage aangiftebereidheid. Regelmatig geven melders van een antisemitisch incident bij het CIDI aan dat ze zich door de politie niet serieus genomen voelen, in sommige gevallen is er zelfs geen sprake van bereidheid de aangifte op te nemen. Hierdoor is de meldingsbereidheid laag.

Een onderzoek door het Fundamentalonderzoek door het Fundamental Rights AgencyRights Agency bevestigt dat aangiftebereidheid onder slachtoffers van antisemitisme laag is. In de enquête door de FRA, heeft slechts 25% laten weten antisemitische incidenten die ze zijn overkomen te hebben gemeld bij de politie, een belangenorganisatie of elders.

Uitvoering aangenomen motie
Van den Hul, Bergkamp en Özütok houden bij minister Grapperhaus de vinger aan de pols over hun recent aangenomen motie over een onderzoek naar de inzet van gespecialiseerde rechercheurs bij discriminatie. De motie “verzoekt de regering, met een open blik de ervaringen uit het buitenland met gespecialiseerde discriminatierechercheurs te bestuderen, in gesprek te gaan met belangenorganisaties, politie en het Openbaar Ministerie en op basis hiervan te onderbouwen of de inzet van gespecialiseerde rechercheurs bij discriminatie kan leiden tot meer succesvol afgeronde zaken en daarmee vergroting van de meldingsbereidheid”.

Naar aanleiding van de motie, heeft minister Grapperhaus een brief aan de Kamer gestuurd over uitvoering van de motie. De minister verwijst naar een reeds lopend onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) “naar de speciale behoeften van slachtoffers van hate crime ten aanzien van het strafproces en slachtofferhulp”. Dit onderzoek wordt binnenkort aan de minister voor Rechtsbescherming – Sander Dekker – aangeboden, zo deelt de bewindspersoon op Justitie en Veiligheid mee.

Naar aanleiding van de aangenomen motie wordt dus geen nieuw onderzoek uitgevoerd. In plaats daarvan verwijst minister Grapperhaus naar het WODC-onderzoek. Naar aanleiding hiervan vragen Van den Hul, Bergkamp en Özütok of het klopt dat de minister “geen apart onderzoek gaat uitvoeren naar gespecialiseerde rechercheurs”. De Kamerleden zetten dan ook vraagtekens bij het WODC-onderzoek, en willen weten of deze wel aansluit bij de uitvoer van de aangenomen motie.

Het is zeer benieuwend wat het WODC zal concluderen over de inzet van gespecialiseerde rechercheurs bij discriminatie. Ieder initiatief dat de aangiftebereidheid onder slachtoffers kan vergroten, dient serieus overwogen te worden.

______________________________

ENGLISH:

What is the policy of the Minister of Justice and Security Ferd Grapperhaus to increase the willingness to report discrimination? MPs Kirsten van den Hul (PvdA), Vera Bergkamp (D66) and Nevin Özütok (GroenLinks) ask that question.

Source: CIDI

The reason for the question is the report about lack of action by the police on someone who suffered long-term homophobic threats. The victim reported the crime, but the police did not deal with it. On the desk it was even suggested that the victim of the homophobic threats should find the perpetrator himself.

Anyone who reads the story in Het Parool will be presented with a sad picture of how to tackle discrimination by the police. The MPs therefore ask Minister Grapperhaus what his policy is to increase the willingness to report discrimination. Van den Hul, Bergkamp and Özütok also want to know what the minister's plans for Justice and Security are to more often lead to convictions of these reports of discrimination -

The CIDI, the anti-Semitism watchdog in the Netherlands, recognizes the image of low willingness to report. Reporters of an anti-Semitic incident at CIDI regularly state that they do not feel they are taken seriously by the police, in some cases there is not even a willingness to take the report. As a result, the willingness to report is low.

An investigation by the Fundamental investigation by the Fundamental Rights Agency Rights Agency confirms that willingness to report among victims of anti-Semitism is low. In the survey by the FRA, only 25% said they had reported anti-Semitic incidents to the police, an interest group or elsewhere.

Implementation of adopted motion
Van den Hul, Bergkamp and Özütok keep an eye on Minister Grapperhaus about their recently adopted motion on an investigation into the deployment of specialized detectives in discrimination. The motion “invites the government to study the experiences with specialized discrimination investigators from abroad with an open mind, to enter into discussions with interest groups, the police and the Public Prosecution Service and on this basis to substantiate whether the deployment of specialized investigators can lead to discrimination to more successfully completed cases and thereby increasing the willingness to report ".

Following the motion, Minister Grapperhaus has sent a letter to the House about the implementation of the motion. The minister refers to an ongoing investigation by the Scientific Research and Documentation Center (WODC) "into the special needs of victims of hate crime with regard to criminal trial and victim support". This investigation will shortly be offered to the minister for Legal Protection - Sander Dekker - according to the Minister for Justice and Security.

No new investigation is therefore being carried out as a result of the adopted motion. Minister Grapperhaus refers to the WODC investigation instead. As a result, Van den Hul, Bergkamp and Özütok ask whether it is true that the minister "will not conduct a separate investigation into specialized investigators". The MPs therefore question the WODC investigation and want to know whether it is in line with the implementation of the adopted motion.

It is very curious what the WODC will conclude about the use of specialized investigators in discrimination. Any initiative that can increase the willingness to report among victims must be seriously considered.