04 mei 2021

2021-05-04: CU en SGP willen opheldering over boete voor Israël Producten Centrum - CU and SGP want clarification on fine for Israel Products Center

Nederlands + English

NEDERLANDS:

Kamerleden Gert-Jan Segers en Roelof Bisschop vragen aan ministers Sigrid Kaag en Hugo de Jonge om opheldering over de boete die het Israël Producten Centrum heeft gekregen. CU en SGP willen daarnaast weten hoe de NVWA de motie voor gelijke behandeling van etikettering van producten uit betwiste gebieden gaat uitvoeren.

Door: CIDI

Onlangs ontving het Israël Producten Centrum in Nijkerk een boete van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Reden voor de geldstraf is dat volgens de NVWA de etikettering op sommige wijnflessen niet klopt, daar deze vermelden dat het gaat om een “product uit een Israëlisch dorp in Judea en Samaria”.

Christenen voor Israël berichtte in juli op haar website dat twee ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op bezoek waren geweest bij het Israël Producten Centrum in Nijkerk. De NVWA-ambtenaren kwamen op inspectie in verband met de ‘Interpretatieve mededeling inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door Israel bezette gebieden’ – een richtsnoer hoe EU-lidstaten om moeten gaan met de labeling van producten uit Israëlische nederzettingen. Deze EU-richtlijn stelt dat Israël geen soevereiniteit heeft over de in 1967 veroverde Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en de Golan, en dat producten uit Israëlische nederzettingen niet als “made in Israel” gelabeld mogen worden. 

Minister Van Ark negeert eenzijdigheid EU-richtlijn, SGP en BBB dienen motie in voor gelijke behandeling

Naar aanleiding van deze berichtgeving dienden CU, SGP en PVV destijds Kamervragen in. Minister voor Medische Zorg Tamara van Ark verdedigde hierop de actie door de NVWA. De autoriteit ziet toe op de handhaving van EU-wetgeving met betrekking tot de vermelding van de herkomstaanduiding voor alle landen en gebieden, aldus Van Ark. Volgens de minister geldt deze wetgeving “voor alle landen en gebieden, dus ook voor andere bezette gebieden”. “Er is derhalve geen sprake van ongelijke behandeling van Israël en de door Israël bezette gebieden”, zo concludeert de minister voor Medische Zorg.

De minister gaat hier echter voorbij aan het feit dat alleen voor producten uit Israëlische nederzettingen, en geen enkel ander betwist gebied, de EU een richtlijn heeft uitgegeven ter aanvulling op de eerder aangehaalde wet. De wetgeving waar Van Ark naar verwijst definieert niet exact wanneer het gaat om bezette gebieden – daar is met betrekking tot Israël en Israël alleen een richtlijn voor uitgegeven. Van een gelijke behandeling is dus geen sprake.

Aan proactieve handhaving wordt door de NVWA overigens niet gedaan. Ambtenaren van de Voedsel- en Warenautoriteit gingen voor het eerst langs het Israël Producten Centrum in april 2019 naar aanleiding van een klacht, zo bevestigt minister Van Ark. Christenen Voor Israël stelt doelwit te zijn geweest van een lastercampagne door onder andere DocP met e-mailacties en kleinschalige demonstraties voor het Israëlcentrum.

Naar aanleiding van de ongelijke behandeling, dienden Roelof Bisschop (SGP) en Caroline van der Plas (BBB) een motie in die pleit voor gelijke behandeling. De motie kon op steun van een meerderheid van de Kamer rekenen. CU, SGP, CDA, VVD, JA21, BBB, FVD, PVV en 50PLUS stemden voor. D66, SP, PvdA, GroenLinks, PvdD, VOLT, DENK en BIJ1 stemden tegen de motie, en daarmee voor het in stand houden van rechtsongelijkheid wat betreft de etikettering van producten uit betwiste gebieden.

Wat zijn de gevolgen voor het handhavingsbeleid van de NVWA?

Met de aangenomen motie in handen, heeft Gert-Jan Segers (CU) samen met collega Bisschop Kamervragen ingediend bij minister voor Buitenlandse Handel Sigrid Kaag en minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge. De Kamerleden van CU en SGP vragen om opheldering over de boete voor het Israël Producten Centrum. Ze willen weten op welke wijze de winkel haar producten verkeerd geëtiketteerd zou hebben, en of het eerder is voorgekomen dat een bedrijf is beboet voor een volgens de NVWA verkeerde herkomstaanduiding. 

De vragen van Segers en Bisschop staan in contrast met die van Jasper van Dijk (SP). Van Dijk diende op dezelfde dag dat de motie voor gelijke behandeling werd aangenomen Kamervragen in, waarin hij zich afvraagt of de boete voor het Israël Producten Centrum wel hoog genoeg is. Hierbij pleit de SP-buitenlandwoordvoerder voor het aan banden leggen van “handel uit illegale nederzettingen”.

Waar de SP vraagt om een overzicht van producten uit Israëlische nederzettingen, vragen de CU en de SGP om een overzicht van producten uit de Westelijke Sahara. Met de boete voor het Israël Producten Centrum in het achterhoofd vanwege het volgens de NVWA verkeerd etiketteren, vragen Segers en Bisschop hoe producten uit het door Marokko bezette gebied geëtiketteerd zouden moeten worden.

Naast de onlangs aangenomen motie voor gelijke behandeling door de NVWA, verwijzen Segers en Bisschop ook naar de in 2019 aangenomen motie van toenmalig Kamerlid Joël Voordewind. Deze motie verzoekt de regering op Europees niveau te pleiten voor een gelijke behandeling wat betreft de etikettering van producten uit betwiste gebieden, daar nu nog met de richtlijn voor producten uit Israëlische nederzettingen sprake is van een uitzonderingspositie. De CU en de SGP willen van ministers Kaag en De Jonge weten welke gevolgen de twee moties hebben voor het handhavingsbeleid van de NVVWA.

 

2021Z07334

(ingezonden 3 mei 2021)

Vragen van de leden Segers (ChristenUnie) en Bisschop (SGP) aan de ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over invoer van producten uit de Westelijke Sahara via Marokko naar de EU

  1. Kunt aangeven waarom het Israël Producten Centrum uit Nijkerk is beboet voor de etikettering van hun wijn uit de Westelijke Jordaanoever? Kunt u aangeven waarom de manier waarop zij de herkomst van het product omschrijven niet in overeenstemming is met geldende regels en voorschriften?[1]
  2. Is het eerder voorgekomen dat een bedrijf is beboet voor een verkeerde omschrijving van de herkomst van een product? Zo ja, kunt u deze gevallen omschrijven?
  3. Voor welke gebieden met een betwistte of bezette status in de wereld gelden de regels en voorschriften op grond waarvan het Israël Producten Centrum nu beboet is? Gelden deze bijvoorbeeld ook voor producten afkomstig uit het door Turkije bezette deel van Cyprus die mogelijk via Turkije ingevoerd worden? Gelden deze bijvoorbeeld ook voor producten afkomstig uit de Krim die mogelijk via Rusland ingevoerd worden? Kunt u een uitputtend overzicht geven van alle bezette gebieden waarvoor deze regels en voorschriften van toepassing zijn?
  4. Kunt u een document verstrekken met daarin de gegevens over de uitvoer van producten die van oorsprong uit de Westelijke Sahara komen, zoals onderdeel is van de overeengekomen informatie-uitwisseling tussen de EU en Marokko?[2] Kunt u deze gegevens specificeren voor die producten die in Nederland zijn ingevoerd?
  5. Hoe zouden dergelijke producten geëtiketteerd moeten worden?
  6. Kunt u dergelijke gegevens ook overleggen over de overige gebieden waar vraag 3 op doelt?
  7. Welke gevolgen hebben de aangenomen moties-Voordewind c.s.[3] en Bisschop-Van der Plas[4] voor het handhavingsbeleid van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op dit punt?

[1] Nijkerk Nieuws, 18 april 2021, “Israël Producten Centrum beboet door NVWA”, nijkerk.nieuws.nl/nieuws/154404/israel-producten-centrum-beboet-door-nvwa/

[2] Zoals genoemd in de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Voordewind en Dik-Faber over het besluit Nr. 1/2020 van het Associatiecomité EU-Marokko van 16 maart 2020, 28 september 2020 (Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2020-2021, nr. 201).

[3] Kamerstuk 35300-V, nr. 36.

[4] Kamerstuk 33835, nr. 188.



************************
ENGLISH:

Parliamentarians Gert-Jan Segers and Roelof Bisschop are asking ministers Sigrid Kaag and Hugo de Jonge for clarification on the fine imposed on the Israel Products Center. CU and SGP also want to know how the NVWA will implement the motion for equal treatment of labeling of products from disputed areas.

By: CIDI

Recently the Israel Products Center in Nijkerk was fined by the Dutch Food and Consumer Product Safety Authority (NVWA). Reason for the monetary penalty is that, according to the NVWA, the labeling on some wine bottles is incorrect, as it states that it is a "product from an Israeli village in Judea and Samaria."

Christians for Israel reported on its website in July that two officials from the Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority (NVWA) had visited the Israel Products Center in Nijkerk. The NVWA officials came to inspect in connection with the "Interpretative Communication on the Indication of Origin of Goods from the Territories Occupied by Israel since June 1967" - a guideline on how EU member states should deal with the labeling of products from Israeli settlements. This EU guideline states that Israel has no sovereignty over the West Bank (including East Jerusalem) and the Golan, conquered in 1967, and that products from Israeli settlements should not be labeled as "made in Israel." 

Minister Van Ark ignores unilateral EU directive, SGP and BBB submit motion for equal treatment

In response to these reports, the CU, SGP and PVV submitted parliamentary questions at the time. Minister for Medical Care Tamara van Ark then defended the action by the NVWA. The authority enforces EU legislation regarding the indication of origin for all countries and territories, according to Van Ark. According to the minister, this legislation "applies to all countries and territories, including other occupied territories." "There is therefore no unequal treatment of Israel and the Israeli-occupied territories," the Minister of Medical Care concluded.

However, here the minister ignores the fact that only for products from Israeli settlements, and no other disputed territories, the EU issued a directive supplementing the previously cited law. The legislation Van Ark refers to does not define exactly when it comes to occupied territories - only a directive has been issued for that in relation to Israel and Israel. So there is no question of equal treatment.

Incidentally, the NVWA does not engage in proactive enforcement. Officials of the Food and Consumer Product Safety Authority first visited the Israel Products Center in April 2019 in response to a complaint, Minister Van Ark confirmed. Christians For Israel claims to have been targeted in a smear campaign by DocP and others with email campaigns and small-scale demonstrations in front of the Israel Center.

In response to the unequal treatment, Roelof Bisschop (SGP) and Caroline van der Plas (BBB) submitted a motion calling for equal treatment. The motion was supported by a majority of the House. CU, SGP, CDA, VVD, JA21, BBB, FVD, PVV and 50PLUS voted in favor. D66, SP, PvdA, GroenLinks, PvdD, VOLT, DENK and BIJ1 voted against the motion, and thus in favor of maintaining legal inequality regarding the labeling of products from disputed areas.

What are the consequences for the enforcement policy of the NVWA?

With the adopted motion in hand, Gert-Jan Segers (CU) together with colleague Bisschop submitted parliamentary questions to Foreign Trade Minister Sigrid Kaag and Health Minister Hugo de Jonge. The CU and SGP MPs are asking for clarification on the fine for the Israel Products Center. They want to know how the store would have mislabeled its products, and whether it has happened before that a company has been fined for what the NVWA considers an incorrect indication of origin. 

The questions by Segers and Bisschop contrast with those by Jasper van Dijk (SP). Van Dijk submitted parliamentary questions on the same day that the motion for equal treatment was passed, in which he questions whether the fine for the Israel Products Center is high enough. In doing so, the SP foreign affairs spokesperson argues for curbing "trade from illegal settlements."

Whereas the SP asks for an overview of products from Israeli settlements, the CU and the SGP ask for an overview of products from Western Sahara. With the fine for the Israel Products Center in mind for mislabeling according to the NVWA, Segers and Bisschop ask how products from the Moroccan-occupied territory should be labeled.

In addition to the recently adopted motion for equal treatment by the NVWA, Segers and Bisschop also refer to the motion adopted in 2019 by then-Member of Parliament Joël Voordewind. This motion requests the government to plead at the European level for equal treatment regarding the labeling of products from disputed territories, as the directive for products from Israeli settlements currently still provides for an exceptional position. The CU and the SGP want to know from ministers Kaag and De Jonge what the consequences of the two motions are for the enforcement policy of the NVVWA.

2021Z07334

(Submitted May 3, 2021)

Questions from the members Segers (ChristenUnie) and Bisschop (SGP) to the Ministers of Foreign Trade and Development Cooperation and of Health, Welfare and Sport about the import of products from Western Sahara to the EU via Morocco

Can you indicate why the Israel Products Centre from Nijkerk was fined for the labeling of their wine from the West Bank? Can you indicate why the way they describe the origin of the product is not in accordance with applicable rules and regulations?"[1]
Have there been previous cases where a company has been fined for misdescribing the origin of a product? If so, can you describe these instances?
To which areas of disputed or occupied status in the world do the rules and regulations under which the Israel Products Center has now been fined apply? For example, do they also apply to products originating from the Turkish-occupied part of Cyprus that may be imported through Turkey? Do they also apply, for example, to products originating from Crimea that may be imported via Russia? Can you provide an exhaustive list of all occupied territories to which these rules and regulations apply?
Can you provide a document detailing the export of products originating in Western Sahara, as part of the agreed information exchange between the EU and Morocco?[2] Can you specify these details for those products imported into the Netherlands?
How should such products be labelled?
Can you also provide such data for the other areas referred to in question 3?
What consequences do the adopted motions Voordewind c.s.[3] and Bisschop-Van der Plas[4] have for the enforcement policy of the Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority (NVWA) in this regard?
[1] Nijkerk News, April 18, 2021, "Israel Products Center fined by NVWA", nijkerk.nieuws.nl/nieuws/154404/israel-products-center-befined-by-nvwa/

[2] As mentioned in the answer to the written questions of members Voordewind and Dik-Faber on the decision No. 1/2020 of the EU-Morocco Association Committee of 16 March 2020, 28 September 2020 (Appendix of the Bulletin, session year 2020-2021, no. 201).

[3] Parliamentary Paper 35300-V, no. 36.

[4] Parliamentary paper 33835, no. 188.