25 april 2018

Internationaal recht en de staat Israël

Prof. Eugene Kontorovitsj: Israël bevrijdde in 1967 zijn eigen grondgebied. Daarom is het Vierde Verdrag van Genève (FGC) niet van toepassing en zijn de schikkingen wettig.

Duizenden jaren lang kwamen en gingen volkeren, onder de regel dat 'naar de overwinnaar gaat de buit'. Dit omvatte het recht om de vrouwen te verkrachten, de mannen te onderwerpen aan slavernij, hun bezittingen in beslag te nemen en het land te regeren zoals zij dat wilden.

In het begin van de negentiende eeuw was deze regel aanzienlijk veranderd, maar het recht van de overwinnaar om grenzen te veranderen en de overdracht van populaties van veroverde landen was vastgelegd in het internationaal recht.

Dus hebben de overwinnaars van WWI, Groot-Brittannië, Frankrijk en de VS in overeenstemming met het internationaal recht onderhandeld over het Verdrag van Versailles en Duitsland gedwongen dit te aanvaarden. Dit verdrag veranderde de grenzen van de verslagen naties en verhuisde de bevolking. Aan hun recht om dit te doen is nooit getornd.

Ook Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Japan kwamen in 1920 in San Remo bijeen om het Ottomaanse Rijk af te stoten. Ze besloten het op te splitsen in verschillende landen. Deze landen zouden beginnen als mandaten in het kader van de onlangs opgerichte Volkenbond en zouden dat blijven doen totdat zij klaar zijn voor onafhankelijkheid.

Toch weigeren de Palestijnen en andere Arabieren te accepteren dat de zegevierende machten het recht hadden om Israël op te richten.

Bij hun beslissing over de vraag welke landen in het leven moesten worden geroepen, hielden zij hoorzittingen, registreerden zij bewijsmateriaal en namen zij vervolgens besluiten die in de resolutie van San Remo waren vastgelegd. De belangrijkste autoriteiten voerden aan dat de vonnissen Res Judicata waren, d.w.z. dat er een wettelijke beslissing over was genomen. Met andere woorden, ze waren juridisch bindend.

Een van die besluiten was het creëren van het Palestijnse mandaat, dat bedoeld was om het Joodse vaderland te worden. In overeenstemming met deze intentie kregen de Joden het recht het land te verpachten. De grond die onder dat mandaat viel, omvatte al het huidige Israël en Jordanië. Twee maanden voor de ondertekening van dit document door de Volkenbond nam de heersende macht, Groot-Brittannië, een nieuwe clausule op in het ontwerp-mandaat, die het gebied van nauwe nederzettingen van Joden ten westen van de Jordaan beperkte. Dit was in strijd met wat in San Remo was besloten, maar niemand gaf daarom, behalve natuurlijk de Joden.

Het land ten oosten van de Jordaan heette Trans-Jordan en zijn heersers verklaarden onafhankelijkheid en veranderden de naam in Jordanië in 1946.

Na de Tweede Wereldoorlog en de verpletterende nederlaag van Duitsland en zijn bondgenoten veranderden de overwinnaars grenzen en verplaatsten bevolkingen. Het was hun goed recht.

Der Spiegel rapporteert;

"Maar de mensen die het Rode Leger ontvluchtten wisten niet dat de geallieerden al met de Poolse regering in ballingschap waren overeengekomen om grote delen van Oost-Duitsland aan Polen over te dragen en de Duitsers die daar woonden te hervestigen.

"Al degenen die er niet in slaagden om op tijd te ontsnappen, werden het slachtoffer van de waanzinnige uitzettingen die tot juli 1945 plaatsvonden. De georganiseerde hervestiging van Duitsers en etnische Duitsers uit het voormalige oosten van Duitsland en het Sudetenland begon in januari 1946. In totaal verloren zo'n 14 miljoen Duitsers hun huis.

Deze uitzettingen vonden vaak op brute wijze plaats en werden uitgevoerd als onderdeel van een breder programma van natievorming dat tussen 1945 en 1949 door de nieuwe communistische regering werd uitgevoerd. "Centraal in dit programma stond een poging om te komen tot etnische homogenisering van de staat, om de etnische en politieke grenzen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

De geallieerden hebben zich op geen enkel moment tegen deze "etnische homogenisering" verzet.

De vlucht van de Arabieren uit het Palestijns mandaat en Israël, vrijwillig of gedwongen, moet in deze context worden gezien. Het gebeurde op hetzelfde moment. De hypocrisie van het Westen is opzienbarend. In het Europa van na de oorlog drongen zij aan op etnische zuivering als de weg naar stabilisering en vrede, terwijl de AVVN in het geval van de "Palestijnse vluchtelingen" Res 194 in Dec 11/48 nog voor de oorlog voorbij was, goedkeurde, waarin zij de terugkeer van de "vluchtelingen" aanraadden. Gelukkig voor Israël heeft een aanbeveling geen bindend effect en kan ze genegeerd worden.

Op 29 november 1947 namen de nieuw gevormde Verenigde Naties, die de plaats innamen van de inmiddels ter ziele gegane Volkenbond, niet-bindende Res-181 aan in de Algemene Vergadering, waarin een opdeling van het land ten westen van de Jordaan tussen Joden en Arabieren werd voorgesteld en beide werden uitgenodigd de onafhankelijkheid over hun respectieve delen uit te roepen.

De Joden namen de uitnodiging aan en verklaarden hun staat Israël op 18 mei 1948.

De Joodse Virtueel Bibliotheek roept herinneringen op:

"Voordat de Verenigde Naties op 29 november 1947 voor het Partitieplan stemden, viel het Arabische Legioen van Jordanië Jeruzalem aan. Hun strijdkrachten blokkeerden de wegen van Jeruzalem ensneden de toegang van de stad tot water af. Na bittere gevechten viel de Joodse wijk van Jeruzalem's Oude Stad onder de enorm superieure wapens en getallen van het Arabische Legioen. De overlevende Joodse inwoners vluchtten uit de viervijfde van de hoofdstad die Israël met succes in handen had, naar de “Nieuwe Stad".

"Bijna twintig jaar later, tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967, bevrijdde het Israëlische leger de Oude Stad van Jeruzalem en vond dat het gebied volledig verwaarloosd en vrijwel vernietigd was.

“Op een na werden alle vijfendertig synagogen in de Oude Stad vernietigd; de niet volledig verwoeste synagogen werden gebruikt als kippenhokken en stallen vol met mesthoopjes, afval en karkassen. Het vereerde Joodse kerkhof op de Olijfberg was volledig ontredderd. Tienduizenden grafstenen waren in stukken gebroken om als bouwmateriaal te worden gebruikt en grote delen van het kerkhof waren genivelleerd om een kort stukje naar een nieuw hotel te brengen. Honderden Thora rollen en duizenden heilige boeken waren geplunderd en tot as verbrand".

Zoveel voor Arabisch respect voor Joodse heilige plaatsen en hun respect voor de Al Aksa moskee gelegen op de Tempelberg, waarvan ze vandaag de dag beweren, de “derde heiligste plaats in de Islam".

De Arabieren verwierpen resolutie 181 en verklaarden de oorlog in plaats van een staat. Pas in 1949, toen de Arabieren de oorlog aan het verliezen waren, regelde de internationale gemeenschap een staakt-het-vuren. De staakt-het-vuren-lijn was gebaseerd op de vraag wie wat controleerde en Israël kreeg uiteindelijk meer land dan Res 181 voor hen had gereserveerd.

Het Israëlisch-Jordaanse wapenstilstandsakkoord werd ondertekend op 3 april 1949 en Israël werd lid van de VN op 11 mei 1949.

In deze wapenstilstandsovereenkomst wordt met geen woord gerept over wat er met de nieuw gecreëerde vluchtelingen moet gebeuren, hoewel Jordanië de kwestie aan de orde heeft gesteld.

Jordanië kwam in het bezit van de 'Westelijke Jordaanoever' en de Oude Stad van Jeruzalem en voegde deze formeel toe. De internationale gemeenschap, met uitzondering van drie landen, heeft deze annexatie verworpen.

Het is dus duidelijk dat de "Westelijke Jordaanoever" geen eigendom is van Jordanië of de Palestijnen, en Israël zelf is op legitieme wijze opgericht.

Tot wie behoren dan de 'Westelijke Jordaanoever', ook wel bekend als Judea en Samaria, en de Oude Stad?

Sommigen beweren dat de Palestijnse Arabieren het recht hebben om daar een staat op te richten, maar ze citeren nooit de wettelijke basis voor zo'n recht. Zij verwerpen eenvoudigweg de Balfour-verklaring en de uitvoering ervan. Zij beweren dat zij, de Arabieren, inheems zijn in het gebied en daarom recht hebben op soevereiniteit over het land, maar het internationale recht steunt dit recht niet.

Professor Eugene Kontorovitsj is hoofd van de afdeling internationaal recht van het Kohelet Policy Forum en een collega van het Jeruzalem Center for Public Affairs. Hij beantwoordt de vraag: “Hoe kan de rechtspositie van Judea en Samaria [Westelijke Jordaanoever] worden bepaald?" De Israëlische overheersing op de “Westelijke Jordaanoever" is volgens het internationale recht legaal.

"De vraag die moet worden gesteld is: Wat waren de grenzen van Israël toen het voor het eerst werd opgericht? Wat dit definieert zijn de grenzen op het moment van onafhankelijkheid. Israël is net als de meeste andere landen opgericht na een succesvolle oorlog waarin niemand het te hulp is geschoten. In het internationaal recht geldt een duidelijke regel met betrekking tot de vestiging van nieuwe landen: de grenzen van het land worden bepaald op basis van de grenzen van de vorige politieke entiteit in dat gebied. Dus wat was er eerder? Het Britse mandaat. En wat waren de grenzen van het Britse mandaat? Van de Middellandse Zee tot de Jordaan".

Zo bevrijdde Israël volgens hem in 1967 zijn eigen grondgebied. Daarom is het Vierde Verdrag van Genève (FGC) niet van toepassing en zijn de schikkingen wettig. En als de FGC niet van toepassing is, dan heeft Israël het recht om de Arabieren uit deze gebieden te verdrijven, net zoals de overwinnaars de Duitsers uit het land hebben verdreven dat ze veroverd hebben.

De internationale gemeenschap heeft ervoor gekozen dit niet zo te zien en heeft aan het einde van de Zesdaagse Oorlog in 1967 Resolutie 242 van de VN-Veiligheidsraad aangenomen. Het begon met een onjuiste weergave van de wet, toen het reciteerde: "De nadruk leggend op de onontvankelijkheid van de verwerving van grondgebied door oorlog..." In feite, internationaal recht stelt dat overwinnaars, in een defensieve oorlog, het verworven land kunnen houden.

De resolutie eiste echter niet dat Israël zich uit alle gebieden terugtrok, maar gaf het land toestemming om in die gebieden te blijven totdat aan de volgende voorwaarden was voldaan:

"Beëindiging van alle claims of staten van oorlogszucht en respect voor en erkenning van de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van elke staat in het gebied en hun recht om in vrede te leven binnen veilige en erkende grenzen die vrij zijn van bedreigingen of daden van geweld;".

Het is duidelijk dat bij lange na niet aan deze voorwaarden wordt voldaan.

Het is vermeldenswaard dat de 67-oorlog een voortzetting was van de 48/49-oorlog en noodzakelijk werd gemaakt door de schending van het '49 Wapenstilstandsakkoord door de Arabieren. In dit licht bezien versloeg Israël de Arabieren volledig, net zoals de geallieerden de Duitsers en hun bondgenoten na de Tweede Wereldoorlog volledig versloegen. Israël heeft dus het volste recht om de terugkeer van Arabische vluchtelingen te verwerpen en om al het land dat aan de Jordaan is verworven, te behouden.

Tel Belman

De auteur is een gepensioneerde advocaat en de redacteur van Israpundit. In 2009 heeft hij aliya gemaakt en woont nu in Jeruzalem.
The author is a retired attorney and the editor of Israpundit. In 2009 he made aliya and is now living in Jerusalem.

International law and the State of Israel

Prof. Eugene Kontorovich: Israel liberated its own territory in 1967. Therefor the Fourth Geneva Convention (FGC) does not apply and the settlements are legal.

For thousands of years, nations came and went, pursuant to the rule that 'to the victor go the spoils.' This included the right to rape the women, enslave the men, confiscate their wealth and rule the country as they saw fit.

By the beginning of the nineteenth century, this rule had changed considerably, but the right of the victor to change borders and transfer populations of conquered countries was enshrined in international law.

So, in accordance with international law, the victors of WWI, Great Britain, France and the US negotiated the Versailles Treaty and forced Germany to accept it. This treaty changed borders of the defeated nations and moved populations. Their right to do so was never questioned.

Similarly, Britain, France, Italy and Japan met in San Remo in 1920 to dispose of the Ottoman Empire. They decided to break it up into various countries. These countries would start as Mandates under the newly formed League of Nations and would remain so until they were ready for independence.

Yet, the Palestinians and other Arabs refuse to accept that the victorious powers had the right to create Israel.

In deciding what countries to create, they held hearings, recorded evidence and then made decisions which were set out in the San Remo Resolution. It is argued by leading authorities that the decisions were Res Judicata i.e., legally decided. In other words, they were legally binding.

One of those decisions was to create the Palestine Mandate, which was intended to become the Jewish Homeland. In accordance with this intention, the Jews were given the right of close settlement of the land. The land covered by that mandate included all of what is now Israel and Jordan. Two months before this document was signed by the League of Nations, the Mandatory Power, Great Britain, inserted a new clause in the draft mandate which restricted the area of close settlement by Jews to the lands west of the Jordan River. This was in violation of what had been decided at San Remo but no one cared, except, of course, the Jews.

The land east of the Jordan River was called Trans-Jordan and it’s rulers declared independence and changed the name to Jordan in 1946.

After WWII and the crushing defeat of Germany and its allies, the victors changed borders and moved populations. It was their right.

Der Spiegel reported;

“But the people fleeing the Red Army were unaware that the Allies had already agreed with the Polish government-in-exile to hand over large parts of eastern Germany to Poland and resettle the Germans who were living there.

“All those who didn't manage to escape in time fell victim to the frenzied expulsions that were carried out until July 1945. The organized resettlement of Germans and ethnic Germans from Germany's former eastern areas and the Sudetenland began in January 1946. In all, some 14 million Germans lost their homes.”

These expulsions were often done in a brutal manner and were carried out as part of a broader program of nation-building pursued by the new communist government between 1945 and 1949. “The centre-piece of this programme was an attempt to achieve the ethnic homogenization of the state, to ensure as close a match as possible between its ethnic and political borders.”

At no time did the allies object to this “ethnic homogenization”.

The flight of the Arabs from the Palestine Mandate and Israel, whether voluntary or forced, must be viewed in this context. It happened at the same time. The hypocrisy of the West is glaring. In post war Europe, they insisted on the ethnic cleansing as the path to stabilization and peace whereas in the case of the “Palestinian refugees”, the UNGA passed Res 194 in Dec 11/48 even before the war was over in which they recommended that the "Refugees" should be permitted to return. Fortunately for Israel, a recommendation has no binding affect and can be ignored.

On November 29, 1947 the newly formed United Nations, which took over from the now defunct League of Nations, passed non-binding Res 181 in the General Assembly which proposed a line partitioning the land west of the Jordan River, between Jews and Arabs and invited both to declare independence over their respective parts.

The Jews accepted the invitation and declared their state of Israel on May 18, 1948.

The Jewish Virtual Library recalls:

“Before the United Nations voted in favor of the Partition Plan on November 29, 1947, the Arab Legion of Jordan attacked Jerusalem. Their forces blocked Jerusalem's roads and cut off the city's access to water. After bitter fighting, the Jewish Quarter of Jerusalem's Old City fell to the vastly superior arms and numbers of the Arab Legion. The surviving Jewish inhabitants fled to the "New City," the four-fifths of the capital that Israel successfully held.

“Nearly twenty years later, during the 1967 Six-Day War, Israel's army liberated Jerusalem's Old City, finding the area completely neglected and virtually destroyed.

“All but one of the thirty five synagogues within the Old City were destroyed; those not completely devastated had been used as hen houses and stables filled with dung-heaps, garbage and carcasses. The revered Jewish graveyard on the Mount of Olives was in complete disarray with tens of thousands of tombstones broken into pieces to be used as building materials and large areas of the cemetery leveled to provide a short-cut to a new hotel. Hundreds of Torah scrolls and thousands of holy books had been plundered and burned to ashes.”

So much for Arab respect for Jewish holy sites and their regard for the Al Aksa Mosque situated on the Temple Mount, which they today claim, is the “third holiest site in Islam.”

The Arabs rejected Resolution 181 and declared war rather than a state. Not until the Arabs were losing the war in 1949 did the international community arrange a ceasefire. The ceasefire line was based on who controlled what and thus Israel ended up with more lands than Res 181 had set aside for them.

The Israel-Jordan Armistice Agreement, was signed on April 3, 1949 and Israel became a member of the UN on May 11, 1949.

This armistice agreement made no mention of what to do with the newly created refugees even though Jordan had raised the issue.

Jordan ended up in possession of the 'West Bank' and of the Old City of Jerusalem and formally annexed them. The international community, except for three countries, rejected this annexation.

So clearly the 'West Bank' does not belong to Jordan or the Palestinians for that matter, and Israel itself was legitimately created.

So, who does the 'West Bank', otherwise known as Judea and Samaria, and the Old City, belong to?

Some people argue that the Palestinian Arabs have a right to create a state there but they never quote the legal foundation for such a right. They simply reject the Balfour Declaration and its implementation. They claim that they, the Arabs, are indigenous to the area and therefor entitled to sovereignty over the land but international law does not support such right.

Professor Eugene Kontorovich is the head of the international law department of the Kohelet Policy Forum and a fellow of the Jerusalem Center for Public Affairs. He answers the question, “how can the legal position of Judea and Samaria [West Bank] be defined?”, in Israeli rule in the 'West Bank' is legal under International Law .

“The question that should be asked is: What were the borders of Israel when it was first established? What defines this are the borders at the moment of independence. Israel was created, like most countries, after a successful war where no one came to its aid. In international law, there is a clear rule regarding the establishment of new countries: the country’s borders are determined in accordance with the borders of the previous political entity in that area. So, what was here before? The British Mandate. And what were the borders of the British Mandate? From the Mediterranean Sea to the Jordan River.”

Thus, he argued, Israel liberated its own territory in 1967. Therefor the Fourth Geneva Convention (FGC) does not apply and the settlements are legal. And if the FGC doesn’t apply then Israel has the right to expel Arabs from these territories just as the victors expelled Germans from the land they conquered.

The international community chose not to see it that way and passed UNSC Res 242 at the end of the Six Day War in 1967. It began with a misstatement of the law, when it recited; “Emphasizing the inadmissibility of the acquisition of territory by war…” In fact, International law holds that victors, in a defensive war, can keep the land acquired.

Nevertheless, the resolution did not demand that Israel withdraw from all territories but gave her permission to remain in the territories until the following conditions were met:

“Termination of all claims or states of belligerency and respect for and acknowledgment of the sovereignty, territorial integrity and political independence of every State in the area and their right to live in peace within secure and recognized boundaries free from threats or acts of force;”

Clearly these conditions are far from being met.

It is worth noting that the 67 War was a continuation of the 48/49 war and was made necessary by the violation of the ’49 Armistice Agreement by the Arabs. Looked at in this light, Israel totally defeated the Arabs just as the Allies totally defeated the Germans and their allies after WWII. Thus, Israel has every right to reject the return of any Arab refugees and to keep all the lands acquired to the Jordan River.

Source: http://www.israelnationalnews.com/Articles/Article...