05 september 2019

2019-09-05-14.55 Antisemitische spreekkoren in stoptrein NS. Politie doet niets na meldingen - Anti-Semitic speaking choirs in the Dutch NS train. Police do nothing after reports


In een nachtelijke stoptrein tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en Rotterdam Centraal heeft een groep jonge mannen luidruchtig antisemitische leuzen geroepen. De groep deed de racistische en intimiderende uitingen gedurende de hele 20 minuten van het traject. Dat heeft een Rotterdamse medepassagier gemeld aan CIDI. Eerdere meldingen van haar bij de NS en politie zijn niet opgevolgd. 

Bron: CIDI

Iets na 11 uur ’s avonds op 22 augustus stapte de groep van zo’n 20 jonge mannen op de sprinter op het NS-station Nieuwerkerk aan den IJssel. Meteen begon hun geschreeuw met leuzen als “Hamas, Hamas, Joden aan het gas” en “Mijn vader zat bij de commando’s, mijn moeder zat bij de SS, samen verbrandden ze Joden, want Joden branden het best”.

Vanwege het late tijdstip waren buiten de groep slechts weinig mensen in de trein. Volgens de melder was er afschuw te merken bij passagiers, maar durfde niemand in te grijpen. De jongeren zouden al aangeschoten zijn toen ze in de trein stapten, en bleven verder drinken uit flessen sterke drank. De sfeer was grimmig en de situatie te intimiderend om de jongeren aan te spreken, aldus de melder.

De genoemde leuzen zijn vooral bekend van voetbalhooligans. Regelmatig volgt strafrechtelijk onderzoek naar spreekkoren met deze teksten; in sommige gevallen worden daders ter plekke beboet. De groep jongeren op de sprinter gaf volgens de melder echter geen blijk van enige affiniteit met voetbal. Dit incident toont dus aan dat deze kwetsende leuzen hun weg hebben gevonden buiten de context van voetbal.

Melding moeizaam 
Bij aankomst op Rotterdam Centraal zocht de melder meteen ordehandhavers op om de groep jongeren in de kraag te vatten. Een dienstdoener aan de andere kant van het station reageerde door direct op het aankomstspoor van de sprinter af te gaan, maar de daders van het verbale geweld hadden tegen die tijd het station vermoedelijk al verlaten.

De melder liet het er hier echter niet bij. De volgende dag belde ze de NS, die liet weten geen actie te kunnen ondernemen, omdat er geen melding in het systeem bekend was. Meldingen achteraf zouden dus bij voorbaat niet worden opgevolgd. Dit terwijl er redenen kunnen zijn dat een melding ter plekke niet mogelijk is – in dit geval, begrijpelijke angst voor intimidatie door een groep jongeren onder invloed.

Ook de politie zou nalatig hebben gereageerd. Op de dag na het incident belde de melder tevens met de landelijke politie. De dienstdoende agent liet weten “niet zeker te zijn of dit wel strafbaar is”, en liet het hierbij. Het beschreven incident is echter duidelijk wel strafbaar. Melders hiervan zouden dus op zijn minst aangemoedigd moeten worden om van het feit aangifte te doen.  

Na een aantal dagen besluit de melder nog een poging te wagen, ditmaal bij CIDI. “Ik ben zelf helemaal niet Joods, maar dat doet er niet aan af dat zulk antisemitisme mij raakt. De leuzen die de jongens riepen zijn gewoon afschuwelijk. Ze mogen hier niet zomaar mee wegkomen”.

Gebrekkige aanpak 
Antisemitische intimidatie in het openbaar is onacceptabel. Mensen moeten met de trein kunnen reizen zonder met zulk misselijkmakende haatspraak te worden geconfronteerd. Dit geldt evenzeer voor de constatering dat het melden van dit incident bij twee verschillende autoriteiten zo moeizaam is verlopen. Het ontmoedigt mensen om incidenten te melden. Bovendien wordt verkeerd gedrag vrij spel gegeven, omdat er geen enkele reactie op komt. Ook het veiligheidsgevoel van (in dit geval) treinreizigers wordt hiermee ernstig aangetast.

CIDI signaleert  een gebrekkige meldingsbereidheid in Nederland van incidenten met een antisemitisch of anderszins discriminatoir karakter. Volgens een EU-rapport heeft slechts 25% van Joden in Nederland antisemitische incidenten die ze overkomt, gemeld bij een instantie. Sinds deze problematiek onder andere door CIDI is aangekaart, lieten politiek en regering herhaaldelijk weten het doen van aangifte makkelijker te willen laten verlopen.

Dit incident bewijst het tegenovergestelde. Helaas is dit bepaald niet het eerste voorbeeld waar discriminatie wordt weggewuifd als slechts iets ongelukkigs, waarbij het probleem eerder veroorzaakt zou zijn door de melder zelf dan door de dader. “Ik kreeg van mensen bij de politie en NS te horen dat ze het vervelend vinden voor mij wat er is gebeurd, maar het gaat niet alleen om mij. Het gaat erom dat zulke haat in het openbaar en van dichtbij alle ruimte heeft gekregen. Dat is niet alleen voor Joden zorgwekkend, maar voor iedereen”, aldus de Rotterdamse passagier die deze gebeurtenis bij CIDI meldde.

______________________________
ENGLISH

In a nocturnal slow train in the Netherlands between Nieuwerkerk aan den IJssel and Rotterdam Central, a group of young men shouted noisy anti-Semitic slogans. The group did the racist and intimidating statements during the entire 20 minutes of the journey. A Rotterdam passenger has reported this to CIDI. Previous reports from her to the Dutch Railways and the police have not been followed.

Just after 11 a.m. on August 22, the group of about 20 young men stepped on the sprinter at the Nieuwerkerk aan den IJssel railway station. Immediately their screams began with slogans such as "Hamas, Hamas, Jews on gas" and "My father was in command, my mother was in SS, together they burned Jews, because Jews burn best".

Due to the late hour, few people were on the train outside the group. According to the reporter, passengers were horrified, but no one dared to intervene. The youngsters were reportedly embarrassed when they boarded the train and continued to drink from bottles of spirits. The atmosphere was grim and the situation too intimidating to appeal to the youngsters, the reporter said.

The aforementioned slogans are best known for football hooligans. Criminal investigation into chants with these texts regularly follows; in some cases, offenders are fined on the spot. However, according to the reporter, the group of youngsters on the sprinter did not show any affinity with football. This incident thus shows that these hurtful slogans have found their way outside the context of football.

Reporting difficult
Upon arrival at Rotterdam Central Station, the reporter immediately sought out law enforcement officers to apprehend the group of young people. A servant on the other side of the station responded by going straight for the sprinter's arrival track, but the perpetrators of the verbal violence had probably already left the station by that time.

However, the reporter did not stop there. The next day she called the Dutch Railways (NS), who announced that they could not take any action, because there was no notification in the system. Subsequent reports would therefore not be followed in advance. This while there may be reasons that a report on the spot is not possible - in this case, understandable fear of intimidation by a group of young people under the influence.

The police would also have reacted negligently. The reporter also called the national police on the day after the incident. The officer on duty said "not sure if this is punishable," and left it at that. However, the incident described is clearly punishable. Reporters of this should therefore at least be encouraged to report the fact.

After a few days, the reporter decides to make another attempt, this time at CIDI. “I am not at all Jewish, but that does not alter the fact that such anti-Semitism affects me. The slogans that the boys shouted are just horrible. They cannot simply get away with this ”.

Defective approach
Anti-Semitic harassment in public is unacceptable. People must be able to travel by train without being confronted with such nauseating hatred. This also applies to the observation that reporting this incident to two different authorities has been so difficult. It discourages people from reporting incidents. Moreover, wrong behavior is given free rein because there is no response. The sense of security of (in this case) train passengers is also seriously affected.

CIDI signals a lack of willingness to report incidents in the Netherlands with an anti-Semitic or otherwise discriminatory character. According to an EU report, only 25% of Jews in the Netherlands reported anti-Semitic incidents that happened to them to an agency. Since this issue has been raised by CIDI, among others, politicians and government have repeatedly indicated that they want to make reporting easier.

This incident proves the opposite. Unfortunately, this is by no means the first example where discrimination is dismissed as just something unfortunate, where the problem is more likely to be caused by the reporter than by the perpetrator. “I was told by people at the police and NS that they find it annoying to me what happened, but it's not just about me. The point is that such hatred has been given all the space in public and up close. That is not only worrying for Jews, but for everyone, "said the Rotterdam passenger who reported this event to CIDI.