20 februari 2020

2020-02-20-15.45: Veel vragen om zwarte lijst VN in politiek Den Haag - Many ask for blacklisting UN in politics The Hague


Nederlands - English

NEDERLANDS

In politiek Den Haag zijn veel vragen ontstaan omtrent de publicatie van een VN-zwarte lijst van bedrijven die zaken doen in Israëlische nederzettingen. Minister Blok noemt de lijst een voorbeeld van eenzijdige gerichtheid op Israël, en verschillende Kamerfracties hebben vragen ingediend.

Vorige week heeft het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties (OHCHR) de langverwachte zwarte lijst gepubliceerd van bedrijven die zaken doen met Joodse nederzettingen op de Westoever. De lijst, opgesteld in opdracht van de VN-Mensenrechtenraad, noemt 112 bedrijven, waarvan vier Nederlandse.

Nederland heeft zich in de Mensenrechtenraad van de VN verzet tegen de publicatie van de lijst, zo meldt de NOS. De Nederlandse regering had eerder al laten weten tegenstander te zijn van een dergelijke database. Toen in 2016 werd gestemd over het opstellen van de lijst, onthielden Nederland en de rest van de Europese Unie zich van stemming.

Volgens minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok is sprake van “disproportionele” gerichtheid tegen Israël. Een woordvoerder laat weten dat de minister binnenkort bij de Mensenrechtenraad in Genève opnieuw duidelijk zal maken dat Nederland niet eens is met de lijst.

Gevolgen voor Nederlandse bedrijven?

Verschillende Kamerfracties – SP, PvdA, DENK, SGP, CU en PVV, hebben Kamervragen ingediend naar aanleiding van de lijst. Zowel Kirsten van den Hul (PvdA) als Tunahan Kuzu (DENK) willen weten welke gevolgen de database heeft voor de Nederlandse bedrijven die daarin genoemd worden. Sadet Karabulut (SP) acht het ongewenst dat Nederlandse bedrijven zaken doen in Israëlische nederzettingen en vraagt de ministers de bedrijven aan te spreken.

Kuzu stelt dat het van belang is dat de database “periodiek geüpdatet wordt”. Zo kunnen bedrijven toegevoegd of verwijderd worden, “afhankelijk van hun betrokkenheid bij nederzettingen”. Het DENK-Kamerlid suggereert dat dit bedrijven ertoe zou kunnen bewegen hun gedrag en activiteiten aan te passen.

‘Buitengewoon ernstige beschuldigingen’

In zijn Kamervragen haalt Kuzu ook reacties van de American Jewish Committee en de Israëlische ministers Gilad Erdan en Eli Cohen aan. Het gaat om beschuldigingen van antisemitisme richting de VN-Mensenrechtenraad. De DENK-voorman vindt dat “deze buitengewoon ernstige beschuldigingen onjuist en onacceptabel zijn” en vraagt ministers Blok en Kaag “daar nadrukkelijk afstand van te nemen”.

Bedrijven ‘verdienen alle steun’

Kees van der Staaij (SGP), Joël Voordewind (CU) en Raymond de Roon (PVV) stellen “dat het hier minstens gaat om een sterke (internationaal-)politieke veroordeling”. De Kamerleden vrezen dat de zwarte lijst een “bruikbaar handvat” is voor de BDS-beweging, en willen weten wat de potentieel negatieve effecten zouden kunnen zijn voor de genoemde bedrijven. Hierbij betogen ze “dat bedrijven die actief zijn in de Palestijnse gebieden een belangrijke bijdrage leveren aan economische vooruitgang, werkgelegenheid, en waardevolle intermenselijke contacten, en daarom alle steun verdienen.” Van der Staaij, Voordewind en De Roon noemen de lijst dan ook contraproductief “als het gaat om perspectieven op vrede en verzoening”.

De Kamerleden van SGP, CU stellen dat de publicatie van de zwarte lijst in strijd is met het kabinetsstandpunt dat Nederland geen boycots tegen Israël steunt. Ze vragen minister Blok in VN-verband “op ferme wijze” afstand te nemen van de publicatie en zich in te zetten dat de lijst niet tot resoluties in de VN-Veiligheidsraad zal leiden. 

‘Één grote poppenkast’

De Roon vindt “dat de VN in het algemeen, en de VN-Mensenrechtenraad in het bijzonder, zeer selectief te werk gaat door notoire mensenrechtenschenders de hand boven het hoofd te houden en Israël buitenproportioneel aan te pakken”. Het PVV-Kamerlid vraagt minister Blok om uit de VN-Mensenrechtenraad te stappen, die hij “één grote poppenkast” noemt. In de door de minister toegezegde inzet op hervormingen van de raad ziet De Roon geen heil: “een blind paard kan zien dat de Raad zich niet laat hervormen”.
Bron: CIDI


**********************************
ENGLISH
:

Many questions have arisen in The Hague politics regarding the publication of a UN blacklist of companies doing business in Israeli settlements. Minister Blok calls the list an example of a one-sided focus on Israel, and various parliamentary groups have submitted questions.

Last week, the Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights (OHCHR) published the long-awaited blacklist of companies that deal with Jewish settlements in the West Bank. The list, commissioned by the UN Human Rights Council, lists 112 companies, four of which are Dutch.

The Netherlands has opposed the publication of the list in the UN Human Rights Council, reports the NOS. The Dutch government had previously stated that it was opposed to such a database. When the list was drawn up in 2016, the Netherlands and the rest of the European Union abstained.

According to Foreign Minister Stef Blok, there is "disproportionate" orientation against Israel. A spokesperson said that the minister would soon again make it clear to the Human Rights Council in Geneva that the Netherlands did not agree with the list.

Consequences for Dutch companies?

Various parliamentary groups - SP, PvdA, DENK, SGP, CU and PVV, submitted parliamentary questions in response to the list. Both Kirsten van den Hul (PvdA) and Tunahan Kuzu (DENK) want to know what consequences the database has for the Dutch companies mentioned in it. Sadet Karabulut (SP) considers it undesirable that Dutch companies do business in Israeli settlements and asks the ministers to address the companies.

Kuzu states that it is important that the database is "periodically updated". For example, companies can be added or removed, "depending on their involvement in settlements." The DENK Member suggests that this could induce companies to adjust their behavior and activities.

"Extremely serious allegations"

In his parliamentary questions, Kuzu also cited reactions from the American Jewish Committee and Israeli ministers Gilad Erdan and Eli Cohen. These are allegations of anti-Semitism towards the UN Human Rights Council. The DENK leader believes that "these extremely serious allegations are incorrect and unacceptable" and asks Ministers Blok and Kaag to "explicitly distance themselves from this".

Companies "deserve all support"

Kees van der Staaij (SGP), Joël Voordewind (CU) and Raymond de Roon (PVV) state "that this is at least a strong (international) political conviction". The MPs fear that the blacklist is a "useful tool" for the BDS movement and want to know what the potential negative effects could be for the companies mentioned. They argue "that companies operating in the Palestinian territories make an important contribution to economic progress, employment, and valuable people-to-people contacts, and therefore deserve full support." Van der Staaij, Voordewind and De Roon therefore call the list counterproductive "when it comes to perspectives on peace and reconciliation".

The MPs of SGP, CU state that the publication of the blacklist is contrary to the government's position that the Netherlands does not support boycotts against Israel. They ask Minister Blok in the UN context "to stand firm" from the publication and to make an effort that the list will not lead to resolutions in the UN Security Council.

"One big puppet show"

De Roon believes that "the UN in general, and the UN Human Rights Council in particular, is very selective in its actions by holding back notorious human rights violators and tackling Israel disproportionately." The PVV MP asks Minister Blok to step out of the UN Human Rights Council, which he calls "one big puppet show". De Roon sees no hope in the commitment to reform of the council that the minister promised: "a blind horse can see that the Council cannot be reformed".

Source: CIDI

Google Translate