27 mei 2021

2021-05-27: Verdriet slaat om in vastberadenheid en optimisme na geweld in Akko - Sadness turns to resolve and optimism after Acre violence.

Evan Fallenberg (achterste rij, tweede van links) en Micha Fallenberg (voor zijn vader) met het personeel van Arabesque nadat het werd vernietigd door een menigte. Foto met dank aan Evan Fallenberg

Nederlands + English

NEDERLANDS:

Schokkend, ontstellend - er is geen andere manier om de vernietiging van Evan Fallenbergs Arabesque Arts and Residency Center in de Oude Stad Akko te beschrijven.

Bron: Israel21c

Het Ottomaanse gebouw dat Fallenberg en zijn zoon Micha drie jaar lang hebben gerestaureerd tot een prachtig toevluchtsoord en boetiekhotel, werd vernield en geplunderd tijdens een recente golf van rellen in gemengde Arabisch-Joodse steden.

Fallenberg twijfelt er niet aan dat Arabesque het doelwit was, net als andere bedrijven in Akko zoals het Uri Buri restaurant en het Efendi Hotel, omdat het eigendom is van Joden.

Maar hij koestert geen wrok en heeft geen andere wens om te reageren dan het acht jaar oude Arabesque weer op te bouwen.

"Ik heb geen grammetje woede in me hierover, geen frustratie of bitterheid," vertelt Fallenberg aan ISRAEL21c. "Niet omdat ik het onderdrukt heb, maar omdat het niet is wat ik vanaf het allereerste moment gevoeld heb."

Een blik binnen Arabesque voor de verwoesting. Foto door Daniel Hanoch

'45 minuten om de hele plek te vernietigen'

Arabesque in Akko de ochtend na de rellen. Foto met dank aan Evan Fallenberg

De aanval begon kort na middernacht toen 12 mei overging in 13 mei. Reeds op dinsdag 11 mei werden relschoppers die Arabesque wilden beschadigen, verjaagd door de Arabische buurman die als familie is voor de Fallenbergs.

"Ons huis is dinsdagnacht drie of vier keer gespaard gebleven omdat mijn buurman en zijn zoon tot 4 uur 's ochtends buiten zaten", zegt Fallenberg.

Het hotel zat die dag vol. De politie zei tegen Micha Fallenberg, de manager van het centrum, dat hij ervoor moest zorgen dat de gasten in hun kamers bleven. Om 7:00 woensdagochtend maakten hij en twee medewerkers van Arabesque ontbijt voor de gasten, en later checkte iedereen veilig uit.

Gelukkig was het hotel leeg toen later die avond de hel losbrak. De politie wilde de Oude Stad niet in, en de buurman was geen partij voor de onstuimige menigte van ongeveer 50 jongeren, die dreigden de hele buurt in brand te steken.

Het Arabesque Arts and Residency Center in Akko geplunderd door relschoppers. Foto met dank aan Evan Fallenberg

"Micha was thuis, op vijf minuten afstand, en keek naar de beelden van de beveiligingscamera totdat ze de camera vernielden. Het duurde ongeveer 15 minuten om de massieve voordeur open te breken en 45 minuten om het hele gebouw te vernielen," zegt Fallenberg, die in zijn studio net buiten de Oude Stad lag te slapen toen de aanval plaatsvond.

De onbekende aanvallers, zegt hij, "zijn jonge mannen met razende hormonen, mensen die niet de beste studenten zijn of geen geweldige banen hebben, met niet veel te verliezen. Sommigen kwamen misschien van buiten Akko, maar degene die de leiding had, wist precies op welke plaatsen ze moesten toeslaan.

Hij voelde zich echter niet persoonlijk aangevallen.

"Ik voelde een diepe droefheid dat mensen tot dit niveau van woede en geweld gedreven konden worden. Ik denk dat het van twee plaatsen komt. De ene is de manier waarop de Israëlische samenleving de Arabische bevolking niet als volwaardige en welkome burgers heeft behandeld. De andere is dat er binnen de Arabische samenleving problemen etteren die niet worden erkend of niet op de juiste manier worden aangepakt. Ik heb het gevoel dat we allemaal schuldig zijn dat we dit hebben laten gebeuren en dat we allemaal een rol te spelen hebben om dingen beter te maken."

Een besluit om te blijven en opnieuw op te bouwen

Nadat Arabesque was geruïneerd, bracht Fallenberg drie dagen in rouw door. Misschien had hij zich vergist in Akko, een stad waar Arabische moslims en christenen meer dan een derde van de 50.000 inwoners uitmaken.

"Was wat ik dacht dat oprechte liefde en respect was, niet echt? Wie dacht ik wel dat ik was, toen ik op zo'n vreemde plek kwam?" vroeg hij zich af.

Zicht op de schade bij Arabesque in Akko. Foto met dank aan Evan Fallenberg

"Maar wat ik de dagen daarna van de buren hoorde, bewees me telkens weer dat ik hier deel van de dingen uitmaakte", vertelt hij.

"Toen heb ik besloten, en mijn zoon ook, om te blijven, te herbouwen en deel te blijven uitmaken van deze plek waar we allebei verliefd op zijn geworden.

De Fallenbergs zijn een crowdfunding campagne gestart om 300.000 shekels (bijna 100.000 dollar) bij elkaar te krijgen om te beginnen met de wederopbouw. Hoewel de regering compensatie zal bieden omdat het als een terroristische daad werd beschouwd, weet hij niet wanneer of hoeveel.

Binnen enkele dagen hadden bijna 500 donateurs meer dan de helft van het gehoopte bedrag bijgedragen.

Een kamer in de Arabesque voordat het werd verwoest. Foto door Daniel Hanoch

Positieve verandering in de lucht

Fallenberg, een in Amerika geboren schrijver, vertaler en professor Engelse literatuur aan de Bar-Ilan Universiteit, voelt dat dit kantelmoment in Israëls verhaal, en dat van hemzelf, verandering kan brengen.

"Er waren momenten tijdens de pandemie dat ik erg depressief werd, en onlangs drong het tot me door dat ik me niet meer zo depressief heb gevoeld sinds dit me in Akko is overkomen," vertelt hij aan ISRAEL21c.

"Tijdens de pandemie was ik afgezonderd van de mensen van wie ik houd en van al die kleine dagelijkse interacties waar ik op teer. Toen dit gebeurde, was het precies het tegenovergestelde - de verbinding tussen mensen is overweldigend geweest," zegt hij.

"Mijn Facebook-post [op 14 mei] heeft zo veel reacties losgemaakt. Er zijn veel gesprekken uit voortgekomen met mijn Arabische vrienden en buren. Ik heb van over de hele wereld reacties gekregen op onze crowdfunding campagne. Ik heb van mensen gehoord dat ze ons willen komen helpen opruimen. Het is buitengewoon en het geeft me moed."

Fallenberg voelt "een samensmelting, een opkomen, een samenkomen van mensen die geloven dat we ons leven eerlijker kunnen delen."

Bezoekers zullen terugkomen

Hij wil Arabesque niet alleen restaureren, maar het aanbod ook uitbreiden met programma's voor de lokale bevolking. En hij gelooft dat Joodse bezoekers terug zullen komen.

Fallenberg legt uit dat in 2008, de laatste keer dat er racistisch geweld was in Akko, het anderhalf jaar duurde voordat de handelaren in de shuk buiten weer zaken deden. Hij denkt niet dat dat nu zal gebeuren.

De Arabesque in betere tijden. Foto door Daniel Hanoch

"In 2008 kon je bijna nergens slapen in Akko. Het was een plek waar veel mensen bang voor waren. In het laatste jaar of twee, vooral met corona toen ze niet meer naar het buitenland konden, ontdekten Israëlische Joden Akko en vonden het geweldig omdat de sfeer hier uniek is. Iedereen is zo vriendelijk en gastvrij," zegt Fallenberg.

"Ik denk dat de mensen zich zullen herinneren dat hier iets heel positiefs was dat ze voelden, en dat ze terug zullen komen. We hebben al mensen gehad die ons schreven om te zeggen: 'Ik wil bij jullie allereerste gasten horen.'"

Het Arabesque Arts and Residency Center zal worden herbouwd. Foto door Daniel Hanoch



**************************************

ENGLISH:

Evan Fallenberg (back row, second from left) and Micha Fallenberg (in front of his father) with staff of Arabesque after it was destroyed by a mob. Photo courtesy of Evan Fallenberg

Shocking, appalling – there’s no other way to describe the destruction of Evan Fallenberg’s Arabesque Arts and Residency Center in the Old City of Acre (Akko).

Source: Israel21c

The Ottoman-era building that Fallenberg and his son, Micha, spent three years restoring as a beautiful retreat and boutique hotel was smashed and ransacked during a recent spate of riots in mixed Arab-Jewish cities.

Fallenberg has no doubt that Arabesque was targeted, like other Akko businesses such as the Uri Buri restaurant and Efendi Hotel, because it is owned by Jews.

But he harbors no resentment and has no desire to react in any way other than to rebuild the eight-year-old Arabesque.

“I don’t have an ounce of anger in me about this, no frustration or bitterness,” Fallenberg tells ISRAEL21c. “Not because I suppressed it but because it’s not what I have felt from the very first moment.”

A view inside Arabesque before the destruction. Photo by Daniel Hanoch

’45 minutes to destroy the whole place’

Arabesque in Akko the morning after the riots. Photo courtesy of Evan Fallenberg

The attack began shortly after midnight as May 12 slid into May 13. Already on Tuesday, May 11, rioters intending to harm Arabesque were chased away by the Arab next-door neighbor who is like family to the Fallenbergs.

“Our place was spared three or four times on Tuesday night because my neighbor and his son sat outside till 4 in the morning,” Fallenberg says.

The hotel was full that day. The police told Micha Fallenberg, the center’s manager, to make sure the guests stayed in their rooms. At 7:00 Wednesday morning, he and two Arabesque employees made breakfast for the guests, and later everyone checked out safely.

Fortunately, the hotel was empty when all hell broke loose later that night. The police would not enter the Old City, and the next-door friend was no match for the emboldened mob of about 50 youths, who threatened to torch the whole neighborhood.

The Arabesque Arts and Residency Center in Akko ransacked by rioters. Photo courtesy of Evan Fallenberg

“Micha was at home, five minutes away, watching the security camera footage until they destroyed the camera. It took them about 15 minutes to break down the massive front door and 45 minutes to destroy the whole place,” says Fallenberg, who was asleep in his studio just outside the Old City when the attack happened.

The unidentified assailants, he says, “are young men with raging hormones, people who are not the best students or don’t have great jobs, with not much to lose. Some may have been from outside Akko but whoever was directing them knew exactly which places to hit.”

However, he didn’t feel personally attacked.

“I felt a deep sadness that people could be driven to this level of anger and violence. I think it comes from two places. One is the way Israeli society has treated the Arab population not like full and welcome citizens. The other is that there are issues festering within Arab society that are not being admitted or dealt with properly. I feel we are all guilty for letting this thing happen and we all have a role to play in making things better.”

A decision to stay and rebuild

After Arabesque was ruined, Fallenberg spent three days in mourning. Perhaps he’d been wrong about Akko, a city in which Arab Muslims and Christians comprise more than a third of the 50,000 residents.

“Was what I thought was genuine love and respect not real? Who did I think I was, coming into such a foreign place?” he wondered.

View of the damage at Arabesque in Akko. Photo courtesy of Evan Fallenberg

“But what I heard from neighbors over the succeeding days proved to me again and again that I am so much a part of things here,” he relates.

“That’s when I made my decision, and my son made his decision separately, to stay and rebuild and continue to be part of this place that we’ve both fallen in love with.”

The Fallenbergs launched a crowdfunding campaign to raise 300,000 shekels (close to $100,000) to start rebuilding. Although the government will offer compensation because it was considered an act of terrorism, he doesn’t know when or how much.

Within days, nearly 500 donors had contributed more than half the hoped-for amount.

A room at the Arabesque before it was destroyed. Photo by Daniel Hanoch

Positive change in the air

Fallenberg, an American-born writer, translator and professor of English literature at Bar-Ilan University, feels that this pivotal moment in Israel’s story, and his own, may bring change.

“There were times during the pandemic that I sank very low, and it hit me the other day that I have not felt any of that low since this happened to me in Akko,” he tells ISRAEL21c.

“During the pandemic I was sequestered from the people I love and all those little daily interactions that I thrive on. When this happened, it was quite the opposite — the connection between human beings has been overwhelming,” he says.

“My Facebook post [on May 14] got so much traction. Many conversations have come out of this with my Arab friends and neighbors. I’ve gotten reactions from around the world to our crowdfunding campaign. I’ve heard from people wanting to come and help us clean up. It’s extraordinary and it’s buoying my spirits.”

Fallenberg senses “a merging, an emerging, a gathering of people who believe that we can share our lives more equitably.”

Visitors will come back

He is eager not only to restore Arabesque but to expand its offerings including programming for locals. And he believes Jewish visitors will come back.

Fallenberg explains that in 2008, the last time there was racially motivated violence in Akko, it took a year and a half for the merchants in the outdoor shuk to recover their business. He doesn’t think that will happen now.

The Arabesque in better days. Photo by Daniel Hanoch

“In 2008, there was almost nowhere to sleep in Akko. It was a place many people were afraid of. In the last year or two, especially with corona when they couldn’t go abroad anymore, Israeli Jews discovered Akko and loved it because the atmosphere is unique here. Everyone is so friendly and welcoming,” says Fallenberg.

“I believe people will remember that there was something very positive here that they felt, and they will come back. We’ve already had people writing to us to say, ‘I want to be among your very first guests.’”

The Arabesque Arts and Residency Center will be rebuilt. Photo by Daniel Hanoch