01 september 2020

2020-09-01: Minister Grapperhaus blijft helder na vragen Kuzu over IHRA-definitie - Minister Grapperhaus remains clear after questions Kuzu about IHRA definition

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus. Bron foto: @ferdgrapperhaus / Twitter.

Nederlands - English

NEDERLANDS:

In juli stelde het Kamerlid Tunahan Kuzu (DENK) enkele Kamervragen aangaande de IHRA-werkdefinitie over antisemitisme en het gebruik daarvan door het Openbaar Ministerie en de Politie. In de beantwoording van de vragen is minister Ferd Grapperhaus (CDA) helder, hij is het met Kuzu oneens dat de definitie op enige wijze gebruikt zou worden om kritiek op Israël de mond te snoeren.

Bron: CIDI

De minister is duidelijk over het feit dat de werkdefinitie een niet-juridisch bindend hulpmiddel is. Het is dus puur bedoeld om enkele voorbeelden te geven waarmee het makkelijker is om antisemitisme te herkennen en te registreren. De definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance is dan ook nooit als juridisch bindend bedoeld geweest en de opstellers zijn hierover vanaf het begin duidelijk geweest.

Het gebruik van de werkdefinitie door Justitie en de Politie leidt niet tot een inperking van de vrijheid van meningsuiting, aldus Grapperhaus. De notie van Kuzu, die stelt dat met deze werkdefinitie de mogelijkheid om Israël te bekritiseren beperkt wordt, wordt stellig door de minister ontkend. Ook is Grapperhaus het met Kuzu oneens dat de IHRA-werkdefinitie op enige wijze wordt gebruikt om kritiek op Israël de mond te snoeren.

In november 2018 sprak de Tweede Kamer haar steun uit voor de IHRA-definitie. Met een motie verzocht een meerderheid van het Nederlandse parlement de regering “steun te verlenen aan het hanteren van de internationale IHRA-werkdefinitie van antisemitisme.” Ten uitvoer van deze motie heeft de Minister van Justitie en Veiligheid “de indicatoren uit deze definitie gedeeld met politie en OM, zodat deze bij het opnemen van een aangifte meegewogen kunnen worden in het oordeel of sprake is van groepsbelediging, haatzaaien, of een discriminatoir aspect bij een commuun delict (codis).”

Het inzetten van de werkdefinitie door Justitie en Politie – op niet-bindende wijze – moet puur een indicatie geven om eventueel verder onderzoek te doen naar discriminerende uitingen of delicten. De minister is daarentegen (nog) niet van plan om deze definitie in wetgeving op te nemen. Grapperhaus concludeert in zijn beantwoording dat in een volwassen democratie er ruimte moet zijn om over antisemitisme te debatteren, zolang dit gebeurt binnen de grenzen van de wet.


*****************************
ENGLISH:

Minister of Justice and Security Ferd Grapperhaus. Source photo: @ferdgrapperhaus / Twitter.

In July, Member of Parliament Tunahan Kuzu (DENK) asked some parliamentary questions about the IHRA working definition on anti-Semitism and its use by the Public Prosecution Service and the Police. In answering the questions, Minister Ferd Grapperhaus (CDA) is clear, he disagrees with Kuzu that the definition would be used in any way to silence criticism of Israel.

Source: CIDI

The minister is clear about the fact that the working definition is a non-legally binding tool. So it is purely intended to give some examples with which it is easier to recognize and register anti-Semitism. Accordingly, the definition of the International Holocaust Remembrance Alliance was never intended to be legally binding, and the drafters have been clear about this from the start.

The use of the working definition by the Ministry of Justice and the Police does not lead to a restriction of the freedom of expression, according to Grapperhaus. The notion of Kuzu, who argues that this working definition limits the possibility of criticizing Israel, is firmly denied by the minister. Grapperhaus also disagrees with Kuzu that the IHRA working definition is used in any way to silence criticism of Israel.

In November 2018, the House of Representatives expressed support for the IHRA definition. With a motion, a majority of the Dutch parliament asked the government to "support the use of the international IHRA working definition of anti-Semitism." To implement this motion, the Minister of Justice and Security “has shared the indicators from this definition with the police and the Public Prosecution Service, so that when recording a report, they can be taken into account in determining whether there is group insult, hate speech, or a discriminatory aspect. in case of a general offense (codis). ”

The use of the working definition by the Ministry of Justice and Police - in a non-binding manner - must purely provide an indication for possible further investigation into discriminatory statements or offenses. The minister, however, does not (yet) intend to include this definition in legislation. Grapperhaus concludes in his answer that in a mature democracy there must be room to debate anti-Semitism, as long as this is done within the boundaries of the law.

google translate