27 november 2019

2019-11-27- 17.25: Kabinet verdedigt etikettering van Israelische nederzettingenproducten - Dutch Government defends labeling of Israeli settlement products

Nederlands - English

NEDERLANDS:

Het kabinet is niet van plan om een einde te maken aan de aparte EU-etikettering van Joodse producten uit Oost-Jeruzalem, de Westoever en de Golanhoogten, ondanks het feit dat producten uit andere betwiste gebieden niet worden gelabeld. Dat schrijven ministers Blok (Buitenlandse Zaken) en Kaag (Buitenlandse Handel) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens de bewindslieden is er formeel geen sprake van een eenzijdige behandeling van Israelische nederzettingenproducten door de EU-regelgeving rondom etikettering. In de praktijk is hier echter wel sprake van.

Bron CIDI

In de Kamerbrief leggen Blok en Kaag uit hoe zij uitvoering zullen geven aan moties over Israel die recent zijn aangenomen. Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde vorige week voor een motie van Joël Voordewind (ChristenUnie), ingediend naar aanleiding van een arrest van de hoogste EU-rechter. In de motie werd de regering opnieuw opgeroepen om in EU-verband steun te zoeken voor een consequenter etiketteringsbeleid. Als hier nog altijd geen steun voor is zou etikettering helemaal achterwege moeten blijven, aldus de Tweede Kamer. Dit laatste ziet het kabinet echter op voorhand al niet zitten.

Hof van Justitie

Begin november oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat producten uit Israelische nederzettingen definitief niet meer verkocht mogen worden als ‘Made in Israel’. Bovendien moet worden vermeld dat het product uit een nederzetting afkomstig is. Het Hof bevestigde hiermee de juistheid van de ‘Interpretatieve mededeling inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door Israel bezette gebieden’, een richtsnoer hoe EU-lidstaten om moeten gaan met de labeling van producten uit Israelische nederzettingen.

Hoewel deze interpretatieve mededeling gebaseerd is op EU-regelgeving die ziet op bezette gebieden in het algemeen, heeft de Europese Commissie nooit dergelijke mededelingen gepubliceerd over bezette gebieden zoals Noord-Cyprus en de Westelijke Sahara. Deze gebieden ontspringen daardoor de dans. Reeds in 2015 zocht het kabinet daarom, op aandringen van een meerderheid van de Tweede Kamer, in EU-verband naar steun voor een beleid dat niet discrimineert. Hier bleek echter onvoldoende draagvlak voor te bestaan.

Europeesrechtelijke verplichtingen

De genoemde motie van Joël Voordewind, vorige week ingediend bij de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken, roept de regering nu op om opnieuw een poging te doen om tot een consequenter EU-beleid te komen. Zolang hier geen sprake van is zou Nederland de regels niet moeten handhaven. Blok en Kaag zijn, zoals gezegd, echter niet van plan om dit deel van de motie uit te voeren omdat zij vinden dat er geen sprake is van ongelijke behandeling.

“Afzien van handhaving in het specifieke geval van de door Israel bezette gebieden en nederzettingen binnen die gebieden zou bovendien ertoe leiden dat Nederland in strijd zou handelen met haar Europeesrechtelijke verplichtingen,” voegen de bewindslieden daar aan toe. Nederland is verplicht om wetgeving van de Europese Unie na te leven (het zogeheten beginsel van Unietrouw).

NVWA

Blok en Kaag benadrukken dat Nederland bereid is om misleidende etikettering aan te pakken, ook als het om producten gaat die niet uit door Israel gecontroleerde gebieden komen. Tot nu toe was hier geen sprake van, maar de ministers roepen in de brief consumenten op om melding te maken van producten met een onjuist label: “Consumenten kunnen bij vermoeden van verkeerde herkomstaanduiding een klacht indienen bij de NVWA.”

“Daar is geen beperking op voor welk land of gebied dan ook,” zo schrijven ze dinsdag in de Kamerbrief. Als u een verkeerd geëtiketteerd product uit de Westelijke Sahara, Noord-Cyprus of één van de tweehonderd andere conflictgebieden wereldwijd tegenkomt, kunt u dit eenvoudig melden via het klachtenformulier van de NVWA. U kunt ook contact opnemen met CIDI door een e-mail te sturen naar cidi@cidi.nl.

Verenigde Naties

In de Kamerbrief gaan de ministers tevens in op het stemgedrag van de Nederlandse vertegenwoordigers bij de Verenigde Naties. Nederland doet, tot afgrijzen van de Tweede Kamer, regelmatig mee aan het anti-Israelcircus bij de VN. Deze maand stemde Nederland bijvoorbeeld voor zeven van de acht anti-Israelresoluties bij het zogeheten ‘dekolonisatiecomité’. Deze stemposities worden bepaald door de verantwoordelijke ministers, zo benadrukken Blok en Kaag dinsdag nogmaals in de Kamerbrief.

Volgens de brief vergt het verminderen van het aantal anti-Israelresoluties bij de VN een inzet op de lange termijn. De reden die Blok en Kaag hiervoor geven is opvallend: de bewindslieden vrezen dat de Palestijnse Autoriteit het afbouwen van het aantal resoluties als een verkeerd signaal op zou kunnen vatten. Door de Nederlandse inzet wordt er dit jaar één resolutie over het Arabisch-Israelisch conflict minder ingediend, zo melden de ministers.


______________________
ENGLISH:

The government does not intend to end the separate EU labeling of Jewish products from East Jerusalem, the West Bank and the Golan Heights, despite the fact that products from other disputed areas are not labeled. Ministers Blok (Foreign Affairs) and Kaag (Foreign Trade) write this in a letter to the Lower House on Tuesday. According to the ministers, there is no formal unilateral treatment of Israeli settlement products under EU labeling legislation. However, this is the case in practice.

Source CIDI

In the letter to parliament, Blok and Kaag explain how they will implement motions about Israel that have recently been adopted. A majority of the House of Representatives voted last week for a motion by Joël Voordewind (ChristenUnie), submitted in response to a judgment of the highest EU judge. The motion again called on the government to seek support at EU level for a more consistent labeling policy. If there is still no support for this, labeling should be completely omitted, the Lower House said. However, the Cabinet is not convinced of the latter in advance.

court of Justice

At the beginning of November, the Court of Justice of the European Union ruled that products from Israeli settlements could no longer be sold as "Made in Israel". In addition, it must be stated that the product comes from a settlement. The Court thus confirmed the correctness of the "Interpretative Communication on the indication of the origin of goods from the territories occupied by Israel since June 1967," a guideline on how EU Member States should deal with the labeling of products from Israeli settlements.

Although this interpretative communication is based on EU regulations that concern occupied territories in general, the European Commission has never published such communications on occupied territories such as Northern Cyprus and Western Sahara. These areas therefore spring from the dance. Already in 2015, therefore, at the insistence of a majority from the House of Representatives, the Cabinet sought EU support for a policy that does not discriminate. However, there appeared to be insufficient support for this.

Obligations under European law

The aforementioned motion by Joël Voordewind, submitted last week to the Foreign Affairs budget debate, now calls on the government to make another attempt to arrive at a more consistent EU policy. As long as this is not the case, the Netherlands should not enforce the rules. Blok and Kaag, as mentioned, are not planning to implement this part of the motion because they believe that there is no unequal treatment.

"Refraining from enforcement in the specific case of the territories occupied by Israel and settlements within those territories would also lead to the Netherlands acting contrary to its obligations under European law," the ministers added. The Netherlands is obliged to comply with European Union legislation (the so-called principle of Union loyalty).

NVWA

Blok and Kaag emphasize that the Netherlands is prepared to tackle misleading labeling, even if it concerns products that do not come from areas controlled by Israel. Up to now this has not been the case, but in the letter the ministers call on consumers to report products with an incorrect label: "Consumers can submit a complaint to the NVWA if there is a suspicion of the wrong origin.

"There is no restriction on that for any country or area," they write in the House letter on Tuesday. If you encounter a wrongly labeled product from Western Sahara, Northern Cyprus or one of the two hundred other conflict areas worldwide, you can easily report this via the NVWA complaint form. You can also contact CIDI by sending an e-mail to cidi@cidi.nl.

United Nations

In the letter to parliament, ministers also discuss the voting behavior of Dutch representatives at the United Nations. To the horror of the House of Representatives, the Netherlands regularly participates in the anti-Israel circus at the UN. This month, for example, the Netherlands voted in favor of seven of the eight anti-Israel resolutions at the so-called "decolonization committee". These voting positions are determined by the responsible ministers, Blok and Kaag emphasize again in the letter to Parliament on Tuesday.

According to the letter, reducing the number of anti-Israel resolutions at the UN requires a long-term commitment. The reason Blok and Kaag give for this is striking: the ministers fear that the Palestinian Authority might consider reducing the number of resolutions as a wrong signal. Due to the Dutch commitment, one resolution on the Arab-Israeli conflict will be less adopted this year

(Google Translate)