06 oktober 2019

2019-10-06-11.30: Shadow Strike, Israël voorkwam een Syrisch kernwapen - Shadow Strike, Israel prevented a Syrian nuclear weapon

Nederlands - English

NEDERLANDS:

Op 6 september 2007 vernietigde de Israëlische luchtmacht de nog niet voltooide al-Kibar kernreactor in het noordoosten van Syrië, die door Noord-Korea onder een donkere sluier van geheimhouding werd gebouwd. Het indringende boek van Yaakov Katz, Shadow Strike: Inside Israel’s Secret Mission to Eliminate Syrian Nuclear Power (St. Martin’s Press), vertelt het verhaal van deze gedurfde missie vanuit Israëlisch en Amerikaans perspectief.

Bron: IsraelToday.nl

‘Het is een verhaal over spionage, politieke moed, militaire macht en psychologische oorlogsvoering op nationale schaal,’ schrijft Katz, de hoofdredacteur van de Jerusalem Post. ‘Wat er in 2007 gebeurde is een draaiboek voor hoe een land een existentiële dreiging neutraliseerde,’ voegt hij eraan toe.

Zoals we weten, was het niet de eerste keer dat Israël een kernreactor in een Arabisch land gebombardeerd heeft. In 1981 vernietigde Israël de Osirak-reactor in Irak, in overeenstemming met een beleid dat bekend staat als de Begin Doctrine. Dat is een verwijzing naar Menachem Begin, de Israëlische premier die opdracht gaf tot de vernietiging van de reactor op grond van het argument dat Israël niet kan toestaan dat zijn vijanden kernwapens verwerven. Dit verklaart de huidige vastberadenheid van Israël om Iran, zijn aartsvijand, ervan te weerhouden lid te worden van de nucleaire club. Zoals Katz het stelt: ‘Als Syrië ermee weg zou mogen komen, zou Iran zich aangemoedigd voelen.’

Bashar al-Assad

Het is omstreden waarom Syrië, de vijand van Israël, in eerste instantie een kernreactor wilde. De consensus lijkt te zijn dat president Bashar al-Assad zijn regime wilde versterken, een machtsevenwicht met Israël wilde creëren en een leider in de Arabische wereld wilde worden.

Ibrahim Othman

De Mossad, de buitenlandse inlichtingendienst van Israël, ontdekte wat Syrië van plan was door in het geheim de computer van Ibrahim Othman, de directeur van de Syrische Commissie voor Atoomenergie, te hacken. Na het downloaden van zijn bestanden, installeerden Mossad-agenten een Trojaans paard. Daardoor kreeg Israël permanent toegang tot Othmans computer. Het werd duidelijk dat Syrië een kerncentrale aan het bouwen was in een vallei diep in de woestijn in de regio Deir ez-Zor, aan de oevers van de Eufraatrivier.

De Syrische kernreactor voor de vernietiging ervan door Israël

Nadat hij de intenties van Syrië had vastgesteld, stuurde de Israëlische premier Ehud Olmert de directeur van de Mossad (Meir Dagan) naar Washington om de Amerikaanse minister van Defensie Dick Cheney te waarschuwen dat Israël geen kernwapen in Syrië zou accepteren. ‘Het nieuws was wereldschokkend,’ schrijft Katz. ‘Tot dan toe was er geen enkel bewijs in de Amerikaanse inlichtingengemeenschap dat ondersteunde wat Dagan beweerde.’

Meir Dagan

Dagan was een sterk voorstander van het inzetten van militair geweld om de reactor te bombarderen. Syrië, dat het project geheim probeerde te houden, had zelfs geen raketbatterij of luchtafweergeschut in de buurt van de reactor geplaatst.  Kort na Dagans ontmoeting met Cheney belde Olmert president George W. Bush op en vroeg hem de locatie te bombarderen. ‘Voor Israël zou het laten uitvoeren van de aanval door Amerika een win-winsituatie zijn,’ zegt Katz. ‘De reactor zou verdwijnen zonder Israëls betrokkenheid, wat betekent dat de kans op een grootschalige oorlogsuitbarsting beperkt was.’

In Israëls ogen moest de reactor gebombardeerd worden voordat hij operationeel werd. ‘Niemand wilde verantwoordelijk zijn voor het lekken van radioactief materiaal in de Eufraatrivier en vervolgens het leven van generaties Syriërs negatief beïnvloeden,’ citeert Katz een uitspraak van een Israëlische topambtenaar.  De regering-Bush was zat niet op één lijn over de haalbaarheid van het bombarderen van de reactor. In principe was Bush het eens met Cheney, die betoogde dat een Amerikaanse aanval de geloofwaardigheid van de VS in het Midden-Oosten zou vergroten op een moment dat de Verenigde Staten verwikkeld waren in een moordende guerrillaoorlog in buurland Irak. Als het goed wordt gedaan, zo betoogde Cheney, kan het gebruik van militair geweld een sterk signaal afgeven aan onder andere Iran. Elliott Abrams, een hoge ambtenaar van de VS, ging in principe akkoord met Cheney, maar dacht dat Israël de aanval zou moeten uitvoeren om de afschrikking te herstellen die het tijdens de Tweede Libanonoorlog in 2006 had verloren.

Dick Cheney

Bush wilde Assad, die anti-Amerikaanse rebellen in Irak steunde, in toom houden, maar was voorzichtig met het aanvallen van Syrië. Bush vreesde dat Amerikaanse bombardementen de relatie tussen de Verenigde Staten en Israël zouden ondermijnen en de regionale positie van de VS zouden aantasten. Op 13 juli informeerde Bush Olmert over zijn beslissing. ‘Ik kan een aanval op een soevereine natie niet rechtvaardigen, tenzij mijn inlichtingendiensten opstaan en stellen dat het een wapenprogramma is,’ zei hij tegen Olmert, die hem adviseerde om de kwestie aan de Internationale Organisatie voor Atoomenergie voor te leggen.

Ehud Olmert

De beoordeling van Bush werd onderschreven door twee Amerikaanse kabinetsministers - minister van Defensie Robert Gates en minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice. Zij vreesden dat Syrië vergeldingsmaatregelen zou nemen door Amerikaanse troepen in Irak aan te vallen. Zij hadden ook twijfels over de waarheidsgetrouwheid van de Israëlische inlichtingen.  In reactie op Bush verklaarde Olmert dat Israël van plan was de Syrische reactor te vernietigen. Bush, op zijn beurt, maakte aan een selectie ambtenaren duidelijk dat de Verenigde Staten zich niet moesten bemoeien met de Israëlische inval.  De Israëlische aanval werd uitgevoerd door vier F-15I's en vier F-16I's met ongeveer 20 ton aan bommen. De vliegtuigen vlogen naar Syrië langs de grens met Turkije en doken het Syrisch grondgebied in tijdens de laatste etappe van de vlucht. Extreem laagvliegend bereikten ze het doelwit net na middernacht. De reactor werd onherstelbaar verwoest. Syrië vuurde enkele raketten af, maar ze kwamen ver van het doelwit terecht.

Interessant genoeg waren Israël en Syrië net begonnen met indirecte vredesbesprekingen door middel van Turkse bemiddeling toen de Israëlische luchtmacht op al-Kibar toesloeg.  Israël nam geen verantwoording voor de inval, vrezend voor een Syrische militaire reactie wanneer Syrië zijn gezicht verloor. Aangezien de Israëlische regering geen idee had wat de reactie van Syrië zou zijn, werd het Noordelijke Commando van Israël op hoog alarm gezet voor het geval er een oorlog uitbrak. Syrië gaf een officiële verklaring vrij waarin werd beweerd dat zijn luchtverdedigingssystemen de Israëlische vliegtuigen hadden verjaagd. Olmert handhaafde het Israëlische beleid van strikte stilte, alsof er niets was gebeurd. Enkele dagen na de inval vertelde hij de verslaggevers dat hij bereid was de vredesbesprekingen met Syrië te hervatten.

George W. Bush

Wat Bush betreft, hij feliciteerde Olmert met zijn goede prestatie. Volgens Katz waren het Pentagon en de CIA ook tevreden, wat resulteerde in een ‘nieuwe waardering en respect voor de Israëlische intelligentie- en militaire capaciteiten.’ Hij voegt eraan toe: ‘Welke vlek de Tweede Libanonoorlog op het imago van Israël ook had achtergelaten, hij leek nu weg te zijn.’  In het kielzog van Israëls inval installeerden de Mossad en de CIA nieuwe communicatielijnen en kwamen ze overeen om een gezamenlijke missie te starten om Hezbollah’s hoofd van operaties, Imad Mughniyeh, in Damascus te vermoorden.

_________________________
ENGLISH:

On September 6, 2007, the Israeli Air Force destroyed the still unfinished al-Kibar nuclear reactor in northeastern Syria being built by North Korea under a tight veil of secrecy.

Source: IsraelToday.co.il

Yaakov Katz’s absorbing book, Shadow StrikeInside Israel’s Secret Mission to Eliminate Syrian Nuclear Power (St. Martin’s Press), tells the story of this daring mission from the Israeli and U.S. perspective.

“It is a tale of espionage, political courage, military might and psychological warfare on a national scale,” writes Katz, the editor-in-chief of the Jerusalem Post. “What happened in 2007 is a playbook for how one country neutralized an existential threat,” he adds.

As we know, it was not the first time Israel had bombed a nuclear reactor in an Arab country. In 1981, Israel struck the Osirak reactor in Iraq in line with a policy known as the Begin Doctrine, a reference to Menachem Begin, the Israeli prime minister who ordered its destruction on the rationale that Israel cannot allow its enemies to acquire nuclear weapons.

This explains Israel’s current determination to stop Iran, its arch foe, from joining the nuclear club. As Katz puts it, “If Syria was allowed to get away with it, Iran would feel emboldened.”

Bashar al-Assad

It’s debatable why Syria, Israel’s enemy, sought a nuclear reactor in the first place. The consensus seems to be that President Bashar al-Assad wanted to solidify his regime, create a balance of power with Israel and become a leader in the Arab world.

Ibrahim Othman

The Mossad, Israel’s external intelligence agency, discovered what Syria was up to by secretly hacking the computer of Ibrahim Othman, the director of its Atomic Energy Commission. After downloading his files, Mossad agents installed a Trojan horse, providing Israel with permanent access to his computer. What became clear was that Syria was building a nuclear facility in a valley deep in the desert in the Deir ez-Zor region along the banks of the Euphrates River.

Syria’s nuclear reactor before its destruction by Israel

Having established Syria’s intentions, Israeli Prime Minister Ehud Olmert sent the Mossad’s director, Meir Dagan, to Washington to warn U.S. Defence Secretary Dick Cheney that Israel would not accept a nuclear weapon in the hands of Syria. “The news was earth-shattering,” writes Katz. “Until then, there was no evidence in the U.S. intelligence community to support was Dagan was claiming.”

Meir Dagan

Dagan was a strong advocate of deploying military force to bomb the reactor. Syria, attempting to keep the project a secret, hadn’t even placed a missile battery or an anti-aircraft gun near the reactor.

Shortly after Dagan’s meeting with Cheney, Olmert phoned President George W. Bush and asked him to bomb the site. “For Israel, having America carry out the strike would be a win-win,” says Katz. “The reactor would disappear without Israel’s involvement, meaning that the chance of a large-scale war erupting was limited.”

In Israel’s view, the reactor had to be bombed before it became operational. “No one wanted to be responsible for radioactive material leaking into the Euphrates River and then adversely affecting the lives of generations of Syrians,” Katz quotes a top-ranking Israeli official as saying.

The Bush administration was not of one mind about the feasibility of bombing the reactor. In principle, Bush agreed with Cheney, who argued that an American strike would enhance U.S. credibility in the Middle East at a time when the United States was embroiled in a grinding guerrilla war in neighboring Iraq. If done right, Cheney argued, the use of military force could send a strong signal to Iran, among others. Elliott Abrams, a senior U.S. official, basically agreed with Cheney, but thought that Israel should carry out the strike to restore the deterrence it had lost during the Second Lebanon War in 2006.

Dick Cheney

Bush wanted to rein in Assad, who supported anti-American rebels in Iraq, but was chary of striking Syria. Bush feared that a U.S. bombing raid would undermine the United States’ relationship with Israel and erode its regional standing.

On July 13, Bush informed Olmert of his decision. “I cannot justify an attack on a sovereign nation unless my intelligence agencies stand up and say it’s a weapons program,” he told Olmert, advising him  to take the issue to the International Atomic Energy Agency.

Ehud Olmert

Bush’s assessment was endorsed by two U.S. cabinet ministers — Secretary of Defense Robert Gates and Secretary of State Condoleezza Rice. They feared that Syria would retaliate by attacking American troops in Iraq. They also had doubts about the veracity of Israel’s intelligence.

Responding to Bush, Olmert declared that Israel intended to destroy the Syrian reactor. Bush, in turn, made it clear to select officials that the United States should not interfere with Israel’s raid.

The Israeli strike was carried out by four F-15Is and four F-16Is carrying about 20 tons of bombs. The planes flew toward Syria along its border with Turkey, dipping into Syrian territory on the last leg of the flight. They reached the target, flying extremely low, just after midnight, and the reactor was destroyed beyond repair. Syria fired off some missiles, but they were far off the mark.

Interestingly enough, Israel and Syria had just begun indirect peace talks through Turkish mediation when the Israeli Air Force swooped in on al-Kibar.

Israel did not take credit for the raid, fearing a Syrian military response if Syria lost face. Since the Israeli government had no idea what Syria’s reaction would be, Israel’s Northern Command was placed on high alert in case a war broke out. Syria released an official statement claiming that its air defence systems had chased the Israeli aircraft away. Olmert maintained Israel’s policy of strict silence, as if nothing had happened. Days after the raid, he told reporters he was ready to resume peace talks with Syria.

George W. Bush

As for Bush, he congratulated Olmert on a job well done. According to Katz, the Pentagon and the CIA were pleased as well, resulting in a “newfound appreciation and respect for Israel’s intelligence and military capabilities.” He adds, “Whatever stain the Second Lebanon War had left on Israel’s image, it now seemed to be gone.”

In the wake of Israel’s raid, the Mossad and the CIA established new lines of communication, agreeing to launch a joint mission to assassinate Hezbollah’s chief of operations, Imad Mughniyeh, in Damascus.